Selecteer een pagina

Taalvandaal

In Spaarnwoude fietste ik langs een bord met de mededeling echt wegdek. Daar had een lolbroek de SL weggekrast. Waarschijnlijk een gastje van twaalf. Ik moest er hardop om lachen, wat natuurlijk iets zegt over mijn puberale gevoel voor humor.

Een kwartiertje verder fietste ik op de Anaaldijk (K afgeplakt) voorbij het bord: iets in de rekken plaatsen (F weg). Pas toen ik bij een bushalte het waarschuwingsbord ron kan glad zijn las (per weggekrast), wist ik het zeker: dit is het werk van een taalvandaal.Yess.

Zijn er lezers met vergelijkbare voorbeelden van het werk van taalvandalen in de openbare ruimte?

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: boekensneuper

Zaterdag was er een antiquarische boekenbeurs in ons stadje. Dat is linke soep. Je gaat na de wekelijkse boodschappen op de markt ‘nog even een kijkje nemen’ en voor je het weet dwaal je uren rond tussen de boeken en overtreffen de uitgaven aan boeken ruimschoots de kosten van de boodschappen.

De schade bleef dit keer beperkt tot vijf kwartier neuzen en de aankoop van één prachtige uitgave: Ollie B. Bommel’s Fotoboek uit 1952. Daarin zet Marten Toonders Heer van Stand zijn eerste schreden op het pad van de fotografie. Met als toegift enkele wonderspreuken, zoals ‘Als het toestel beweegt, maken we een bewogen foto’.

Kortom, het was een fijne middag voor een boekensneuper. U zult dat woord niet aantreffen in de Dikke Van Dale. Wel het woord sneupen, afkomstig uit het Fries, dat struinen betekent.

De boekensneuper is iemand die volgaarne boekhandels en markten afstruint, op zoek naar fraaie en bijzondere uitgaven. De term kreeg een officiëlere status toen in 1989 het boekje ‘ABCDarium voor de boekensneuper’ verscheen. Auteur Ayolt Brongers bracht er alle wetenswaardigheden voor de boekenliefhebber in samen. De latere drukken kregen de titel ‘Boekwoorden woordenboek’. Maar de ondertitel luidt nog altijd: handleiding voor boekensneupers.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: querulant

Toen ik nog bij het zakenblad Quote werkte – toch alweer twaalf jaar geleden- , ontving ik met enige regelmaat brieven, en de laatste jaren vooral mails, van mensen die meenden dat hun (groot) onrecht was aangedaan door bedrijven dan wel de overheid (dan wel het Koninklijk Huis).

Ook de andere redacteuren kregen post van boze burgers. Zij die er al wat langer werkten, hadden een eigen bestandje van “querulanten” opgebouwd met wie zij zich na verloop van tijd zelfs een beetje verbonden voelden.

Zij waren vooral geliefd vanwege het kleurrijke proza waarvan zij zich vaak bedienden, en een soms nog kleurrijkere fantasie – de echte mafklappers schreven lange, handgeschreven epistels in een griezelig net handschrift, met eindeloze verhandelingen over Prins Bernhard, en hoe deze medeverantwoordelijk was voor het nazileger dat onder de Noordpool werd gekloond.

Je kon als journalist het querulantenleger niet zomaar terzijde schuiven. Wie weet was het vermeende onrecht hun aangedaan helemaal niet zo vermeend, maar had er inderdaad ergens iemand in een bedrijf of overheidsinstelling vreselijk staan prutsen (of erger) waardoor onschuldige, ondernemende burgers zomaar het faillissement in werden gejaagd, huis kwijt, echtscheiding, verblijf in daklozencentrum, enzovoorts, enzoverder. Het kwám (en komt) voor.

Zo had ik een querulant wiens totale vermogen, ongeveer zeven miljoen gulden, in een beleggingsfonds van een grote verzekeraar was gestopt die daar zeer slordig mee was omgesprongen. De man was alles kwijt, had ook nog eens een advocaat gehad die op cruciale momenten de verkeerde beslissingen nam of niet thuis gaf.

Hij had met recht iets om over te klagen. Zijn tragiek: hij sprak de taal van het systeem niet, kreeg overal het spreekwoordelijke deksel op de neus. Ja, en dan ga je queruleren, met in zijn geval zeer grote persoonlijke gevolgen, waar ik nu niet op in wil gaan.

Sommigen querulanten van toen groeiden uit tot nationale bekendheden die journalisten van naam wisten te winnen voor hun klaagzang en hun complottheorieën, vaak twee handen op één buik. Hun naam noemen, is niet zonder gevaar; voor je het weet heb je tot in lengte der dagen hun digitale aandacht en die van hun volgelingen, want sociale media zijn de natuurlijke habitat waar querulanten aller landen elkaar eenvoudig weten te vinden.

Mooi woord, eigenlijk, querulant. Een gedicht op zichzelf met die zeldzame “q”, en dan die é-, ú- en áh-klank. Het stamt af van het Latijnse werkwoord “queror”, dat “klagen” betekent. Het woord “querulant” werd in 1793 binnen het Pruisische recht opgenomen in de betekenis van “iemand die voortdurend rechtszaken aanspant”.

