Selecteer een pagina

Uitdrukking van de dag: zich stierlijk vervelen

Tijdens het voorjaarsreces vorige week heb ik mijn voornemen om eens he-le-maal niets te doen helaas niet kunnen uitvoeren. Een pittige takenlijst en een trits sociale verplichtingen gooiden roet in het eten. Die had ik natuurlijk kunnen uitstellen tot na de vakantie, maar het (calvinistische?) plichtsbesef was sterker dan de zucht naar zalig nietsdoen. Dolce far niente, zoals de Italianen het noemen.

Een van de geplande bezoekjes was een kraamvisite. De jonge moeder was bevallen met een keizersnee, waarvan de datum al weken vaststond. Gelukkig bleek alles voorspoedig verlopen, met een blozende baby als resultaat. Moeders zelf lag er ook blozend bij en voelde zich uitstekend, ze had immers geen slopende horrorbevalling achter de rug en alles was weer netjes dichtgeniet. Het was haar derde keizersnee, dus de nieuwigheid was er  wel af.

Daar lig je dan, alleen in een ziekenhuiskamer met je kleine spruit, die weinig aandacht behoeft en de tijd goeddeels slapend doorbrengt. Veel aanloop had ze niet, want het merendeel van de familie en vrienden stond ergens in de vrieskou op een Franse of Oostenrijkse berg. “Ik wil naar huis, ik verveel me hier stierlijk,” klonk het dan ook uit moeders mond. Ik kon een licht gevoel van jaloezie niet onderdrukken. Niet dat ik graag een blakend babyjongetje op deez’ aard’ had willen zetten, maar dat stierlijk vervelen had me heerlijk geleken. Een volle week he-le-maal niets doen. De luxe!

Je stierlijk vervelen heeft slechts zijdelings met runderen te maken, hoewel die doorgaans geen overvolle agenda hebben en ruim de tijd om chill te liggen herkauwen. ‘Stierlijk’ heeft hier de betekenis van ‘heel erg’, ‘in hoge mate’. De oorsprong ligt in de zeevaart. Zeelieden die de woeste baren missen als ze langer aan wal zijn dan gewoonlijk, gaan zich vervelen. Ze ‘hebben er het land aan’ dat ze nog niet terug naar zee kunnen. Om het kracht bij te zetten werd het later ‘het land hebben als een stier’, verwijzend naar het gevoel dat we stieren toedichten als er geen koeien in de buurt zijn. Wel zo rustig voor die koeien trouwens, kunnen ze zich lekker stierlijk liggen vervelen tijdens het herkauwen.

Uitdrukking van de dag: Nieuwsgierig Aagje

Tijdens het nakijken van een opdracht voor het vak Tekstschrijven stuitte ik op een spelfout (‘nieuwschierig’) die me op de uitdrukking ‘nieuwsgierig Aagje’ bracht. Zelf nieuwsgierig geworden zocht ik de herkomst ervan op. Blijkt me daar toch een heel (zielig) verhaal achter te zitten. Avontuur! Hoererij! Diefstal! Slutshaming!

Het nieuwsgierig Aagje van Enkhuizen komt als personage voor het eerst voor in het 17e eeuwse kluchtboek De Gaven van de milde St. Marten (doorscrollen naar blz 17). Voor wie het ouderwetse taalgebruik een belemmering is, volgt hier een beknopte versie in hedendaags Nederlands.

Het verhaal speelt zich af tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621) in de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. Aagje is een jonge vrouw uit Enkhuizen en getrouwd met een smid. In de buurt woont schipper Freek, die geregeld op Antwerpen vaart. Freek zit vol verhalen en Aagje wil die mooie stad wel eens met eigen ogen aanschouwen. Ze zeurt net zo lang bij haar man (‘lelde de Smit soo langh aen ’t hooft’) tot deze haar belooft dat ze mee mag met de buurman. De smid geeft Aagje honderd gulden, waarmee ze in Antwerpen materialen voor hem moet kopen.

In Antwerpen gaat het natuurlijk helemaal mis. Eenmaal aangemeerd aan de kaai gaat schipper Freek eerst zijn zaken regelen en belooft daarna Aagje rond te leiden door de stad. Het nieuwsgierige wicht kan haar ongeduld echter niet bedwingen en trekt er alleen op uit, in haar beste Enkhuizer goed en met de honderd gulden op zak. Het duurt niet lang of ze wordt aangesproken door een gladde Spaanse Brabander, die haar begroet met ‘nichteken’, de benaming voor hoer.

De naïeve Aagje meent echter dat deze sinjeur familie van haar is (ze had haar moeder horen vertellen over neef Ian van Spanje) en gaat in op zijn uitnodiging haar de stad te laten zien. Dan begint de ellende pas goed. Aagje belandt in een bordeel (‘t slimste hoerhuys’), wordt dronken gevoerd, misbruikt en beroofd van de honderd gulden, haar zilvergoed en mooie Enkhuizer kleren. ‘Neef Ian van Spanje’ gaat er schielijk vandoor en Aagje, nog steeds starnakel en buiten westen, wordt door de hoeren in een ‘bootsgesels kleetje‘ gehesen, krijgt een schippersmutsje opgezet, wordt in een bakermat gelegd en naar buiten gezeuld. Daar is ze het mikpunt van spot van passerende handwerkslieden.

