Selecteer een pagina

Woord van de dag: retraite

Lisette schreef het al: het is even op met de inspiratie bij de bloggers van Ikzegookmaarwat. Tijd voor een pauze. Tijd om te bezinnen. Gaan we door? En dan op dezelfde manier? Of zetten we er een punt achter? We weten het nog niet. Daar gaan we eens even goed over nadenken. Kortom, tijd voor een retraite.

Van Dale geeft voor het woord retraite liefst zes betekenissen. Maar allemaal komen ze op hetzelfde neer: wie in retraite gaat, trekt zich terug. Het woord komt uit het Frans en vindt zijn oorsprong in het Latijn: retrahere. Vooral in rooms-katholieke kringen is een retraite bekend fenomeen. Een pe­ri­o­de van af­zon­de­ring voor gods­dien­sti­ge over­den­kin­gen, ge­be­den, ge­we­tens­on­der­zoek, zo omschrijft Van Dale die gewoonte.

Of wij van Ikzegookmaarwat veel gaan bidden, is de vraag. Maar onze toekomst overdenken, dat doen we zeker in de komende maanden. Begin september maken we de balans op. U hoort nog van ons. Een fijne zomer toegewenst!

 

Woord van de dag: apekool

Apekool. Ik kwam het woord tegen in een krantenartikel over automobilisten die zonder te betalen de parkeergarage uitrijden, door al bumperklevend achter een voorganger onder de slagboom door te schieten. Dat is strafbaar en gevaarlijk bovendien. Het argument van gepakte bestuurders dat ze het per ongeluk deden, noemt een veiligheidsfunctionaris van Q-Park ‘apekool’.

Apekool (zonder tussen-n!) betekent (klets)koek, nonsens, larie(koek), kolder, dwaze praat. Met apen heeft het niets te maken en met kool evenmin. De herkomst van ‘apekool’ is onzeker. Het zou kunnen afstammen van het Zaanse ‘minderwaardige schelvis’ of van het West-Vlaamse ‘apekalle’, dat ‘slechte vis’ betekent.

Waarschijnlijker is de theorie dat het een samengesteld woord betreft, waarin ‘ape’ een negatieve connotatie heeft, zoals in ‘apelazarus’. Het tweede lid zou afgeleid zijn van het Duitse Kohl, ‘onzin’. Dat woord vindt zijn oorsprong in het Jiddische chaulem of cholem, dat ‘waardeloos spul’ betekent. In het midden van de 18e eeuw komt in dieventaal Kohl machen ‘fantaseren, liegen, iemand iets wijsmaken’ voor. Daarmee is trouwens meteen een link gelegd met de automobilisten in het krantenartikel, want wegrijden uit de parkeergarage zonder te betalen is immers diefstal.

 

Woord van de dag: stokebrand

Trump ontsloeg gisteren stokebrand Steve, de ultrarechtse Steve Bannon, uit de Veiligheidsraad. Waarop Francis Underwood, het personage uit House of Cards, tweette: “Sorry Steve. To be clear, “the room where it happens” is any room I am in.”

Een stokebrand is een oproerkraaier, een onruststoker: alle drie prachtige woorden voor een iemand die je kunt missen als kiespijn.

 

Woord van de dag: bungalow

Afgelopen weekend logeerde ik met twaalf oud-huisgenoten uit mijn studententijd bij een van ons in Enschede. Zij bewoont een schitterende bungalow in een lommerrijke wijk. Gisterochtend had ik het er met mijn kamergenoten – van wie er een binnenkort een nieuwbouwhuis in Amsterdam betrekt – over of we zelf in een bungalow zouden willen wonen. Ik vind het wel wat hebben; mijn schoonmoeder heeft er ook een en ik waan me altijd in een Amerikaans filmdecor. We vroegen ons ook af wat de herkomst van het woord is. Ik riep meteen dat ik dat vandaag uit zou zoeken voor Ikzegookmaarwat. Dus dames, bij dezen: de bungalow is van oorsprong een Indiaas landhuis van één verdieping hoog, omgeven door veranda’s. Het komt van het Hindoestaanse woord banglā dat ‘Bengaalse’ betekent. Ewoud Sanders schreef er in het Geoniemenwoordenboek onder andere over hoe de van oorsprong koloniale bungalow in Engeland de functie kreeg van vrijetijdswoning of buitenhuisje. ‘Het idee sloeg aan en de bungalow verbreidde zich binnen enkele decennia over de hele westerse wereld, hardnekkig achtervolgd door een aura van luxe — want wie kon zich eigenlijk een buitenhuisje veroorloven? — en ontspanning. […] De meeste Nederlanders moesten zich behelpen met een bungalowtent.’ Dat gold dit weekend ook voor één van mijn vriendinnen. Bij gebrek aan ruimte in onze Enschedese herberg, sliep ze in de tuin en evolueerde zo haar ieniemini iglotent tot bungalowtent.

Woord van de dag: kordaat

Het was gisteren een enerverende dag voor collega Binnert. Hij pakte ’s ochtends zijn fiets van het bovenrek van de fietsenstalling achter het Centraal Station. Zijn tas legde hij even op de bagagedrager van een andere fiets. Toen fietste hij weg. Twintig minuten later realiseerde hij zich dat hij zijn tas was vergeten. Met daarin een laptop met heel veel werk waarvan hij geen backup had.

Binnert werd eerst gek, pakte vervolgens de telefoon en belde de Starbucks aan de achterzijde van het station. Linde nam op. Dat bleek een kordate dame. Ze snapte meteen de ernst van de situatie, vroeg aan een collega of die even de bereiding van de cappuccino kon overnemen en snelde met telefoon in de hand naar de fietsenrekken. Daar lag Binnerts tas nog altijd op die bagagedrager, met alles erin. Binnert was zeer blij en dankbaar, dat zal duidelijk zijn.

Kordaat betekent ferm, vastbesloten. Het is via het Spaanse cordato in onze taal terechtgekomen. In het Spaans betekent het verstandig. Het eerste deel cor komt uit het Latijn: hart. Dat zit bij Linde duidelijk op de goede plaats.

 

Woord van de dag: hoteldebotel

‘Zeg X,’ zeg ik tegen een student die totaal niet aan de les meedoet, ‘waar zit je met je gedachten?’
Gejoel van de rij achter hem. X is verliefd, begrijp ik uit de grappen.
X kleurt, maar zegt stralend: ‘Hoteldebotel, mevrouw.’

Wat een baas!

Deze prachtuitdrukking betekent stapelverliefd, maar kan ook gek betekenen. Misschien is dat eigenlijk niet eens zo heel verschillend. Het woord stamt af van het jiddische woord overlewotel of overwotel, dat ‘geheel overstuur, in de war’ betekent.