Selecteer een pagina

Woord van de dag: beslommeringen

Het was de week van de laatste klussen, opruimen en vragen: “Wat ga jij doen in je vakantie?” Een enkeling gaat nog een weekje door, maar voor de meeste docenten is vandaag de vakantie aangebroken. Even geen colleges, nakijkwerk, overlegjes, administratieve taken en andere dagelijkse beslommeringen. Even bijtanken.

Mooi woord eigenlijk: beslommering. Van Dale omschrijft het als ‘zorg, moei­te, dat­ge­ne waar­in men ge­wik­keld is’. Het is afgeleid van het werkwoord ‘beslommeren’. Dat woord is in onbruik geraakt en staat niet in Van Dale, maar het is nog wel terug te vinden in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Het betekent zoiets als beperken of verwarren.

Uit het WNT blijkt dat je vroeger ook ‘ontslommeren‘ had, dat het tegenovergestelde van beslommeren betekende. Prachtig woord, dat een terugkeer in onze taal verdient.

– “Wat ga jij doen in je vakantie?”

– “Ik ga ontslommeren.”

Wij wensen u een heel fijne zomer toe! Eind augustus zijn we weer terug.

 

Woord van de dag: soebatten

Een woedende student vraagt zich af waarom ik zijn werk met een 2 beoordeelde. Het antwoord is simpel: maar één van de in totaal drie eindopdrachten is ingeleverd en die opdracht voldoet niet of nauwelijks aan de gestelde eisen.
‘Ja maar’, mailt de student, ‘ik zie nu dat ik het verkeerde bestand heb geüpload.’
Jammer, volgend jaar beter.
‘Ja maar’, mailt de student, ‘dan haal ik mijn propedeuse niet, wat nu?’
Nu niks. Volgend jaar opnieuw proberen.
De correspondentie neemt een onplezierige wending dus ik meld de modulecoördinator dat deze jongen vast bij haar komt soebatten.

Volgens de online Van Dale betekent soebatten ‘vleiend vragen’ en ‘langdurig discussiëren’.

In onderhavig geval gaat het om die tweede betekenis. Want niet lang na mijn laatste bericht, mailt de student: ‘Ja maar dat is toch raar, dat ik pas dan kan ‘herkansen’? Want ik heb het al af? Kan ik dat in het begin van het schooljaar meteen inleveren zodat ik mijn P kan krijgen?’
‘Dat kan niet’, antwoord ik. ‘Geen maar.’

 

 

 

 

 

 

 

Rats, kuch en bonen

Een nogal onsmakelijk bericht in het Algemeen Dagblad vanmorgen. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) onderzoekt misstanden in bedrijfskantines van defensie. Legerkantines hebben te maken met muizen- en rattenoverlast, stank, latrinevliegjes (een eufemisme voor strontvliegjes, lijkt me), aangevreten brood en meer onverkwikkelijke zaken. De voedselveiligheid is in het geding. De cateraar ligt onder vuur. Het CDA stelt vragen. Onze manschappen verdienen een gezonde soldatenhap!

Bijna tachtig jaar geleden, in 1939, werd het Nederlandse leger gemobiliseerd, om voorbereid te zijn op een eventuele Duitse aanval. De Nederlandse zanger en conferencier Lou Bandy nam in die tijd een liedje op met de titel “Rats, kuch en bonen”.  De titel verwijst naar het dagelijkse soldatenmenu. Rats is stamppot van een paar dagen oud, kuch is munitiebrood en bonen waren de dagelijkse toevoeging aan het menu.

Denk niet dat alleen het beste goed genoeg was voor de verdedigers van volk en vaderland: Nederland kende militaire bakkerijen, maar een goede soldaat maakt nog geen goede bakker. Militair brood mocht vooral niet te veel kosten en de ingrediënten moesten ook tijdens krijgstochten beschikbaar zijn. Je kunt je voorstellen dat Jan Soldaat geen zachte kadetjes in zijn ransel had, laat staan een knapperige baguette of rijkgevulde krentenbollen. De NVWA zou aan de bel trekken, dat is zeker.

“Rats, kuch en bonen” is trouwens opvallend optimistisch van toon. Met die Duitse dreiging zou het wel loslopen, de moedige soldaten waren dankzij de stevige kost goed doorvoed en populair bij ‘de meisjes, de kleine sijsjes in hun liefdesparadijsjes.’

Luister hier naar “Rats, kuch en bonen” (de melodie is dezelfde als die van Dennie Christians “Rosamunde” uit 1988) en lees hier de volledige liedtekst.