Uiteindelijk ziet de onfortuinlijke Aagje haar buurman Freek langslopen, die haar nauwelijks herkent in die lompen. Eenmaal terug in Enkhuizen wordt het ‘avontuurtje zo veel verduystert als ‘t mogelijck was’, maar in Antwerpen lachen ‘Ian van Spanje’ en zijn confraters nog lang en smakelijk om de lotgevallen van ‘t nieuwsgierige Aagje van Enkhuizen. 

Luister hier naar het oorspronkelijke verhaal (7’30”):

 

Woord van de dag: akkefietje

Een paniekerig telefoontje van een student: ‘Mevrouw, welke opdrachten moeten er morgen worden ingeleverd?’ De student in kwestie had er twee af, maar hoorde nu van een klasgenoot dat er een derde opdracht was. Met een deadline om tien uur de volgende ochtend zou dat nog een stevige klus worden. De student betoogde dat hij niets wist van die opdracht en dat hij er dus niets aan kon doen dat het niet af was (drie ontkenningen in een draak van een redenering, bah. Maar dat terzijde).  

Mijn weerwoord luidde simpelweg: het staat in de modulehandleiding die je aan het begin van het semester hebt gekregen en had moeten lezen. Een klassiek gevalletje RTFM. De student protesteerde, werd boos en gooide er tot slot een smekend ‘ja maar’ plus flut-excuus tegenaan. Ik hield voet bij stuk en wees hem fijntjes op de mogelijkheid deze opdracht te herkansen. Over drie maanden. Einde van dit akkefietje.

Maar niet voor de student. Hij had nog 22 uur om deze onaangename opdracht te klaren. Akkefietje betekent namelijk ‘vervelend klusje’, maar het wordt vaker gebruikt in de zin van ‘voorval, ruzietje’. Aan ruzie heb ik een broertje dood, maar andere akkefietjes, kom, daar zet je ferm de schouders onder en voer je zonder morren uit. Als het klaar is drink je er een stevige borrel op, een aquavit bijvoorbeeld.

Daarmee komen we op de (vermeende) herkomst van het woord: via het Latijn (aqua vītae) en/of Scandinavisch (akvavit) zou ‘akkefietje’ in het Fries terecht zijn gekomen als ‘akkefyt’, ‘akkefytsje’ en vervolgens zijn vervormd tot het tegenwoordige ‘akkefietje’. Mijn soort volk, die Friezen. Zonder ruziën een rotklus klaren en dan samen het glas heffen op de goede afloop.

Woord van de dag: antimakassartje

Collega Rob plaatste deze week op Facebook een sepiakleurige foto van zichzelf, lezend in een oude omroepgids en gezeten voor een ouderwets tv-toestel. De piepjonge Rudi Carrell op het scherm versterkt de suggestie dat het hier gaat om een kiekje uit de late jaren vijftig of vroege jaren zestig. Over de rugleuning van de gestoffeerde oorfauteuil waarop Rob zit, ligt een gehaakt doekje dat opvallend wit afsteekt tegen de rest van de foto: een antimakassartje.

Het Nederlandse antimakassartje is afgeleid van het Engelse antimacassar. Dat woord is gevormd uit het voorvoegsel anti-, dat ‘tegen’ betekent, en de naam Macassar. Die naam verwijst naar een in de negentiende en begin twintigste eeuw door mannen gebruikte haarolie. Deze makassarolie werd geproduceerd in de gelijknamige Indonesische havenstad. Een antimakassartje is in feite een soort antivetkuifkleedje: een lapje stof dat de rugleuning van fauteuils, sofa’s en canapés beschermt tegen vlekken veroorzaakt door de haarolie.

Oudere lezers herinneren zich misschien nog de aflevering van het Groot Dictee der Nederlandse Taal uit 1997, met als juryvoorzitter schrijfster Hella Haasse, waarin het woord antimakassartje voor veel deelnemers een struikelblok bleek te zijn. Het beschermende doekje was in die tijd ook al in onbruik, dus het is niet verwonderlijk dat (bijna) niemand wist wat het was, laat staan hoe het te spellen. De volledige dicteetekst, getiteld De Boekenwurm, lees je hier.

 

Taalergernis: Interpunctie heeft een functie

Intussen, op het stadsdeelkantoor van Amsterdam-Oost.

“We krijgen veel vragen over de opgeheven tuinkorflocatie.”

“Goed dat je het zegt ik maak meteen een bord dat we neerzetten op de bewuste locatie of is het lokatie de mensen moeten tenslotte weten waar ze voortaan met hun tuinafval heen moeten dat is nu de Sumatrakade zal ik er meteen ook opzetten dat we er nieuw gras gaan zaaien anders is het zo kaal met al die regen wordt het meteen zo’n blubberzooi wat vind jij”