Selecteer een pagina

Taalergernis: Interpunctie heeft een functie

Intussen, op het stadsdeelkantoor van Amsterdam-Oost.

“We krijgen veel vragen over de opgeheven tuinkorflocatie.”

“Goed dat je het zegt ik maak meteen een bord dat we neerzetten op de bewuste locatie of is het lokatie de mensen moeten tenslotte weten waar ze voortaan met hun tuinafval heen moeten dat is nu de Sumatrakade zal ik er meteen ook opzetten dat we er nieuw gras gaan zaaien anders is het zo kaal met al die regen wordt het meteen zo’n blubberzooi wat vind jij”

Het voltooid deelwoord verdwijnt: een quiz

Stel, u bent de oplader van uw telefoon kwijt. U verschuift wat stapeltjes kranten, u loert eens onder de bank, maar het ding is niet te vinden. Nu ja, u gaat maar eens een kop koffie zetten, hij zal wel boven water komen.
Dan komt een van uw kinderen triomfantelijk de kamer binnen met uw oplader en de woorden: “Ik vond de oplader!” Wat zegt u?

  1. “Bedankt, schat!”
  2. “Bedankt, schat! Waar was-ie nou?”
  3. “Bedankt, schat! Maar het is: ‘Ik heb de oplader gevonden’, niet: ‘Ik vond de oplader’. Wat is dat toch met dat verdwijnende voltooid deelwoord? Ik hoor die rare formulering steeds vaker. Zou het de invloed van het Engels zijn? Van slap vertaalde ondertitels? ‘Mom, I found the charger!’ Laatst nog, op Twitter, zei iemand: ‘To kill a mockingbird, dat las ik nooit’. Dat is toch niet logisch! Gisteren las ik het niet, vorige week las ik het niet, en zelfs vorig jaar las ik het niet? Je bedoelt: ‘Dat heb ik nooit gelezen!’ En dan zeggen mensen: ‘Maar het is korter’. Ja, hállo, hij vind is ook korter dan hij vindt, maar dat is wel fout hè. En trouwens … hé … ben je daar nog?”

DE UITSLAG:

  1. U bent een vriendelijke ouder, maar u bent volgende week wéér uw oplader kwijt.
  2. U bent een vriendelijke ouder en u hebt een onderzoekende houding. Ga zo door.
  3. U bent een taalblogger voor ikzegookmaarwat.nl. Fijn voor u, maar ook voor uw omgeving!

Woord van de dag: boosheidsverschijnsel

Een vriendin vroeg me gisteren hoe het ging. Ik antwoordde: ‘Mwah, wat kloterig vandaag.’ Toen ik dat vanochtend teruglas, voegde ik eraan toe: ‘Ik mopperde. Het komt wel goed.’ Waarop zij sms’te: ‘Mopperen mag. Mooi woord ook. Ga ik vandaag ook eens doen.’

Aha, dacht ik, in mopperen zit een blogpost. Mopperen is volgens Van Dale ‘brommend zijn ontevredenheid uiten’. Verder googelend stuitte ik via encyclo.nl op een nog mooier woord: boosheidsverschijnsel. Dat verschijnsel kent talloze synoniemen waarover ik me verkneukelde: brommen, semmelen, razen, snauwen, foeteren (ook een mooie!). Zich verkneukelen, zou dat te boek staan als ‘tevredenheidsverschijnsel’?