Selecteer een pagina

Woord van de dag: rauwdouwer

Vanavond is op NPO2 de documentaire Jolene te zien (20:55 uur). In Het Parool staat vandaag een stuk over barvrouw Jolene Niedick, de kop erboven: ‘Leven als rauwdouwer’. Ik dacht dat het ‘rauwdouw’ was, dus ik dook onmiddellijk in de spreekwoordelijke boeken. Wat blijkt, de oorspronkelijke vorm is ‘rouwdouw’, ‘rauwdouw’ mag ook en het achtervoegsel ‘-er’ is niet ongebruikelijk.

Een rouwdouw is een ruw persoon. Het is een Engels leenwoord, dat komt van row-dow of row-de-dow, lawaai, herrie. We spellen het woord hier ook als rauwdouw, wat waarschijnlijk komt door de associatie met rauw en douwen (ruw, hard duwen).

Volgens Het Parool is Jolene Niedick ‘een echte rauwdouwer met een plat Amsterdams accent, een doorrookte stem en overal tattoos. Geboren in de Kadijkenbuurt, opgegroeid als kind van twee verslaafde ouders, op haar zestiende moeder geworden, lid van de F-Side, barvrouw in een stripclub op de Wallen én afgestudeerd in de psychologie. Ze worstelt met een agressieprobleem en het feit dat ze is verlaten door haar stiefvader, de gewezen verslavingstherapeut Keith Bakker’.

Van zo’n leven ga je denk ik vanzelf rouwdouwen. Want wat niet fijn is, wordt snel grof.

 

Orgaan

Het ABP vraagt of ik wil stemmen voor het verantwoordingsorgaan.

Ieww, dacht het niet. Klinkt als iets met je alvleesklier.

Doorklikkend lees ik dat het verantwoordingsorgaan het bestuur adviseert en het beleid controleert.

Heel oké. Maar goedemorgen, wat een lelijk woord.

 

 

 

 

 

 

 

Taalvandaal

In Spaarnwoude fietste ik langs een bord met de mededeling echt wegdek. Daar had een lolbroek de SL weggekrast. Waarschijnlijk een gastje van twaalf. Ik moest er hardop om lachen, wat natuurlijk iets zegt over mijn puberale gevoel voor humor.

Een kwartiertje verder fietste ik op de Anaaldijk (K afgeplakt) voorbij het bord: iets in de rekken plaatsen (F weg). Pas toen ik bij een bushalte het waarschuwingsbord ron kan glad zijn las (per weggekrast), wist ik het zeker: dit is het werk van een taalvandaal.Yess.

Zijn er lezers met vergelijkbare voorbeelden van het werk van taalvandalen in de openbare ruimte?

 

Woord van de dag: boekensneuper

Zaterdag was er een antiquarische boekenbeurs in ons stadje. Dat is linke soep. Je gaat na de wekelijkse boodschappen op de markt ‘nog even een kijkje nemen’ en voor je het weet dwaal je uren rond tussen de boeken en overtreffen de uitgaven aan boeken ruimschoots de kosten van de boodschappen.

De schade bleef dit keer beperkt tot vijf kwartier neuzen en de aankoop van één prachtige uitgave: Ollie B. Bommel’s Fotoboek uit 1952. Daarin zet Marten Toonders Heer van Stand zijn eerste schreden op het pad van de fotografie. Met als toegift enkele wonderspreuken, zoals ‘Als het toestel beweegt, maken we een bewogen foto’.

Kortom, het was een fijne middag voor een boekensneuper. U zult dat woord niet aantreffen in de Dikke Van Dale. Wel het woord sneupen, afkomstig uit het Fries, dat struinen betekent.

De boekensneuper is iemand die volgaarne boekhandels en markten afstruint, op zoek naar fraaie en bijzondere uitgaven. De term kreeg een officiëlere status toen in 1989 het boekje ‘ABCDarium voor de boekensneuper’ verscheen. Auteur Ayolt Brongers bracht er alle wetenswaardigheden voor de boekenliefhebber in samen. De latere drukken kregen de titel ‘Boekwoorden woordenboek’. Maar de ondertitel luidt nog altijd: handleiding voor boekensneupers.

