Selecteer een pagina

Woord van de dag: Rampetampen

Patty Brard ligt al jaren overhoop met haar familie. Zo is te lezen in de meest recente editie van Linda en andere media citeerden er gretig uit. Dochter Priscilla heeft ze al acht jaar niet gezien en ook is Patty gebrouilleerd met haar zus. Daarover zegt La Brard: ‘Er speelt veel jaloezie mee. Zij moest zich vroeger het rampetampen studeren, ik leerde heel makkelijk.’

Welke opleiding de zus heeft gevolgd vermeldt het stuk niet, maar hopelijk heeft ze niet daadwerkelijk hoeven rampetampen voor haar diploma.

Rampetampen, een woord dat rond 1970 zijn intrede deed in de Nederlandse taal, betekent neuken. Het is afgeleid van tamp, een scheepsterm die ‘uitstekend eind touw’ betekent en ook penis. Vermoedelijk bedoelde Patty dat haar zus zich zich vroeger het (of de) rambam moest studeren. Dit betekent zoveel als ‘zich een ongeluk werken.’

Dat brengt me op de volgende uitdrukking: zich de rambam rampetampen. Het klinkt misschien niet aanlokkelijk, maar bekt wel lekker, met al die rollende r’en.

 

Uitdrukking van de dag: geen sjoege geven

Het was maandagmiddag. De groep studenten had er al een intensieve dag opzitten met lessen, een gastcollege en een excursie. Het was dan ook niet verwonderlijk dat ze onderuitgezakt wezenloos voor zich uit of op hun telefoon zaten te staren. Ergerlijk was het wel. Mijn les vereiste aandacht en inzet, maar op mijn vragen en opdrachten gaf de groep totaal geen sjoege. Wat ik ook probeerde, geen reactie.

Sjoege komt uit het bargoens (dieventaal) en is waarschijnlijk ontleend aan het Jiddische sjoewe, dat ‘antwoord geven’ betekent. Waar de g-klank vandaan komt is onduidelijk. Die zou onder invloed van mesjogge of mesjokke (gek, krankzinnig) kunnen zijn ontstaan.

Je kunt met sjoege veel kanten op: je kunt het (niet) geven of krijgen, maar ook (niet) hebben of nemen. Met dat laatste wordt bedoeld ‘de zaak bekijken, nadenken’.

Dat is precies wat ik ga doen, want aanstaande maandag sta ik op hetzelfde uur voor dezelfde groep. Tom Poes, verzin een list.

Woord van de dag: dalven

In een Volkskrantartikel over corruptie bij de politie stuitte ik vanmorgen op het woord ‘dalven’. Het stond in een allitererend rijtje van zogenoemde ‘ontstekers van corruptie’: ‘dames, drank, dubbeltjes, dalven, dobbelen en dirty tricks’. Bij de meeste kan ik me wel een voorstelling maken, hoewel ik in die opsomming ‘dubbeltjes’ door ‘dollars’ zou vervangen. Voor luttele dubbeltjes gaat zelfs de meest inhalige agent niet over de schreef, vermoed ik. Maar goed, ‘dalven’ dus. Dat is het persoonlijk voordeel afdwingen door ambtenaren.

“De politiecultuur kent een speciaal woord: ‘dalven’, het versieren van kortingen door agenten. De middenstand, de horeca, vooral de afhaalchinees en snackbarhouder, kunnen ervan meepraten.” (Elsevier, 26/04/97)

‘Dalven’ is bargoens (dieventaal) voor ‘bedelen, bietsen’ en stamt uit de negentiende eeuw. Vermoedelijk is het ontleend aan het West-Jiddische ‘dalfe(ne)n’, dat ook ‘bedelen’ betekent en is te herleiden tot de Hebreeuwse naam Dalfōn, een van de tien zonen van de Pers Haman (Esther 9:7). Het is echter onduidelijk wat de bijbelse Dalfōn met armoede te maken heeft.

