Selecteer een pagina

Stoïcijns (of juist niet)

Mensen gedragen zich soms raar of dom. En soms maken andere mensen daar een filmpje van, zodat weer andere mensen mee kunnen kijken naar die rare, domme voorvallen. Het is niet altijd verheffend, maar we vinden het toch vaak erg prettig om anonieme anderen de maat te nemen over situaties waarin wij zelf héél anders zouden handelen.

Zo ging er vorige week een filmpje viral, waarin te zien was hoe een gezin – vrouw, man, dreumes – middenin safaripark Beekse Bergen uit de auto stapte, om een groep jachtluipaarden tot op een armlengte te naderen. Het filmpje ging de hele wereld rond, want hier vonden we allemaal iets van. Wat een raar gedrag. Dom. Gevaarlijk ook. Maar we vonden ook iets van de jongeman die het hele incident had gefilmd en van spottend commentaar had voorzien. Had hij niet kunnen ingrijpen, in plaats van passief door te filmen?

De filmer mocht zijn verhaal doen voor de camera van de NOS. Nee, ingrijpen had hij niet aangedurfd. Dat zou de roofdieren misschien juist agressief hebben gemaakt. En hij was wel degelijk geschokt geweest, zo haastte hij zich te zeggen. En toen zei hij iets vreemds. “We waren wel zo geschokt dat we daarna stoïcijns naar huis zijn gereden.”

Stoïcijns? Dat is toch helemaal niet het juiste woord in dit verband? Ik ging haast aan mezelf twijfelen, dus heb ik het opgezocht: sto·ï·cijns (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord): onverstoorbaar, gelijkmoedig. Het stoïcisme of de Stoa is een filosofische stroming, die zich heel kort door de bocht laat omschrijven als: ‘ik laat mij nergens door van de wijs brengen’. De filmer zegt dus het omgekeerde van wat hij bedoelt. Zijn kennelijke onverstoorbaarheid was nu juist wat velen hem kwalijk namen. Ja, misschien niet verheffend, maar dat soort foutjes vind ik erg grappig. Dat zou ik zelf heel anders zeggen.

 

De verkiezingen: een ode aan Gummbah

Eind november vorig jaar kreeg ik van medeblogger Bertine het meesterwerkje ‘Net niet verschenen boeken’ van Gummbah cadeau. ‘Dit is geniaal!’, zei ze. Uit onze grote bewondering voor het absurdisme van Gummbah werd daarna al snel een nieuwe hobby geboren: net-echte Gummbah’s bedenken en elkaar met onze beste vondsten verrassen. In de praktijk houdt dit in dat ik niet meer kan stoppen met het verzinnen van buitenissige voornaam-achternaamcombinaties, die dan gekoppeld moeten worden aan een half-aannemelijke, literair klinkende boektitel. Eimert Schluck – Je kunt heel goed zonder nootmuskaatmolen. Zwanet van Poppel – Wreedheid zonder wroeging. Of: Guigje Sillevisch – Memoires van de meid. Dat werk.

Afgelopen woensdag verraste Bertine me met een nieuwe draai aan de Net niet verschenen boek-titels. ‘Ik heb net gestemd’,  appte ze. ‘Op Stannie Bokveld van Gladiolen ’18. Geen idee wat het voor club is, maar soit’. Ik had best willen pareren met: ‘Ik op Miljana Hurker-DeRosen, van Mokumbaya My Lord’, maar ik dacht eigenlijk gewoon dat het écht was.

Want echt, het is nauwelijks meer een uitdaging om melige partijnamen te verzinnen. Zo had ik in het Amsterdamse stemhokje de keuze uit onder meer de Amsterdamse Juffers, de Anti-Scooter Partij, de Blije Burgers, Carryonthemove, of Samen Alle Mensen Eén Nederland (SAMEN). In mijn stadsdeel kwamen daar nog bij: Groen & blauw behoud in Zuid, de Lijst Berlage, en Vooruit met de Pijp. Bovendien waren er drie partijen die in het geheel geen naam hadden. Dit verschijnsel werd door stadsblad de Echo, zonder oordeel, als volgt toegelicht: ‘Deze mensen waren te laat voor het registreren van een naam. Er komt alleen het lijstnummer op het stembiljet te staan met daaronder de kandidaten, red.’

Soms is de realiteit net een echte Gummbah.

 

 

Woordenschat: Het placht van Boudewijn

“En de leraar die mij altijd placht te dreigen
‘Jongen, jij komt nog op het verkeerde pad’
Kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen
Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad.”

— Testament, Nijgh/De Groot 1967

Deze regels zingt Boudewijn de Groot in zijn lied ‘Testament’. Altijd als ik ze hoor, denk ik: ‘De leraar die mij ‘placht’… wát?’ Uit de context snap ik wat het betekent, maar wat een vreemd woord; vreemd en ’n beetje ouderwets, in dezelfde categorie als ‘hij toog’ (in de betekenis: hij ging ergens heen). Op de site van Onze Taal lees ik dat het de verleden tijd van ‘plegen’ is. Maar dan alléén in de betekenis van ‘gewend zijn’, niet als het gaat om bijvoorbeeld een misdaad plegen.

Dit soort taalgebruik past goed bij Boudewijn de Groot, die met zijn messcherpe dictie en poëtische, gelaagde teksten (veelal geschreven door Lennaert Nijgh) zo’n beetje de leraar Nederlands van de muziek is. Als hij het zingt, klinkt het dan ook heel natuurlijk. Toch zal ik zelf niet snel ‘placht’ gebruiken in een mailtje naar collega’s of een snaaks gesprekje. Daarom deze blogpost: laten wij ‘placht’ koesteren!

 

 

 

 

Imponderabilia

Je hebt van die woorden die echt iets toevoegen aan een verhaal. Het woord ‘muil’ vond ik als kind bijvoorbeeld een essentieel onderdeel van het sprookje Roodkapje. De ‘bek’ van de wolf zou het hele verhaal stukken minder spannend en verontrustend maken. Laat staan z’n ‘snuit’; dat is iets voor een schattig dier, niet voor een bloeddorstige mensenverslinder.

Het kan ook dat een woord zo briljant is, dat het verhaal er eigenlijk niet meer toe doet. De context waarin ik het woord ‘imponderabilia’ heb leren kennen, is op zich niet geweldig interessant: een vriend uit mijn studententijd vertelde me eens dat hij extra moest gaan bijlenen bij DUO, omdat zijn vader het collegegeld niet meer wilde betalen. De onderbouwing voor deze onsympathieke beslissing? ‘Jongen,’ had de vader gezegd, ‘ik heb de indruk dat jij de nodige imponderabilia mist om deze studie tot een goed einde te brengen.’ Wat een opgeblazen figuur. En wat een flauwe manier om je zoon onderuit te halen, met zulke kritiek waar niemand wat mee kan. Maar wát een schitterend woord!

Natuurlijk moesten we opzoeken wat het betekende. Imponderabilia zijn onweegbare zaken; alles wat je niet kunt meten of wegen, maar wat toch meetelt. Het komt uit het Latijn: ponderare is wegen. Het is een woord waar je heerlijk over kunt mijmeren, waar je indruk mee kunt maken op andere woordenliefhebbers, of waar je, zoals die vader, een rookgordijn mee kunt optrekken. Je kunt er trouwens ook een performance over maken. Dat deden kunstenaars Marina Abramovic en Ulay in 1977. Ik mijmer nog even verder.