 

Woord van de dag: querulant

Toen ik nog bij het zakenblad Quote werkte – toch alweer twaalf jaar geleden- , ontving ik met enige regelmaat brieven, en de laatste jaren vooral mails, van mensen die meenden dat hun (groot) onrecht was aangedaan door bedrijven dan wel de overheid (dan wel het Koninklijk Huis).

Ook de andere redacteuren kregen post van boze burgers. Zij die er al wat langer werkten, hadden een eigen bestandje van “querulanten” opgebouwd met wie zij zich na verloop van tijd zelfs een beetje verbonden voelden.

Zij waren vooral geliefd vanwege het kleurrijke proza waarvan zij zich vaak bedienden, en een soms nog kleurrijkere fantasie – de echte mafklappers schreven lange, handgeschreven epistels in een griezelig net handschrift, met eindeloze verhandelingen over Prins Bernhard, en hoe deze medeverantwoordelijk was voor het nazileger dat onder de Noordpool werd gekloond.

Je kon als journalist het querulantenleger niet zomaar terzijde schuiven. Wie weet was het vermeende onrecht hun aangedaan helemaal niet zo vermeend, maar had er inderdaad ergens iemand in een bedrijf of overheidsinstelling vreselijk staan prutsen (of erger) waardoor onschuldige, ondernemende burgers zomaar het faillissement in werden gejaagd, huis kwijt, echtscheiding, verblijf in daklozencentrum, enzovoorts, enzoverder. Het kwám (en komt) voor.

Zo had ik een querulant wiens totale vermogen, ongeveer zeven miljoen gulden, in een beleggingsfonds van een grote verzekeraar was gestopt die daar zeer slordig mee was omgesprongen. De man was alles kwijt, had ook nog eens een advocaat gehad die op cruciale momenten de verkeerde beslissingen nam of niet thuis gaf.

Hij had met recht iets om over te klagen. Zijn tragiek: hij sprak de taal van het systeem niet, kreeg overal het spreekwoordelijke deksel op de neus. Ja, en dan ga je queruleren, met in zijn geval zeer grote persoonlijke gevolgen, waar ik nu niet op in wil gaan.

Sommigen querulanten van toen groeiden uit tot nationale bekendheden die journalisten van naam wisten te winnen voor hun klaagzang en hun complottheorieën, vaak twee handen op één buik. Hun naam noemen, is niet zonder gevaar; voor je het weet heb je tot in lengte der dagen hun digitale aandacht en die van hun volgelingen, want sociale media zijn de natuurlijke habitat waar querulanten aller landen elkaar eenvoudig weten te vinden.

Mooi woord, eigenlijk, querulant. Een gedicht op zichzelf met die zeldzame “q”, en dan die é-, ú- en áh-klank. Het stamt af van het Latijnse werkwoord “queror”, dat “klagen” betekent. Het woord “querulant” werd in 1793 binnen het Pruisische recht opgenomen in de betekenis van “iemand die voortdurend rechtszaken aanspant”.

Met dat type heb ik zelf ook te maken gehad toen ik eens voor Quote een vrouw interviewde die al tien jaar tegen haar ex procedeerde, twee keer tot aan de Hoge Raad, en die twee rechtszaken had gevoerd tegen voormalige advocaten, om na publicatie van mijn artikel ook tegen mij een kortgeding te beginnen, dat ze verloor (de leeftijden van de kinderen klopten niet helemaal in het stuk, slordig, maar geen halszaak).

Vroeger kende de psychiatrie het begrip “querulantenneurose”, dat het best kan worden vertaald als “volhardend dysfunctioneel klagen”. Dat dekt de lading eigenlijk wel mooi, want ook wij journalisten van Quote waren destijds onder de indruk van de volharding waarmee deze mensen hun noeste arbeid verrichtten – want dat was het vaak: klagen als vorm van dagbesteding.

Daar kan je lacherig over doen, maar mijn ervaring heeft geleerd dat échte querulanten meestal tragische wezens zijn, Don Quichottes tegen wil en dank die de strijd aangaan met het systeem omdat zij daar ooit, om wat voor reden dan ook, zijn vastgelopen. Het kan ons allemaal overkomen.

Woord van de dag: powerbarfje

Gehoord op straat:

– Gast! Ben je oké?

– Ja hoor, even een powerbarfje, en ik kan weer door.

 

Navraag leert dat een powerbarfje de liefkozende benaming is voor het legen van de maag, om daarna weer vrolijk door te kunnen drinken.