Met dat type heb ik zelf ook te maken gehad toen ik eens voor Quote een vrouw interviewde die al tien jaar tegen haar ex procedeerde, twee keer tot aan de Hoge Raad, en die twee rechtszaken had gevoerd tegen voormalige advocaten, om na publicatie van mijn artikel ook tegen mij een kortgeding te beginnen, dat ze verloor (de leeftijden van de kinderen klopten niet helemaal in het stuk, slordig, maar geen halszaak).

Vroeger kende de psychiatrie het begrip “querulantenneurose”, dat het best kan worden vertaald als “volhardend dysfunctioneel klagen”. Dat dekt de lading eigenlijk wel mooi, want ook wij journalisten van Quote waren destijds onder de indruk van de volharding waarmee deze mensen hun noeste arbeid verrichtten – want dat was het vaak: klagen als vorm van dagbesteding.

Daar kan je lacherig over doen, maar mijn ervaring heeft geleerd dat échte querulanten meestal tragische wezens zijn, Don Quichottes tegen wil en dank die de strijd aangaan met het systeem omdat zij daar ooit, om wat voor reden dan ook, zijn vastgelopen. Het kan ons allemaal overkomen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Woord van de dag: powerbarfje

Gehoord op straat:

– Gast! Ben je oké?

– Ja hoor, even een powerbarfje, en ik kan weer door.

 

Navraag leert dat een powerbarfje de liefkozende benaming is voor het legen van de maag, om daarna weer vrolijk door te kunnen drinken.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Eens een dievegge, altijd een dief

Heerlijk, die taalcolleges met tweedejaars studenten. Een van mijn favoriete onderdelen is ‘woordenschat’. Studenten nemen een voor hen onbekend woord mee dat ze die week zijn tegengekomen. Zo kwam onlangs ‘dievegge’ ter sprake; de student in kwestie had er echt nog nooit van gehoord. Ergens snap ik dat wel. Waarom een vrouwelijk woord als het geslacht er niet toe doet; je spullen ben je toch wel kwijt. De uitroep “Houd de dievegge!” ooit gehoord? Natuurlijk niet. Tegen de tijd dat je de laatste lettergreep uitschreeuwt, is de crimineel al lang uit het zicht.
‘Dievegge’ klinkt eigenlijk veel te chic voor de vaardigheden die erbij horen. Als je de betekenis ervan niet kent, zou je het misschien best op je LinkedIn-profiel willen zetten. En nu we het toch over beroepen hebben: ik neig sowieso naar gelijke behandeling bij dit type benaming. Een docent is een docent, een redacteur is een redacteur… daar heeft sekse niks mee te maken.
Overigens lijkt het vrouwelijke woord ‘dievegge’ tegenwoordig enig in haar soort. Andere woorden die in het Middelnederlands eindigden op -egge, -ege of -igge, zoals meestrege (meesteres) en tavernierigge (herbergierster), staan niet meer in ons woordenboek.
Ik hoor mensen al reageren: “Juist daarom moet ‘dievegge’ behouden blijven!” Best een dilemma voor de taalpurist in mij.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

De verkiezingen: een ode aan Gummbah

Eind november vorig jaar kreeg ik van medeblogger Bertine het meesterwerkje ‘Net niet verschenen boeken’ van Gummbah cadeau. ‘Dit is geniaal!’, zei ze. Uit onze grote bewondering voor het absurdisme van Gummbah werd daarna al snel een nieuwe hobby geboren: net-echte Gummbah’s bedenken en elkaar met onze beste vondsten verrassen. In de praktijk houdt dit in dat ik niet meer kan stoppen met het verzinnen van buitenissige voornaam-achternaamcombinaties, die dan gekoppeld moeten worden aan een half-aannemelijke, literair klinkende boektitel. Eimert Schluck – Je kunt heel goed zonder nootmuskaatmolen. Zwanet van Poppel – Wreedheid zonder wroeging. Of: Guigje Sillevisch – Memoires van de meid. Dat werk.

Afgelopen woensdag verraste Bertine me met een nieuwe draai aan de Net niet verschenen boek-titels. ‘Ik heb net gestemd’,  appte ze. ‘Op Stannie Bokveld van Gladiolen ’18. Geen idee wat het voor club is, maar soit’. Ik had best willen pareren met: ‘Ik op Miljana Hurker-DeRosen, van Mokumbaya My Lord’, maar ik dacht eigenlijk gewoon dat het écht was.

Want echt, het is nauwelijks meer een uitdaging om melige partijnamen te verzinnen. Zo had ik in het Amsterdamse stemhokje de keuze uit onder meer de Amsterdamse Juffers, de Anti-Scooter Partij, de Blije Burgers, Carryonthemove, of Samen Alle Mensen Eén Nederland (SAMEN). In mijn stadsdeel kwamen daar nog bij: Groen & blauw behoud in Zuid, de Lijst Berlage, en Vooruit met de Pijp. Bovendien waren er drie partijen die in het geheel geen naam hadden. Dit verschijnsel werd door stadsblad de Echo, zonder oordeel, als volgt toegelicht: ‘Deze mensen waren te laat voor het registreren van een naam. Er komt alleen het lijstnummer op het stembiljet te staan met daaronder de kandidaten, red.’

