Selecteer een pagina

Rats, kuch en bonen

Een nogal onsmakelijk bericht in het Algemeen Dagblad vanmorgen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzoekt misstanden in bedrijfskantines van defensie. Legerkantines hebben te maken met muizen- en rattenoverlast, stank, latrinevliegjes (een eufemisme voor strontvliegjes, lijkt me), aangevreten brood en meer onverkwikkelijke zaken. De voedselveiligheid is in het geding. De cateraar ligt onder vuur. Het CDA stelt vragen. Onze manschappen verdienen een gezonde soldatenhap!

Bijna tachtig jaar geleden, in 1939, werd het Nederlandse leger gemobiliseerd, om voorbereid te zijn op een eventuele Duitse aanval. De Nederlandse zanger en conferencier Lou Bandy nam in die tijd een liedje op met de titel “Rats, kuch en bonen”.  De titel verwijst naar het dagelijkse soldatenmenu. Rats is stamppot van een paar dagen oud, kuch is munitiebrood en bonen waren de dagelijkse toevoeging aan het menu.

Denk niet dat alleen het beste goed genoeg was voor de verdedigers van volk en vaderland: Nederland kende militaire bakkerijen, maar een goede soldaat maakt nog geen goede bakker. Militair brood mocht vooral niet te veel kosten en de ingrediënten moesten ook tijdens krijgstochten beschikbaar zijn. Je kunt je voorstellen dat Jan Soldaat geen zachte kadetjes in zijn ransel had, laat staan een knapperige baguette of rijkgevulde krentenbollen. De NVWA zou aan de bel trekken, dat is zeker.

“Rats, kuch en bonen” is trouwens opvallend optimistisch van toon. Met die Duitse dreiging zou het wel loslopen, de moedige soldaten waren dankzij de stevige kost goed doorvoed en populair bij ‘de meisjes, de kleine sijsjes in hun liefdesparadijsjes.’

Luister hier naar “Rats, kuch en bonen” (de melodie is dezelfde als die van Dennie Christians “Rosamunde” uit 1988) en lees hier de volledige liedtekst.

 

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: senang

‘Wat loop je te glimmen’, vraagt een collega, ‘binnenpretje?’

Niet speciaal, ik voel me vandaag gewoon senang. Ik had een leuke bijeenkomst met studenten, ik ben lekker opgeschoten met mijn correctiewerk, het is al weken zalig weer, mijn haar zit eens een keer níet stom en een collega kwam een chocolaatje brengen.

 

Senang betekent lekker, tevreden. Het is een leenwoord uit het Maleis, net als onze woorden pienter (van het Maleise pintar: slim), tabee (Maleis tabe), goeroe en natuurlijk nasi.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Hoe zat het ook alweer? Argumentatie/beargumentatie

“Ik heb hiervoor de volgende beargumentatie”, las ik onlangs in een werkstuk van een student. Ze kwam vervolgens met een serie argumenten op de proppen om haar keuze te verdedigen. Volgens mij bedoelde ze argumentatie.

Ik lees het woord beargumentatie de laatste tijd vaker. Maar wie de Dikke Van Dale erop naslaat, zal het vergeefs zoeken. Beargumenteren vind je er wel, alsook argumentatie. Maar beargumentatie dus niet. Hoe zit dat?

Laten we eerst kijken naar het verschil tussen beargumenteren en argumenteren.

Beargumenteren betekent: argumenten aanvoeren voor iets. Het is een zogenoemd overgankelijk werkwoord. Dat houdt in dat het altijd een lijdend voorwerp bij zich heeft. Je beagumenteert iets: een keuze bijvoorbeeld. “Hij beargumenteert”, zonder lijdend voorwerp, dat kan niet.

Argumenteren is bijna hetzelfde als beargumenteren, maar heeft een iets bredere betekenis. Iemand die argumenteert voert in algemene zin argumenten aan. Je zegt bijvoorbeeld dat iemand argumenteert als de beste. Van Dale geeft ook ‘redetwisten’ als betekenis: “ar­gu­men­te­ren met zo’n op­po­nent is erg moei­lijk”. En volgens Van Dale kan het ook een overgankelijk werkwoord zijn, bijvoorbeeld: “het Kamerlid argumenteerde dat de minister eerder openheid van zaken had moeten geven.” De bijzin “dat de minister eerder openheid van zaken had moeten geven” fungeert in dit geval als lijdend voorwerp.

Argumentatie en beargumentatie zijn de zelfstandige naamwoorden bij beide werkwoorden. Maar waarom staat het eerste wel in Van Dale en het tweede niet?

Misschien om de volgende reden? Argumentatie (het argumenteren) kun je als zelfstandige activiteit onderscheiden. Argumentatie kan ook op het geheel van argumenten slaan: een steekhoudende argumentatie. Dat is wat de studente in de eerste alinea bedoelde. Maar beargumenteren kun je niet als zelfstandige activiteit zonder context onderscheiden. Je kunt wel zeggen: “Het fietsen gaat haar beter af dan het argumenteren”. Maar je kunt niet zeggen: “Het fietsen gaat haar beter af dan het beargumenteren”. Want je beargumenteert altijd iets.

