Selecteer een pagina

Actiepuntje

Afgelopen dagen had ik wat last van stress. De hoeveelheid actiepunten (waaronder een IZOMW-stukje schrijven) was er de oorzaak van. Als ik gestrest ben, wil ik natuurlijk dat het stressen zo snel mogelijk stopt. Ik streste wat af om van de stress af te komen. Wat een gestres!
Maar vannacht kreeg ik een idee: laat ik er mijn stukje over schrijven. Ik was direct relaxed. Ik realiseer me nu dat ik al lang niet meer écht gerelaxt heb, terwijl relaxen op z’n tijd van levensbelang is. Dan ben ik vast ook een relaxtere docent. Afijn, weer een nieuw actiepuntje dus: een relaxed dagje inplannen.

Het werkwoord stressen vervoeg je  – volgens de officiële regels – als volgt: de stam is stress, maar omdat de dubbele s hier niet nodig is voor een correcte uitspraak, vervalt er één s. De stam wordt dus stres. De laatste medeklinker van de stam zit in ’t ex-kofschip (de moderne variant van ‘t kofschip) en daarom vervoeg je met een t: ik streste, ik heb gestrestHet woord gestres is afgeleid van het werkwoord, en schrijf je dus net als de stam met één s.
Relaxed gebruik je als bijwoord of als bijvoeglijk naamwoord als dat onverbogen is. Is het wél verbogen, dan krijg je: relaxte(re). Het werkwoord relaxen heeft als stam relax. De medeklinker x zit in  ’t ex-kofschip. Vervoegen gebeurt dus met een t: ik relaxte, ik heb gerelaxt .

 

Eens een dievegge, altijd een dief

Heerlijk, die taalcolleges met tweedejaars studenten. Een van mijn favoriete onderdelen is ‘woordenschat’. Studenten nemen een voor hen onbekend woord mee dat ze die week zijn tegengekomen. Zo kwam onlangs ‘dievegge’ ter sprake; de student in kwestie had er echt nog nooit van gehoord. Ergens snap ik dat wel. Waarom een vrouwelijk woord als het geslacht er niet toe doet; je spullen ben je toch wel kwijt. De uitroep “Houd de dievegge!” ooit gehoord? Natuurlijk niet. Tegen de tijd dat je de laatste lettergreep uitschreeuwt, is de crimineel al lang uit het zicht.
‘Dievegge’ klinkt eigenlijk veel te chic voor de vaardigheden die erbij horen. Als je de betekenis ervan niet kent, zou je het misschien best op je LinkedIn-profiel willen zetten. En nu we het toch over beroepen hebben: ik neig sowieso naar gelijke behandeling bij dit type benaming. Een docent is een docent, een redacteur is een redacteur… daar heeft sekse niks mee te maken.
Overigens lijkt het vrouwelijke woord ‘dievegge’ tegenwoordig enig in haar soort. Andere woorden die in het Middelnederlands eindigden op -egge, -ege of -igge, zoals meestrege (meesteres) en tavernierigge (herbergierster), staan niet meer in ons woordenboek.
Ik hoor mensen al reageren: “Juist daarom moet ‘dievegge’ behouden blijven!” Best een dilemma voor de taalpurist in mij.

Carnavalshit

Carnavalshit, een onmogelijk woord vind ik het. Al klinkt het mensen die een schijthekel aan carnaval hebben waarschijnlijk als muziek in de oren. Idee: zet er een streepje tussen. Carnavals-hit is toch nét wat vrolijker?!

Tikfout

Het gebeurt me regelmatig: ik tik hoer in plaats van hier. Irritant, die i en o naast elkaar. Volgens mij heb ik de tikfout tot nu toe onderschept, omdat ik m’n e-mails altijd check. Maar ja, je zult haast hebben en meteen op Send klikken …

“Dan zie ik je vanmiddag wel hoer!”

De plaatsing van de letters op mijn toetsenbord heeft alles te maken met de aloude mechanische typemachine, zo leer ik van Willem Wever. Uitvinder Christopher Sholes had op zijn eerste model de letters in alfabetische volgorde gezet. Echter, bij snelle typers leverde dat problemen op: de letterstangetjes van letters die vaak na elkaar volgden, bleven regelmatig klem zitten. Sholes verplaatste daarop een aantal letters in het mechaniek, waardoor ook de volgorde op het toetsenbord veranderde. Zo ontstond de typemachine met de QWERTY-indeling, die rond 1873 in productie werd genomen. De QWERTY-indeling is bij ons nog steeds gangbaar.

Rijst(e)wafel

Normaal gesproken heb ik niks met rijstwafels (de geur alleen al!). Maar sinds kort houdt het magere tussendoortje me meer dan bezig. Gelukkig vanuit een interessante invalshoek; het gaat me namelijk om de schrijfwijze.

Zo legde ik onlangs in een college uit waarom je ‘rijstepap’ schrijft zonder -n (het woord rijst kent geen meervoud, dus rijstenpap is fout). Een wakkere student reageerde: “En waarom schrijf je dan rijstwafel en niet rijstewafel?” Goede vraag! Ik had er alleen geen antwoord op. Dus beloofde ik erin te duiken. En zo geschiedde. Alleen tast ik nu – twee weken later – nog steeds in het duister. De student heb ik inmiddels het antwoord gegeven dat ik zelf van de Taaladviesdienst kreeg: er is geen regel voor, het lijkt willekeur. Zij heeft het antwoord geaccepteerd. En ik? Ik wil zo graag grip krijgen op deze taalkwestie. Voor deze ene keer dus een Ik vraag ook maar wat’: waarom schrijven we niet ‘rijstewafel’?