Selecteer een pagina

Woordenboekspel 31 oktober 2016

Het Ikzegookmaarwat-Woordenboekspel!

Wat is de betekenis van het woord ostracisme?
 
 
 
 

 

Woord van de dag: penthouse

Voor sommigen is het ongetwijfeld goed nieuws. Anderen zullen het zien als het zoveelste bewijs dat de Amsterdamse binnenstad verloedert. Hoe dan ook: Justin Bieber schijnt een penthouse van ruim 24 miljoen gekocht te hebben op de Dam in Amsterdam. Het bericht kwam naar buiten via Shownieuws, dus dan zal het wel kloppen.

Een penthouse is volgens Van Dale een (ex­clu­sief) ap­par­te­ment op de hoog­ste ver­die­ping van een flat­ge­bouw, met een dak­ter­ras of dak­tuin. Het woord komt volgens bronnen op de etymologiebank uit de Verenigde Staten, waar het aan het einde van de negentiende eeuw werd gebruikt als benaming voor een appartement op de bovenste verdieping van een gebouw.

De oorsprong van het woord is nog veel ouder. Het gaat terug op Middelengels: pentice of pentis, dat ‘uitstekend gebouwdeel met afdak’ betekent. Dat is weer afgeleid van het Oudfranse appentis (afdak), en dat komt weer voort uit het Latijn: appendere, afwegen, ophangen.

Volgens Marlies Philippa, auteur van het Etymologisch woordenboek van het Nederlands, raakte het woord in Nederland in de jaren tachtig algemeen bekend, mogelijk door Amerikaanse televisieseries als Dynasty, waarin een van de hoofdpersonen een penthouse bewoont, of door de introductie van de Nederlandse uitgave van het mannentijdschrift Penthouse in 1986.

Justin Bieber is overigens niet de enige die graag een penthouse in Amsterdam bewoont. Zijn goede vriend Martin Garrix, bekend dj, kocht er onlangs ook een. Die let echter wat meer op de kleintjes. Zijn penthouse op de Zuidas in Amsterdam kostte slechts 1 miljoen euro.

 

Woord van de dag: choropleet

Het is u waarschijnlijk niet ontgaan: in de Verenigde Staten kiezen ze binnenkort een nieuwe president. Volgens de peilingen maakt Hillary de meeste kans. Maar Donald is vaak goed voor een verrassing, dus niets staat vast.

Daar komt bij: het Amerikaanse kiesstelsel is nogal ingewikkeld. Als je meer dan de helft van de stemmen behaalt, ben je nog niet zeker van de overwinning. Ze werken daar namelijk met kiesmannen per staat. Daardoor is het zaak om in belangrijke staten de meeste stemmen te behalen. Vandaar dat je vaak onderstaand soort overzicht tegenkomt, om aan te geven wie volgens de peilingen voorop ligt in elke staat. De blauwe staten lijken een prooi voor Clinton te worden, Trump doet het goed in de rode staten.

map

Zo’n kaart blijkt een naam te hebben, leerde ik dankzij het politicologisch weblog Stuk Rood Vlees: choropleet. De naam is een combinatie van de Griekse woorden choros (gebied) en plethos (waarde). Een choropleet is bedoeld om in één oogopslag duidelijk te maken hoe de stand van zaken is.

Maar wat blijkt? Daar slaagt de choropleet vrij slecht in. Want niet de oppervlakte van een staat doet er toe, maar het aantal inwoners. En dat gaat lang niet altijd gelijk op. Meer uitleg hierover in de lezenswaardige blogpost Hoed u voor de choropleten!

 

Woord van de dag: argeloos

‘Dief op heterdaad betrapt na zakkenrollen van agent’, kopt het Parool vanochtend. ‘Een argeloze dief viel in de nacht van zaterdag op zondag in het centrum door de mand toen hij zijn hand in de zak van een agent in burger liet verdwijnen,’ vervolgt het bericht.

Wat een sukkel, die dief. Maar om hem nou argeloos te noemen, zoals het Parool doet, dat gaat me te ver. Want argeloos betekent: ‘aan geen kwaad denkend, onschuldig.’ Dat lijkt me niet van toepassing op deze dief, die toch echt iets kwaads in de zin had.

De herkomst van het woord argeloos komt van ‘zonder arg = kwaad’ Bron: etymologiebank

 

 

 

 

Wispelturig

Een bevriende collega zou komen eten en ik twijfelde over het menu. Indisch of Italiaans? Tapas of mezze? In een poging een beslissing te forceren informeerde ik per Whatsapp naar haar voorkeuren en eventuele dieetwensen. Het antwoord gaf geen uitsluitsel: ‘Ik lust alles.’ Orgaanvlees dan maar? Mwah, daar ben ik zelf niet echt dol op. Pasta carbonara, met een salade caprese erbij? Nee, haring-bietensalade, yum! Ik was al halverwege het boodschappenlijstje toen ik me opnieuw bedacht: Elzasser zuurkoolschotel.

‘Wat ben je wispelturig,’ appte de collega, toen ik haar voor de vijfde keer een bericht stuurde. Wispelturig betekent ‘grillig’, ‘veranderlijk’, ‘zich doelloos voortbewegen.’ Het doet een beetje denken aan ‘kwispelen’ en dat is niet eens vergezocht volgens bepaalde taalkundigen. Het tweede deel van wispelturig vindt zijn herkomst in ‘tierig’ en ‘tieren’, zoals in ‘armetierig’ en ‘goedertieren’. Uiteindelijk serveerde ik een door jeugdsentiment ingegeven kindermenuutje: kip met friet en sla. Volgende keer die zuurkoolschotel. Of toch de bietensalade?