Selecteer een pagina

Hoe zat het ook alweer? Bij dezen

Veel mailtjes met bijlagen vandaag. Na de aanhef – van ‘hi mevrouw’ tot ‘geachte Machteld’ – volgt steevast ‘Bij deze’. Dat moet ‘bij dezen‘ zijn. Die -n is een oude naamvals-n. Het moderne Nederlands heeft geen naamvallensysteem meer, maar in ‘versteende’ vormen als te dezen, in dezen, bij dezen en namens dezen is de n bewaard gebleven.

Bij dezen een ‘modern’ alternatief: schrijf gewoon ‘hierbij’.

Bron: Onze taal.

 

 

 

Woord van de dag: gebbetje

Een van mijn lievelingswoorden zou ik vandaag graag met jullie delen: gebbetje. Niet omdat ik nou zo’n bijzonder geestige aard heb, maar ik heb wél een zwak voor de volkstaal. Als getogen Maastrichtenaar kon ik mijn lol wel op (van ‘reijstartele’ tot ‘speijtuut’), maar nu heb ik al zo’n tien jaar mijn hart verpand aan ’t Amsterdamse, ook niet verkeerd.

Gebbetje is het Amsterdamse woord voor grapje. Volgens ons aller geliefde etymologiebank is het afgeleid van het werkwoord gabben, dat ‘gekheid maken’ betekent, gabben is vervolgens weer afgeleid van ‘gabberen’, waarmee ‘babbelen, wauwelen en spottend lachen’ wordt bedoeld.

Het enige jammere aan dit woord is, vind ik, dat ik het bijna nooit meer hoor. Ik wil daarom bij dezen alle lezers van deze post oproepen het woord mínstens één keer per dag te gebruiken – al dan niet vergezeld van een grapje.

Woord van de dag: bungalow

Afgelopen weekend logeerde ik met twaalf oud-huisgenoten uit mijn studententijd bij een van ons in Enschede. Zij bewoont een schitterende bungalow in een lommerrijke wijk. Gisterochtend had ik het er met mijn kamergenoten – van wie er een binnenkort een nieuwbouwhuis in Amsterdam betrekt – over of we zelf in een bungalow zouden willen wonen. Ik vind het wel wat hebben; mijn schoonmoeder heeft er ook een en ik waan me altijd in een Amerikaans filmdecor. We vroegen ons ook af wat de herkomst van het woord is. Ik riep meteen dat ik dat vandaag uit zou zoeken voor Ikzegookmaarwat. Dus dames, bij dezen: de bungalow is van oorsprong een Indiaas landhuis van één verdieping hoog, omgeven door veranda’s. Het komt van het Hindoestaanse woord banglā dat ‘Bengaalse’ betekent. Ewoud Sanders schreef er in het Geoniemenwoordenboek onder andere over hoe de van oorsprong koloniale bungalow in Engeland de functie kreeg van vrijetijdswoning of buitenhuisje. ‘Het idee sloeg aan en de bungalow verbreidde zich binnen enkele decennia over de hele westerse wereld, hardnekkig achtervolgd door een aura van luxe — want wie kon zich eigenlijk een buitenhuisje veroorloven? — en ontspanning. […] De meeste Nederlanders moesten zich behelpen met een bungalowtent.’ Dat gold dit weekend ook voor één van mijn vriendinnen. Bij gebrek aan ruimte in onze Enschedese herberg, sliep ze in de tuin en evolueerde zo haar ieniemini iglotent tot bungalowtent.

Woord van de dag: vei

Ik ben fervent Wordfeud-speler (Scrabble, maar dan via een app). Niet alleen leuk, maar ook leerzaam want mijn tegenspelers leggen vaak woorden waarvan ik het bestaan niet ken en ook zelf schuif ik zo nu en dan wat letters naast elkaar die een mij onbekend woord vormen dat door Wordfeud wordt goedgekeurd.

Gisteren legde ik ‘vei’, tegenspeler DP vroeg onmiddellijk naar de betekenis en ik beloofde hem die vandaag hier te vertellen. Bij dezen. Vei betekent 1) Groeizaam 2) Mals 3) Vruchtbare grond 4) Welgedaan 5) Welig 6) Wulps 7) Zeer vruchtbaar.

(Bron: bij gebrek aan Van Dale gebruikte ik Encyclo.nl)

 

Woord van de dag: verwittigen

Onze opleiding hanteert een taalnorm: wanneer een student meer dan een x-aantal (en dat aantal is afhankelijk van het vak) fouten maakt, krijgt hij voor zijn werk een 1. Op een kaartje dat iedere propedeusestudent aan het begin van het schooljaar krijgt, staan de belangrijkste taalregels (van werkwoordspelling via hun/hen naar als/dan).

In deze periode geef ik studenten die moeite met taal hebben wat extra lessen. Een aantal van hen had nog nooit een ‘taalnormkaartje’ gezien, dus ik besloot er een paar te halen op de propedeusekamer. Op het bureau van collega T. lag nog een hele stapel. Ik stak ze in mijn zak en riep dat ik hem zelf van deze diefstal zou verwittigen. “Mooi woord”, riep medeblogger Lisette. “Voor de blog.” Bij dezen: iemand verwittigen betekent ‘kennisgeven, waarschuwen, inlichten’ (Van Dale).