Een andere theorie is dat ‘dalven’ verband houdt met het -eveneens Jiddische- woord voor ‘druppelen, druipen’. Daarmee is een link gelegd met het Duitse ‘Tropf’, een onbeduidend en beklagenswaardig persoon.

 

Uitdrukking van de dag: iemand mores leren

Mores, meervoud van mos, is Latijn voor ‘zeden, goede manieren, gebruiken’.
Bij studentenverenigingen, corpora in het bijzonder, krijgen de nieuwe leden de (vaak ongeschreven) gebruiken tijdens de ontgroening met de paplepel ingegoten. Zo leren ze dat ze zich buiten de sociëteit normaal moeten gedragen: de zogenoemde ‘externe eer’.

Leden van het Groningse Vindicat – het afgelopen jaar al vaker in opspraak – lieten zich aan dat mos niks gelegen liggen: de blagen (mooi woord!) misdroegen zich in een sushirestaurant. Sanctie: de Bestuursbeurs wordt opgeschort.

Omdat ‘iemand mores leren’ meestal wordt gebruikt na een misdraging, verschoof de betekenis van dit spreekwoord van ‘iemand leren zich te gedragen’ naar ‘iemand scherp terechtwijzen, straffen, ervan langs geven’. (bron: Onze Taal)

Vindicat begrijpt de maatregel, nu maar hopen dat de leden echte fatsoensrakkers worden.

 

 

 

Woord van de dag: retraite

Lisette schreef het al: het is even op met de inspiratie bij de bloggers van Ikzegookmaarwat. Tijd voor een pauze. Tijd om te bezinnen. Gaan we door? En dan op dezelfde manier? Of zetten we er een punt achter? We weten het nog niet. Daar gaan we eens even goed over nadenken. Kortom, tijd voor een retraite.

Van Dale geeft voor het woord retraite liefst zes betekenissen. Maar allemaal komen ze op hetzelfde neer: wie in retraite gaat, trekt zich terug. Het woord komt uit het Frans en vindt zijn oorsprong in het Latijn: retrahere. Vooral in rooms-katholieke kringen is een retraite bekend fenomeen. Een pe­ri­o­de van af­zon­de­ring voor gods­dien­sti­ge over­den­kin­gen, ge­be­den, ge­we­tens­on­der­zoek, zo omschrijft Van Dale die gewoonte.

Of wij van Ikzegookmaarwat veel gaan bidden, is de vraag. Maar onze toekomst overdenken, dat doen we zeker in de komende maanden. Begin september maken we de balans op. U hoort nog van ons. Een fijne zomer toegewenst!

 

Woord van de dag: apekool

Apekool. Ik kwam het woord tegen in een krantenartikel over automobilisten die zonder te betalen de parkeergarage uitrijden, door al bumperklevend achter een voorganger onder de slagboom door te schieten. Dat is strafbaar en gevaarlijk bovendien. Het argument van gepakte bestuurders dat ze het per ongeluk deden, noemt een veiligheidsfunctionaris van Q-Park ‘apekool’.

Apekool (zonder tussen-n!) betekent (klets)koek, nonsens, larie(koek), kolder, dwaze praat. Met apen heeft het niets te maken en met kool evenmin. De herkomst van ‘apekool’ is onzeker. Het zou kunnen afstammen van het Zaanse ‘minderwaardige schelvis’ of van het West-Vlaamse ‘apekalle’, dat ‘slechte vis’ betekent.

Waarschijnlijker is de theorie dat het een samengesteld woord betreft, waarin ‘ape’ een negatieve connotatie heeft, zoals in ‘apelazarus’. Het tweede lid zou afgeleid zijn van het Duitse Kohl, ‘onzin’. Dat woord vindt zijn oorsprong in het Jiddische chaulem of cholem, dat ‘waardeloos spul’ betekent. In het midden van de 18e eeuw komt in dieventaal Kohl machen ‘fantaseren, liegen, iemand iets wijsmaken’ voor. Daarmee is trouwens meteen een link gelegd met de automobilisten in het krantenartikel, want wegrijden uit de parkeergarage zonder te betalen is immers diefstal.