Selecteer een pagina

Imponderabilia

Je hebt van die woorden die echt iets toevoegen aan een verhaal. Het woord ‘muil’ vond ik als kind bijvoorbeeld een essentieel onderdeel van het sprookje Roodkapje. De ‘bek’ van de wolf zou het hele verhaal stukken minder spannend en verontrustend maken. Laat staan z’n ‘snuit’; dat is iets voor een schattig dier, niet voor een bloeddorstige mensenverslinder.

Het kan ook dat een woord zo briljant is, dat het verhaal er eigenlijk niet meer toe doet. De context waarin ik het woord ‘imponderabilia’ heb leren kennen, is op zich niet geweldig interessant: een vriend uit mijn studententijd vertelde me eens dat hij extra moest gaan bijlenen bij DUO, omdat zijn vader het collegegeld niet meer wilde betalen. De onderbouwing voor deze onsympathieke beslissing? ‘Jongen,’ had de vader gezegd, ‘ik heb de indruk dat jij de nodige imponderabilia mist om deze studie tot een goed einde te brengen.’ Wat een opgeblazen figuur. En wat een flauwe manier om je zoon onderuit te halen, met zulke kritiek waar niemand wat mee kan. Maar wát een schitterend woord!

Natuurlijk moesten we opzoeken wat het betekende. Imponderabilia zijn onweegbare zaken; alles wat je niet kunt meten of wegen, maar wat toch meetelt. Het komt uit het Latijn: ponderare is wegen. Het is een woord waar je heerlijk over kunt mijmeren, waar je indruk mee kunt maken op andere woordenliefhebbers, of waar je, zoals die vader, een rookgordijn mee kunt optrekken. Je kunt er trouwens ook een performance over maken. Dat deden kunstenaars Marina Abramovic en Ulay in 1977. Ik mijmer nog even verder.

Het voltooid deelwoord verdwijnt: een quiz

Stel, u bent de oplader van uw telefoon kwijt. U verschuift wat stapeltjes kranten, u loert eens onder de bank, maar het ding is niet te vinden. Nu ja, u gaat maar eens een kop koffie zetten, hij zal wel boven water komen.
Dan komt een van uw kinderen triomfantelijk de kamer binnen met uw oplader en de woorden: “Ik vond de oplader!” Wat zegt u?

  1. “Bedankt, schat!”
  2. “Bedankt, schat! Waar was-ie nou?”
  3. “Bedankt, schat! Maar het is: ‘Ik heb de oplader gevonden’, niet: ‘Ik vond de oplader’. Wat is dat toch met dat verdwijnende voltooid deelwoord? Ik hoor die rare formulering steeds vaker. Zou het de invloed van het Engels zijn? Van slap vertaalde ondertitels? ‘Mom, I found the charger!’ Laatst nog, op Twitter, zei iemand: ‘To kill a mockingbird, dat las ik nooit’. Dat is toch niet logisch! Gisteren las ik het niet, vorige week las ik het niet, en zelfs vorig jaar las ik het niet? Je bedoelt: ‘Dat heb ik nooit gelezen!’ En dan zeggen mensen: ‘Maar het is korter’. Ja, hállo, hij vind is ook korter dan hij vindt, maar dat is wel fout hè. En trouwens … hé … ben je daar nog?”

DE UITSLAG:

  1. U bent een vriendelijke ouder, maar u bent volgende week wéér uw oplader kwijt.
  2. U bent een vriendelijke ouder en u hebt een onderzoekende houding. Ga zo door.
  3. U bent een taalblogger voor ikzegookmaarwat.nl. Fijn voor u, maar ook voor uw omgeving!

De lappenmand: het klinkt leuker dan het is

Sinds een week is het raak: ik ben verkouden en moe, ik slik paracetamolletjes als waren het M&M’s en zelfs m’n koffie smaakt me niet. En ik ben zeker niet de enige, studenten en collega’s zitten in groten getale in de lappenmand.

In de lappenmand zitten, wat een prachtuitdrukking voor ‘een beetje ziek zijn’. Heerlijk lijkt me dat, in een gigantische rieten mand vol fluwelen lapjes een beetje soezen bij de kachel. Kopjes thee en een schaal koekjes erbij en je mag erin blijven tot je beter bent.

Volgens etymologiebank.nl is de uitdrukking ontstaan doordat iemand die een beetje ziek is ‘opgelapt’ moet worden: hij of zij ligt in de bak met lapwerk. Sterkte aan iedereen die met mij in de lappenmand zit!

 

 

Het dedain van Halina

Ophef op de sociale media afgelopen week: in haar column van maandag 29 augustus in het AD beklaagde actrice Halina Reijn zich erover dat zij voortdurend wordt aangestaard, als zij zich in de publieke ruimte begeeft. Veel lezers stoorden zich vreselijk aan Reijns column, vooral vanwege de termen die zij gebruikt voor de mensen die haar aangapen: ‘zeekoe’, ‘amoebe’, ‘mollige vrouw met dikke dochter’. Volgens mijn vriendin V. spatte de minachting voor haar publiek ervan af. Ze brieste: ‘Hoe krijg je het uit je pen! Het dedain! Het dedain!’

Schitterend woord, dacht ik. ‘Dedain’, met zo’n langgerekte neusklank. Het woord uitspreken is meteen de emotie ervaren. Dedain is Frans voor minachting, geringschatting. In het Nederlands schrijven we het sinds 2006 zonder accent op de e.

Intussen heeft Reijn laten weten dat ze het allemaal niet zo heeft bedoeld. De Telegraaf heeft ook niet stilgezeten en heeft een vrouw opgespoord die zichzelf in de column herkent als de zeekoe. Deze ‘Gerda’ blijft nog wel even beledigd: ‘Geen verzoening met Halina’. Tja, dat kan gebeuren als ironie te veel op dedain lijkt.