Selecteer een pagina

Woord van de dag: mistroostig

Vandaag is het begin van de lente, maar het huidige weerbeeld past meer bij de herfst. Grijs, guur en regenachtig. Wat een mistroostige dag.

Mistroost betekende oorspronkelijk ‘het opgeven van de hoop.’ En als je dan bedenkt dat ‘troost’ eigenlijk ‘vertrouwen’ betekent en dat ‘mistroost’ ‘het ontbreken van vertrouwen is’…nou, dan komt het dus nooit meer goed met het weer.

Het KNMI geeft zojuist code geel af, vanwege de verwachte harde windstoten. Om mistroostig van te worden.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Super

In de zeer lezenswaardige NRC-column ’Van kut naar superkut’ heeft Frits Abrahams het over de opmars van de woorden reet en kut. Het nog krachtiger superkut wordt vooral gebruikt door vrouwen, signaleert Abrahams.

Ik vroeg het eens aan wat klassen hier op de Hogeschool van Amsterdam en die vonden het heel herkenbaar. Vrijwel alle meisjes zeggen wel eens superkut, jongens zeggen het bijna nooit. ‘Maar,’ zei een studente in de laatste klas, ‘jongens zeggen überhaupt nooit super.’

Verdomd, daar had ze een punt. Vrouwen vinden iets supertof, superleuk, super awkward, superstom of simpelweg super of suuuuuper. Mannen niet.

Als je een vriendin vraagt of ze iets mee gaat drinken, zegt ze: ‘Supergezellig, leuk’. Een man zegt gewoon: ‘Oké, best’.

Wat zeggen mannen dan als ze iets heel leuk/stom etc vinden, vroeg ik aan de klas. Gewoon: heel leuk/stom etc.

‘Supergrappig’, zei een een jongen. ‘Maar dit geldt echt alleen voor heteromannen. Gays zeggen wel ‘gewoon’ super.’

Sociolinguïstiek: helemaal suup.

 

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Uitdrukking van de dag: op half zeven/half elf

‘Gast! Trek je broek op,’ hoorde ik een student zeggen tegen een klasgenoot met een inderdaad behoorlijk lage broek. Gelukkig is de mode van de lage broeken vrijwel voorbij. Ik was nooit zo’n fan van broeken op half zeven, ook al omdat de motoriek van de drager van zo’n broek best raar is. Om zo’n broek op half elf niet helemáál te laten afzakken, moet je namelijk een beetje wijdbeens lopen. Hierdoor zie je al gauw uit als een peuter met een luier. Niet het beoogde effect, volgens mij.

Broeken en petten kunnen op half zeven en op half elf hangen. De betekenis is hetzelfde, namelijk afgezakt. Raar eigenlijk, want als je je een klok voorstelt dan zijn half zeven noch half elf erg ‘afgezakt’. Je zou dan eerder verwachten dat je broek op tien voor half acht hangt.

Volgens Onze Taal zit het zo:  “Er waren vroeger torenklokken die maar één wijzer hadden, namelijk die voor de uren. Als de klok op half zeven stond, bevond die wijzer zich net iets voorbij de zes, en leek hij dus een beetje ‘uit het lood’ te hangen. Zo kreeg op halfzeven de figuurlijke betekenis ‘scheef’.”

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: kordaat

Het was gisteren een enerverende dag voor collega Binnert. Hij pakte ’s ochtends zijn fiets van het bovenrek van de fietsenstalling achter het Centraal Station. Zijn tas legde hij even op de bagagedrager van een andere fiets. Toen fietste hij weg. Twintig minuten later realiseerde hij zich dat hij zijn tas was vergeten. Met daarin een laptop met heel veel werk waarvan hij geen backup had.

Binnert werd eerst gek, pakte vervolgens de telefoon en belde de Starbucks aan de achterzijde van het station. Linde nam op. Dat bleek een kordate dame. Ze snapte meteen de ernst van de situatie, vroeg aan een collega of die even de bereiding van de cappuccino kon overnemen en snelde met telefoon in de hand naar de fietsenrekken. Daar lag Binnerts tas nog altijd op die bagagedrager, met alles erin. Binnert was zeer blij en dankbaar, dat zal duidelijk zijn.

Kordaat betekent ferm, vastbesloten. Het is via het Spaanse cordato in onze taal terechtgekomen. In het Spaans betekent het verstandig. Het eerste deel cor komt uit het Latijn: hart. Dat zit bij Linde duidelijk op de goede plaats.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: kniftig

Student Esmee is een Hagenees maar daar hoor je niets van in het dagelijks leven. Ik vind dat bijna jammer want ik heb een zwak voor het Haags, dat net als de andere Zuid-Hollandse dialecten zo mooi zangerig is. Esmee leerde me het schitterende woord kniftig, dat ‘gek, raar’ betekent. Als taalliefhebber heeft  ze een zwak voor kniftige woorden, vandaar.

Ze mailt: “Kniftig is multi-inzetbaar. Iemand kan zich gedragen als een knift (een idioot), maar ook zaken als een looprits zou je kniftig kunnen noemen.” Een looprits is Haags voor een rits die steeds opengaat.

Ze tipt ook meteen het mooie Haagse of beter gezegd Scheveningse gebruik van scheldwoorden. In Scheveningen schelden ze namelijk met voorwerpen die in en rond het huis worden gebruikt. Lampenkap en kachelpijp bijvoorbeeld. “Hé kachelpijp, pleurt op.’ Best kniftig.
 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Sneakers

Dit bordje hing in de etalage van een schoenenwinkel. Ik vind het verwarrend. Wat had hier moeten staan: ‘altijd het nieuwste merk sneakers’ of ‘altijd de nieuwe merksneakers’?

