Selecteer een pagina

Woord van de dag: rauwdouwer

Vanavond is op NPO2 de documentaire Jolene te zien (20:55 uur). In Het Parool staat vandaag een stuk over barvrouw Jolene Niedick, de kop erboven: ‘Leven als rauwdouwer’. Ik dacht dat het ‘rauwdouw’ was, dus ik dook onmiddellijk in de spreekwoordelijke boeken. Wat blijkt, de oorspronkelijke vorm is ‘rouwdouw’, ‘rauwdouw’ mag ook en het achtervoegsel ‘-er’ is niet ongebruikelijk.

Een rouwdouw is een ruw persoon. Het is een Engels leenwoord, dat komt van row-dow of row-de-dow, lawaai, herrie. We spellen het woord hier ook als rauwdouw, wat waarschijnlijk komt door de associatie met rauw en douwen (ruw, hard duwen).

Volgens Het Parool is Jolene Niedick ‘een echte rauwdouwer met een plat Amsterdams accent, een doorrookte stem en overal tattoos. Geboren in de Kadijkenbuurt, opgegroeid als kind van twee verslaafde ouders, op haar zestiende moeder geworden, lid van de F-Side, barvrouw in een stripclub op de Wallen én afgestudeerd in de psychologie. Ze worstelt met een agressieprobleem en het feit dat ze is verlaten door haar stiefvader, de gewezen verslavingstherapeut Keith Bakker’.

Van zo’n leven ga je denk ik vanzelf rouwdouwen. Want wat niet fijn is, wordt snel grof.

 

Uitdrukking van de dag: voor pampus liggen

Mijn beurt om te bloggen, ik houd het kort, ik lig namelijk voor pampus. Voor het eerst in mijn (bijna 49-jarige) leven ben ik geveld door griep. Voor pampus liggen betekent volgens Onze taal ‘uitgeteld zijn’ – dat ben ik, en/of ‘lui erbij liggen’ – dat doe ik. Pampus was een zandbank in het IJ van Amsterdam waar zwaarbeladen schepen veel last van hadden; ze moesten vaak voor Pampus wachten tot het vloed werd om verder te kunnen varen. Inmiddels is Pampus een heuse attractie geworden, website incluis. ’Geniet van historie, avontuur en natuur, én leuke evenementen!’ staat daar te lezen. Ik moet er nog even niet aan denken.

Woord van de dag: alumni

Alumni zijn afgestudeerde, oud-studenten van een universiteit of hogeschool. Het woord komt uit het Latijn en kent een mannelijke – alumnus – en een vrouwelijke – alumna – variant.

Gisteravond werd er op onze opleiding druk geborreld en genetwerkt. Niet nadat de aanwezigen – allen oud-studenten – geïnspireerd waren door twee young professionals. De één sprak over ‘the road to success’, een persoonlijke zoektocht, en het boek dat ze schreef (Babe, you got this). De ander boeide met een verhaal over de kracht en toekomst van influencermarketing. Iedereen enthousiast. Enige minpunt: er waren minder mensen komen opdagen dan ik had verwacht. Zou het liggen aan de uitnodiging? Daarop kondigden we een ‘alumni-event’ aan. Nu blijkt uit een intern onderzoek dat de alumni zelf niet weten dat ze alumni zijn… Gemiste kans dus, die ik met deze post hoop goed te maken: beste afgestudeerden, het volgende alumni-event is op 20 februari 2018.

 

Uitdrukking van de dag: iemand mores leren

Mores, meervoud van mos, is Latijn voor ‘zeden, goede manieren, gebruiken’.
Bij studentenverenigingen, corpora in het bijzonder, krijgen de nieuwe leden de (vaak ongeschreven) gebruiken tijdens de ontgroening met de paplepel ingegoten. Zo leren ze dat ze zich buiten de sociëteit normaal moeten gedragen: de zogenoemde ‘externe eer’.

Leden van het Groningse Vindicat – het afgelopen jaar al vaker in opspraak – lieten zich aan dat mos niks gelegen liggen: de blagen (mooi woord!) misdroegen zich in een sushirestaurant. Sanctie: de Bestuursbeurs wordt opgeschort.

Omdat ‘iemand mores leren’ meestal wordt gebruikt na een misdraging, verschoof de betekenis van dit spreekwoord van ‘iemand leren zich te gedragen’ naar ‘iemand scherp terechtwijzen, straffen, ervan langs geven’. (bron: Onze Taal)

Vindicat begrijpt de maatregel, nu maar hopen dat de leden echte fatsoensrakkers worden.

 

 

 

Woord van de dag: bungalow

Afgelopen weekend logeerde ik met twaalf oud-huisgenoten uit mijn studententijd bij een van ons in Enschede. Zij bewoont een schitterende bungalow in een lommerrijke wijk. Gisterochtend had ik het er met mijn kamergenoten – van wie er een binnenkort een nieuwbouwhuis in Amsterdam betrekt – over of we zelf in een bungalow zouden willen wonen. Ik vind het wel wat hebben; mijn schoonmoeder heeft er ook een en ik waan me altijd in een Amerikaans filmdecor. We vroegen ons ook af wat de herkomst van het woord is. Ik riep meteen dat ik dat vandaag uit zou zoeken voor Ikzegookmaarwat. Dus dames, bij dezen: de bungalow is van oorsprong een Indiaas landhuis van één verdieping hoog, omgeven door veranda’s. Het komt van het Hindoestaanse woord banglā dat ‘Bengaalse’ betekent. Ewoud Sanders schreef er in het Geoniemenwoordenboek onder andere over hoe de van oorsprong koloniale bungalow in Engeland de functie kreeg van vrijetijdswoning of buitenhuisje. ‘Het idee sloeg aan en de bungalow verbreidde zich binnen enkele decennia over de hele westerse wereld, hardnekkig achtervolgd door een aura van luxe — want wie kon zich eigenlijk een buitenhuisje veroorloven? — en ontspanning. […] De meeste Nederlanders moesten zich behelpen met een bungalowtent.’ Dat gold dit weekend ook voor één van mijn vriendinnen. Bij gebrek aan ruimte in onze Enschedese herberg, sliep ze in de tuin en evolueerde zo haar ieniemini iglotent tot bungalowtent.