Soms is de realiteit net een echte Gummbah.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Bravo

Omdat ik geen auto heb, leg ik alle stagebezoeken af met het openbaar vervoer. Als je op een dinsdagmiddag zacht schommelend in de streekbus naar Emmeloord zit, word je vanzelf erg zen. En je komt nog eens ergens.

Na vele jaren stagebezoeken valt op dat deze streekbussen om de paar jaar van eigenaar veranderen; iets met concessies en marktwerking. Alle bussen krijgen dan een nieuwe naam, nieuwe kleuren en nieuwe logo’s. Alle buschauffeurs krijgen een nieuw pak in de huiskleuren (met een shawltje voor de dames), er komen nieuwe bushaltes en de buslijnen krijgen een nieuw nummer. Wordt het daarmee voor iemand – reizigers of buschauffeurs – beter? Hahaha, nee.

Als je op een woensdagmiddag weer eens achterin die streekbus naar Valkenswaard zit, denk je vanzelf: kunnen we het geld dat hieraan besteed wordt, niet beter aan de buschauffeurs geven?

Die bus naar Valkenswaard heet tegenwoordig trouwens Bravo (daarvoor Hermes, Arriva, Connexxion, BBA, Ema). Het is de afkorting van ‘Brabant vervoert ons’.

Wat?? Daar klopt natuurlijk hélemaal niets van. Dat had toch Wij vervoeren Brabant moeten zijn? Wivebra! Alvast gratis tip voor de volgende eigenaar.

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Uitdrukking van de dag: zich stierlijk vervelen

Tijdens het voorjaarsreces vorige week heb ik mijn voornemen om eens he-le-maal niets te doen helaas niet kunnen uitvoeren. Een pittige takenlijst en een trits sociale verplichtingen gooiden roet in het eten. Die had ik natuurlijk kunnen uitstellen tot na de vakantie, maar het (calvinistische?) plichtsbesef was sterker dan de zucht naar zalig nietsdoen. Dolce far niente, zoals de Italianen het noemen.

Een van de geplande bezoekjes was een kraamvisite. De jonge moeder was bevallen met een keizersnee, waarvan de datum al weken vaststond. Gelukkig bleek alles voorspoedig verlopen, met een blozende baby als resultaat. Moeders zelf lag er ook blozend bij en voelde zich uitstekend, ze had immers geen slopende horrorbevalling achter de rug en alles was weer netjes dichtgeniet. Het was haar derde keizersnee, dus de nieuwigheid was er  wel af.

Daar lig je dan, alleen in een ziekenhuiskamer met je kleine spruit, die weinig aandacht behoeft en de tijd goeddeels slapend doorbrengt. Veel aanloop had ze niet, want het merendeel van de familie en vrienden stond ergens in de vrieskou op een Franse of Oostenrijkse berg. “Ik wil naar huis, ik verveel me hier stierlijk,” klonk het dan ook uit moeders mond. Ik kon een licht gevoel van jaloezie niet onderdrukken. Niet dat ik graag een blakend babyjongetje op deez’ aard’ had willen zetten, maar dat stierlijk vervelen had me heerlijk geleken. Een volle week he-le-maal niets doen. De luxe!

Je stierlijk vervelen heeft slechts zijdelings met runderen te maken, hoewel die doorgaans geen overvolle agenda hebben en ruim de tijd om chill te liggen herkauwen. ‘Stierlijk’ heeft hier de betekenis van ‘heel erg’, ‘in hoge mate’. De oorsprong ligt in de zeevaart. Zeelieden die de woeste baren missen als ze langer aan wal zijn dan gewoonlijk, gaan zich vervelen. Ze ‘hebben er het land aan’ dat ze nog niet terug naar zee kunnen. Om het kracht bij te zetten werd het later ‘het land hebben als een stier’, verwijzend naar het gevoel dat we stieren toedichten als er geen koeien in de buurt zijn. Wel zo rustig voor die koeien trouwens, kunnen ze zich lekker stierlijk liggen vervelen tijdens het herkauwen.

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone

Uitvolkoren

Buiten loeit de ijsstorm, binnen kijk ik genoeglijk eerste versies van teksten van studenten na. Sommige docenten hebben een hekel aan nakijken (honderd keer hetzelfde tentamen), maar als schrijfdocent heb ik geluk met steeds een nieuw verhaal om na te kijken. Vandaag heb ik al de hele dag lol om een spelfout die ik las in een tekst: ‘het uitvolkoren volk’. Meestal is zoiets simpelweg een typefout, maar soms blijkt het verkeerd in iemands hoofd te zitten.

Ik zie een nieuw soort cereals voor me, bruine-rijst crispies in de vorm van kleine mensjes: het uitvolkoren volk. Ik ben er vrij zeker van dat daar mondiaal een markt voor is.

 

 

Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on TumblrShare on Google+Email this to someone