Maar toch… Ik kwam in het gerespecteerde Financieele Dagblad deze zin tegen met daarin het woord beargumentatie: “Bij beargumentatie van zijn voorstellen verschuilt het ministerie zich achter een recente rechterlijke uitspraak”. Ik zie hier eigenlijk niets vreemds aan. Beargumentatie wordt hier gebruikt in combinatie met voorstellen (die worden beargumenteerd). Zolang bij het gebruik van het woord beargumentatie duidelijk is wát er beargumenteerd wordt, kan het volgens mij. Misschien toch maar opnemen in de Van Dale?

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Het citaat moet beschermd worden! Stop met uitleggen!

Wat is dat toch, die drang van vooral online-nieuwsjournalisten om citaten van geïnterviewden uit te leggen.

Vooral NOS.nl heeft er een handje van om menig citaat tot in het diepst van zijn vezels te becommentariëren.

De schuldigen zitten voornamelijk bij de sportredactie waar de uitlegdrang van de verantwoordelijke redacteuren soms potsierlijke vormen aanneemt. Zie in dit artikel deze draak van een uitleg:

Vindt Vormer nu dat hij geslaagd is voor zijn examen? “Ik hoop het wel, we zijn er nog niet. Ik ben in ieder geval heel blij met mijn debuut en dat ik zo gespeeld heb. Maandag weer”, nam hij alvast een voorschot op het treffen met Italië.

En neem het citaat uit dit artikel:

Oranje heeft hier nu eigenlijk meer te verliezen dan te winnen”, merkt Elshoff op. 

Ja, dat is inderdaad “een opmerking”. Gunst.

Het heeft iets bevoogdends. Alsof de lezer van het artikel het hem opgediende nieuws niet kan bevatten zonder dat een overduidelijk uitleggend citaat ook nog eens wordt benoemd als een uitleg. Het leidt tot een soort kleuterjournalistiek.

Het doet me denken aan mensen die op elke deur in hun huis een bordje hebben hangen met daarop de naam van de ruimte achter die deur: “WC” voor een wc, “badkamer” voor een badkamer, en, ja, zelfs “slaapkamer” voor een slaapkamer.

We kunnen gissen naar het “waarom” van deze uitlegfetisj. Wellicht krijgen redacteuren de opdracht van hun meerderen om in hun artikelen rekening te houden met laaggeletterden, of anderszins met mensen die moeite hebben met het doorgronden van het gesproken woord zoals dat in een citaat zit vervat.

Ik ben van mening dat de uitleg, zoals die in persoonsvorm en onderwerp wordt benadrukt – “neemt hij een voorschot op maandag”, “merkt hij op”- afleidt van het citaat zelf.

Als voorbeeld een citaat uit een nieuwsartikel:

Het Ziekenfonds vond dat doctoren boven de 65 minder kwaliteit leverden. De rechter vroeg toen: hoe bewijs je dat? Dat konden ze niet. Dus toen heb ik de zaak gewonnen”, vat hij samen.

In bovenstaande zin ligt de nadruk te veel op het samenvatten door de geciteerde. Dat die dat aan het doen is. Het citaat zelf lijdt daaronder. En dat is verdrietig.

Misschien is het de angst om te veel “zegt hij”, te gebruiken. Of: “Aldus Pietersen.” Dat is een misvatting. Het neutrale en wat vlakke “zegt hij/zij/de koning/etc” is een eerbetoon aan wát er is of wordt gezegd. Het laat de gesproken taal in het citaat leven.

Maar goed, dit is ook maar een mening.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Actiepuntje

Afgelopen dagen had ik wat last van stress. De hoeveelheid actiepunten (waaronder een IZOMW-stukje schrijven) was er de oorzaak van. Als ik gestrest ben, wil ik natuurlijk dat het stressen zo snel mogelijk stopt. Ik streste wat af om van de stress af te komen. Wat een gestres!
Maar vannacht kreeg ik een idee: laat ik er mijn stukje over schrijven. Ik was direct relaxed. Ik realiseer me nu dat ik al lang niet meer écht gerelaxt heb, terwijl relaxen op z’n tijd van levensbelang is. Dan ben ik vast ook een relaxtere docent. Afijn, weer een nieuw actiepuntje dus: een relaxed dagje inplannen.

Het werkwoord stressen vervoeg je  – volgens de officiële regels – als volgt: de stam is stress, maar omdat de dubbele s hier niet nodig is voor een correcte uitspraak, vervalt er één s. De stam wordt dus stres. De laatste medeklinker van de stam zit in ’t ex-kofschip (de moderne variant van ‘t kofschip) en daarom vervoeg je met een t: ik streste, ik heb gestrestHet woord gestres is afgeleid van het werkwoord, en schrijf je dus net als de stam met één s.
Relaxed gebruik je als bijwoord of als bijvoeglijk naamwoord als dat onverbogen is. Is het wél verbogen, dan krijg je: relaxte(re). Het werkwoord relaxen heeft als stam relax. De medeklinker x zit in  ’t ex-kofschip. Vervoegen gebeurt dus met een t: ik relaxte, ik heb gerelaxt .