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Uitdrukking van de dag: ivoren toren

Ik bezocht dus een symposium van linguïsten (zie post hierboven) en zag opnieuw dat de muren tussen universiteit en hogeschool best hoog zijn. De wetenschappers bedenken in hun ivoren torens allerlei interessante theorieën die niet altijd even handig zijn in het dagelijks leven. Maar dat is natuurlijk ook niet hun doel, dat besef ik heel goed. Veel onderzoek is beschrijvend en/of verklarend en niet zozeer toegepast.

Ivoren torens is een niet zo aardige uitdrukking (sorry, taalwetenschappers!) waarmee je aangeeft dat degene in de ivoren toren zich verheven voelt boven anderen of niet zo goed weet wat er speelt in de rest van de maatschappij. Het wordt vaak gezegd van wetenschappers, politici of kunstenaars. Deze laatste twee beroepsgroepen wordt ook vaak verweten dat ze ‘grachtengordel’ zijn. Dit betekent min of meer hetzelfde als ivoren toren, namelijk elitair, de aansluiting met ‘de gewone man’ missend.

De uitdrukking ivoren toren is volgens etymologiebank een leenvertaling van het Franse tour d’ivoire, geïntroduceerd door de dichter Charles A. Sainte-Beuve (1804-1869). De schrijver Henry James liet een onvoltooide roman na met de titel Ivory Tower. Volgens onze Taal kennen veel talen deze uitdrukking.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Hun maken geen fouten

Gisteren bezocht ik in Leiden een symposium van taalkundigen met als titel ‘Goede redenen voor foute taal’. Hun zeiden dat taalfouten eigenlijk niet bestaan, maar dat er slechts taalvariaties zijn.

Veel mensen gruwen van ‘hun’ als onderwerp van een zin (ik ook). Maar in bovenstaande zin – hun zeiden dat taalfouten eigenljk niet bestaan – is het duidelijk wie het onderwerp van de zin is. Dus wat is eigenlijk ons probleem? Taalnormen zorgen voor uitsluiting van taalgebruikers die zich niet aan deze regels houden, tot sociale discriminatie dus, volgens de taalwetenschappers. Spellingsregels mochten gelukkig wel van de meeste aanwezigen, hoewel sommigen daar ook ongelukkig bij keken. Er werd zelfs opgeroepen tot taalanarchie. Maar de meesten leek het toch handig om scholieren en studenten de spellingsregels te leren. Alsjeblieft wel, zeg.

De interessantste bijdrage van het symposium was de lezing van taalkundige Jenny Audring die ons meenam in een oprukkend taalsysteem dat wij allemaal onbewust toepassen:

‘Hou jij van boerenkool?’

‘Ja, ik eet het elke week.’

Volstrekt normale conversatie, toch? Behalve dat boerenkool een mannelijk woord is en je volgens de regels van de grammatica eigenlijk ‘ik eet hem iedere week’ zou moeten schrijven. Maar dat klinkt heel raar.

‘Hou jij van dit meisje?’

‘Ja, zie haar elke dag.’

Klinkt ook prima. Maar meisje is onzijdig en volgens de regels van de grammatica zou je ‘ik zie het elke dag’ moeten schrijven. Maar dat staat idioot.

Audring ontdekte dat wij ongeacht het grammaticale woordgeslacht van een woord in toenemende mate met ‘hij, hem, zij, haar’ verwijzen naar woorden die mensen, dieren of zeer concrete dingen aanduiden. Hoe abstracter een woord is, hoe meer we ernaar verwijzen met ‘het’. Met andere woorden hoe lager een woord zich in de zogenaamde animacy hierarchy bevindt, hoe vaker er met ‘het’ naar verwezen wordt.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: ongenaakbaar

Rihanna heeft haar dertigste top-10-notering in de belangrijkste hitlijst van Amerika gescoord. Met het nummer Love on the Brain dat deze week binnenkwam op 8 in de Billboard Hot 100 laat ze Michael Jackson (29 top-10-noteringen) achter zich.

Nu staat Rihanna in het rijtje van the Beatles (34 toptienhits) en Madonna. Maar Madonna is nog steeds ongenaakbaar, meldt de Volkskrant vandaag. Mads staat er namelijk met 38 top-10-noteringen in. Beat that, Rihanna.

Ongenaakbaar betekent onverslaanbaar, veel sterker zijn dan de concurrenten. Daarnaast betekent het ook afstandelijk. Met een ongenaakbaar meisje ga je niet gezellig een biertje drinken. Ik denk eigenlijk dat Madonna misschien wel ongenaakbaar in beide betekenissen is.

Ongenaakbaar komt van het werkwoord genaken dat naderen, dichterbij komen betekent. Er schijnt ook nog een woord genaakbaar te bestaan dat makkelijk te benaderen betekent, maar daar had ik zelf nog nooit van gehoord.

Bron: etymologiebank

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: hoteldebotel

‘Zeg X,’ zeg ik tegen een student die totaal niet aan de les meedoet, ‘waar zit je met je gedachten?’
Gejoel van de rij achter hem. X is verliefd, begrijp ik uit de grappen.
X kleurt, maar zegt stralend: ‘Hoteldebotel, mevrouw.’

Wat een baas!

Deze prachtuitdrukking betekent stapelverliefd, maar kan ook gek betekenen. Misschien is dat eigenlijk niet eens zo heel verschillend. Het woord stamt af van het jiddische woord overlewotel of overwotel, dat ‘geheel overstuur, in de war’ betekent.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone