Selecteer een pagina

Taalergernis: Interpunctie heeft een functie

Intussen, op het stadsdeelkantoor van Amsterdam-Oost.

“We krijgen veel vragen over de opgeheven tuinkorflocatie.”

“Goed dat je het zegt ik maak meteen een bord dat we neerzetten op de bewuste locatie of is het lokatie de mensen moeten tenslotte weten waar ze voortaan met hun tuinafval heen moeten dat is nu de Sumatrakade zal ik er meteen ook opzetten dat we er nieuw gras gaan zaaien anders is het zo kaal met al die regen wordt het meteen zo’n blubberzooi wat vind jij”

Woord van de dag: Rampetampen

Patty Brard ligt al jaren overhoop met haar familie. Zo is te lezen in de meest recente editie van Linda en andere media citeerden er gretig uit. Dochter Priscilla heeft ze al acht jaar niet gezien en ook is Patty gebrouilleerd met haar zus. Daarover zegt La Brard: ‘Er speelt veel jaloezie mee. Zij moest zich vroeger het rampetampen studeren, ik leerde heel makkelijk.’

Welke opleiding de zus heeft gevolgd vermeldt het stuk niet, maar hopelijk heeft ze niet daadwerkelijk hoeven rampetampen voor haar diploma.

Rampetampen, een woord dat rond 1970 zijn intrede deed in de Nederlandse taal, betekent neuken. Het is afgeleid van tamp, een scheepsterm die ‘uitstekend eind touw’ betekent en ook penis. Vermoedelijk bedoelde Patty dat haar zus zich zich vroeger het (of de) rambam moest studeren. Dit betekent zoveel als ‘zich een ongeluk werken.’

Dat brengt me op de volgende uitdrukking: zich de rambam rampetampen. Het klinkt misschien niet aanlokkelijk, maar bekt wel lekker, met al die rollende r’en.

 

Uitdrukking van de dag: geen sjoege geven

Het was maandagmiddag. De groep studenten had er al een intensieve dag opzitten met lessen, een gastcollege en een excursie. Het was dan ook niet verwonderlijk dat ze onderuitgezakt wezenloos voor zich uit of op hun telefoon zaten te staren. Ergerlijk was het wel. Mijn les vereiste aandacht en inzet, maar op mijn vragen en opdrachten gaf de groep totaal geen sjoege. Wat ik ook probeerde, geen reactie.

Sjoege komt uit het bargoens (dieventaal) en is waarschijnlijk ontleend aan het Jiddische sjoewe, dat ‘antwoord geven’ betekent. Waar de g-klank vandaan komt is onduidelijk. Die zou onder invloed van mesjogge of mesjokke (gek, krankzinnig) kunnen zijn ontstaan.

Je kunt met sjoege veel kanten op: je kunt het (niet) geven of krijgen, maar ook (niet) hebben of nemen. Met dat laatste wordt bedoeld ‘de zaak bekijken, nadenken’.

Dat is precies wat ik ga doen, want aanstaande maandag sta ik op hetzelfde uur voor dezelfde groep. Tom Poes, verzin een list.

Woord van de dag: dalven

In een Volkskrantartikel over corruptie bij de politie stuitte ik vanmorgen op het woord ‘dalven’. Het stond in een allitererend rijtje van zogenoemde ‘ontstekers van corruptie’: ‘dames, drank, dubbeltjes, dalven, dobbelen en dirty tricks’. Bij de meeste kan ik me wel een voorstelling maken, hoewel ik in die opsomming ‘dubbeltjes’ door ‘dollars’ zou vervangen. Voor luttele dubbeltjes gaat zelfs de meest inhalige agent niet over de schreef, vermoed ik. Maar goed, ‘dalven’ dus. Dat is het persoonlijk voordeel afdwingen door ambtenaren.

“De politiecultuur kent een speciaal woord: ‘dalven’, het versieren van kortingen door agenten. De middenstand, de horeca, vooral de afhaalchinees en snackbarhouder, kunnen ervan meepraten.” (Elsevier, 26/04/97)

‘Dalven’ is bargoens (dieventaal) voor ‘bedelen, bietsen’ en stamt uit de negentiende eeuw. Vermoedelijk is het ontleend aan het West-Jiddische ‘dalfe(ne)n’, dat ook ‘bedelen’ betekent en is te herleiden tot de Hebreeuwse naam Dalfōn, een van de tien zonen van de Pers Haman (Esther 9:7). Het is echter onduidelijk wat de bijbelse Dalfōn met armoede te maken heeft.

Een andere theorie is dat ‘dalven’ verband houdt met het -eveneens Jiddische- woord voor ‘druppelen, druipen’. Daarmee is een link gelegd met het Duitse ‘Tropf’, een onbeduidend en beklagenswaardig persoon.