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Stoïcijns (of juist niet)

Mensen gedragen zich soms raar of dom. En soms maken andere mensen daar een filmpje van, zodat weer andere mensen mee kunnen kijken naar die rare, domme voorvallen. Het is niet altijd verheffend, maar we vinden het toch vaak erg prettig om anonieme anderen de maat te nemen over situaties waarin wij zelf héél anders zouden handelen.

Zo ging er vorige week een filmpje viral, waarin te zien was hoe een gezin – vrouw, man, dreumes – middenin safaripark Beekse Bergen uit de auto stapte, om een groep jachtluipaarden tot op een armlengte te naderen. Het filmpje ging de hele wereld rond, want hier vonden we allemaal iets van. Wat een raar gedrag. Dom. Gevaarlijk ook. Maar we vonden ook iets van de jongeman die het hele incident had gefilmd en van spottend commentaar had voorzien. Had hij niet kunnen ingrijpen, in plaats van passief door te filmen?

De filmer mocht zijn verhaal doen voor de camera van de NOS. Nee, ingrijpen had hij niet aangedurfd. Dat zou de roofdieren misschien juist agressief hebben gemaakt. En hij was wel degelijk geschokt geweest, zo haastte hij zich te zeggen. En toen zei hij iets vreemds. “We waren wel zo geschokt dat we daarna stoïcijns naar huis zijn gereden.”

Stoïcijns? Dat is toch helemaal niet het juiste woord in dit verband? Ik ging haast aan mezelf twijfelen, dus heb ik het opgezocht: sto·ï·cijns (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord): onverstoorbaar, gelijkmoedig. Het stoïcisme of de Stoa is een filosofische stroming, die zich heel kort door de bocht laat omschrijven als: ‘ik laat mij nergens door van de wijs brengen’. De filmer zegt dus het omgekeerde van wat hij bedoelt. Zijn kennelijke onverstoorbaarheid was nu juist wat velen hem kwalijk namen. Ja, misschien niet verheffend, maar dat soort foutjes vind ik erg grappig. Dat zou ik zelf heel anders zeggen.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Trouwe Twittervrienden en -vriendinnen

Koninginnedag is het niet meer op 30 april, maar Mr. Pieter van Vollenhoven is uiteraard nog steeds jarig deze dag. Vandaag viert de goedlachse meester zijn 79ste verjaardag. Wij van Ik Zeg Ook Maar Wat feliciteren de jarige van harte en wijzen hem fijntjes op een gevalletje onjuist spatiegebruik in een recent bericht op Twitter van zijn hand. Of zou dhr. Van Vollenhoven zijn socialmedia-activiteiten uitbesteden? Aan een millennial of zo? Die lijken wel bang voor samenstellingen, zo vaak gebruiken ze ten onrechte een spatie tussen twee woorden. We hebben het er al vaker over gehad op ons blog. Hoe het ‘heurt’ lees je hier en hier.  Wel sneu voor mr. Pieter dat er vandaag geen oranjezonnetje voor hem schijnt. 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: rauwdouwer

Vanavond is op NPO2 de documentaire Jolene te zien (20:55 uur). In Het Parool staat vandaag een stuk over barvrouw Jolene Niedick, de kop erboven: ‘Leven als rauwdouwer’. Ik dacht dat het ‘rauwdouw’ was, dus ik dook onmiddellijk in de spreekwoordelijke boeken. Wat blijkt, de oorspronkelijke vorm is ‘rouwdouw’, ‘rauwdouw’ mag ook en het achtervoegsel ‘-er’ is niet ongebruikelijk.

Een rouwdouw is een ruw persoon. Het is een Engels leenwoord, dat komt van row-dow of row-de-dow, lawaai, herrie. We spellen het woord hier ook als rauwdouw, wat waarschijnlijk komt door de associatie met rauw en douwen (ruw, hard duwen).

Volgens Het Parool is Jolene Niedick ‘een echte rauwdouwer met een plat Amsterdams accent, een doorrookte stem en overal tattoos. Geboren in de Kadijkenbuurt, opgegroeid als kind van twee verslaafde ouders, op haar zestiende moeder geworden, lid van de F-Side, barvrouw in een stripclub op de Wallen én afgestudeerd in de psychologie. Ze worstelt met een agressieprobleem en het feit dat ze is verlaten door haar stiefvader, de gewezen verslavingstherapeut Keith Bakker’.

Van zo’n leven ga je denk ik vanzelf rouwdouwen. Want wat niet fijn is, wordt snel grof.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Orgaan

Het ABP vraagt of ik wil stemmen voor het verantwoordingsorgaan.

Ieww, dacht het niet. Klinkt als iets met je alvleesklier.

Doorklikkend lees ik dat het verantwoordingsorgaan het bestuur adviseert en het beleid controleert.

Heel oké. Maar goedemorgen, wat een lelijk woord.

 

 

 

 

 

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone