Selecteer een pagina

In memoriam: Erika Arps

Tot ons grote verdriet is maandagochtend vroeg onze collega-docent en medeblogger Erika Arps overleden. Ze was pas 55 jaar. Erika was een taalliefhebber pur sang en leverde sinds 2017 met enige regelmaat bijdragen aan ons blog. Vorig jaar moest ze vanwege ziekte een tijd afhaken, maar aan het begin van dit collegejaar pakte ze de draad weer op. Opgewekt en vol goede moed, zoals Erika altijd opgewekt en vol goede moed was. Haar bijdrage eind september zou haar laatste zijn. We verliezen een kundige, hardwerkende en bovenal ontzettend fijne collega. We wensen haar gezin, familie en vrienden veel sterkte toe in deze moeilijke tijd.

Pondolo en pith

Elke maandagavond heb ik Italiaanse les, gewoon met een echte docent en echte medecursisten in een klasje. Het is het hoogtepunt van mijn week, zeker nu in de semi-lockdown.

Mijn favoriete Italiaanse woord tot nog toe is magari, een bijwoord dat zoiets betekent als ‘was het maar zo’, of ‘kan zijn’. Een nogal toepasselijk woord in deze tijd. Ga je nog op wintersport dit jaar? Magari! Vier je je verjaardag? Magari!

Bij het leren van een andere taal is het onvermijdelijk dat je op woorden stuit die niet met één woord te vertalen zijn in je eigen taal, zoals magari. Dat zijn vrijwel altijd culturele verschijnselen, zoals het Nederlandse gezellig waarvan vaak gedacht wordt dat het onvertaalbaar zou zijn. Of het Deense hygge dat een paar jaar geleden zijn opwachting maakte in het Nederlands. Maar ook voor de vertaling van Nederlandse woorden als luizenmoeder en fietsenstalling zijn in andere talen meerdere woorden nodig, simpelweg omdat deze begrippen geen equivalent in andere landen hebben. Voor deze categorie taalleemtes is er zelfs een Facebookpagina Untranslatable die onvertaalbare woorden uit allerlei talen bespreekt.

Maar er is nog een andere categorie onvertaalbare woorden. Dat zijn geen culturele begrippen maar juist heel concrete dingen die overal bestaan en waarvan het onbegrijpelijk is dat andere talen er geen woord voor hebben.

Een voorbeeld: in het Italiaans heeft elke teen een eigen naam: alluce, melluce, trillice, pondolo en minolo. Waarom hebben wij dat niet? Ja, grote teen en kleine teen, maar die drie andere dan? Wat een omissie.

We blijven even bij het lichaam. Het Nederlands kent de woorden, hals, nek en keel, het Italiaans ook (collo, nuca, gola). Het Engels heeft er twee, neck en throat, maar het Koreaans heeft slechts één woord voor het gebied tussen je hoofd en je romp: mok. Als je met keelpijn naar de dokter gaat, moet je wijzen. Onnodig, Koreanen, onnodig.

Ander voorbeeld: het Engels heeft het woord pith. Dat zijn die witte velletjes en frutjes in een sinaasappel of mandarijn. Daar wil ik ook een woord voor!

Of: siblings (Engels) en Geschwister (Duits): broers en zussen heten die bij ons.

Er zijn talloze onvertaalbare culturele begrippen, maar kent iemand van onze lezers nog andere voorbeelden van taalleemtes voor zeer concrete en alledaagse woorden als pondolo of pith?

 

 

Laten zien

Taal verandert continu. Dat heb je misschien niet in de gaten, omdat het zo langzaam gaat, maar als je op school nog Van den vos Reynaerde hebt gelezen – nog steeds een fantastisch verhaal trouwens en intussen ook te lezen in een moderne vertaling! – of Karel ende Elegast, snap je precies wat ik bedoel. Vraag anders je ouders, want in de jaren tachtig van de vorige eeuw was dit nog verplichte literatuur op havo en vwo. Het Nederlands van de middeleeuwen verschilt enorm van het Nederlands van nu, niet alleen voor wat betreft de woordenschat, maar ook grammaticaal.

Maar soms trap je een taalverandering op de staart, of denk je dat te doen. Misschien is ‘laten zien’ in een passieve constructie, zo’n taalverandering. Het is in ieder geval wijdverbreid in het werk van studenten, bijvoorbeeld: ‘In de grafiek worden de gevolgen van deze maatregel laten zien.’ Deze zin doet pijn aan alle facetten van mijn taalgevoel. Je kan heel goed zeggen: ‘De grafiek laat de gevolgen van deze maatregel zien’ (actieve zin), maar zodra je de zin passief maakt, heb je een synoniem nodig: ‘tonen’. Vergelijk: ‘In de grafiek worden de gevolgen van deze maatregel getoond.’ Dat is een prima zin.

‘Laten zien’ kan je dus niet gebruiken in een passieve constructie. Hoe komt het dat het dan toch het Nederlands binnensluipt? Toen ik het er bij het ontbijt over had met mijn vriend (die uit Zuid-Limburg komt) ging me een licht op. Volgens hem kan in het Duits de volgende constructie ook niet: ‘In der Graphik werden die Folgen dieser Massnahme sehen lassen’. Dat komt dus overeen met het Nederlands. Maar wat wél lijkt te kunnen: ‘Die Folgen dieser Massnahme sind sehen lassen geworden.’ Dat is een passieve constructie, die in het Nederlands níet kan.

Zou ‘laten zien’ in de passief via een Nederlands dialect verder zijn verspreid? Dat zou best kunnen. In het verleden is dat gebeurd met verschillende grammaticale verschijnselen. De ij-klank bijvoorbeeld, in het middelnederlands nog een ‘ie’ – dus ‘lijf’ was ‘lief’, is na de Val van Antwerpen in 1585 door gevluchte brabanders naar de noordelijke Nederlanden gebracht en het Engels heeft veranderingen in de woordvolgorde zeer waarschijnlijk te danken aan de overheersing door de Fransen onder leiding van William the Conqueror – ook wel genoemd William the Bastard – maar dat terzijde.

Misschien hebben we het dus over een gevalletje taalverandering. Dan zal ik het – heel, heel langzaam – moeten accepteren, maar tot die tijd moeten we toch echt het werkwoord ‘tonen’ vaker gebruiken.

Hey mevrouw

Wat me onder meer zo leuk leek aan lesgeven was dat ik te midden van zo veel jonge mensen mijzelf ook jong zou blijven voelen. Deze hoop vervloog toen ik de eerste mail van een student kreeg met in de aanhef: mevrouw. Het is niet alleen dat ik word aangesproken met ‘mevrouw’, maar ook de combinatie van de titel met het woord ervoor valt me op. Ik ontvang mails met in de aanhef ‘Hi mevrouw’, ‘Hey Mevrouw’, ‘Hallo mevrouw’ en ‘He mevrouw’.

Zonder mijn leeftijd te verklappen (dat doen mevrouwen niet), kan ik wel zeggen dat ik mezelf voordat ik les ging geven nog nooit had beschouwd als een mevrouw. Het woord ‘mevrouw’ – dat een adellijke oorsprong heeft – associeer ik met deftige dames, mantelpakken en chique handtassen.

Ik vermoed dat de studenten ook niet zeker weten of ik wel een mevrouw ben: bij echte mevrouwen zou je ‘Geachte mevrouw’ of ‘Beste mevrouw’ zeggen – met dan eventueel mijn achternaam achter ‘mevrouw’. Misschien is ‘Hey Mevrouw’ een gezochte gulden middenweg? Een informele ‘Hey’ met een gehoofdletterde ‘Mevrouw’?

Of heeft het te maken met opvoeding en goede manieren? Want ‘Hey Mevrouw’ heeft ook iets onbeschofts. Zo van: ‘hey mevrouw, even snel lezen en antwoorden svp.’ Maar de tekst eronder is vaak heel beschaafd en wordt in de meeste gevallen afgesloten met ‘Met vriendelijke groet’. Dat is dan weer keurignetjescorrect.

Dit blok begin ik mijn lessen met de introductie: “dit is mijn naam, mijn mailadres en ik ben geen mevrouw.” Ik zie uit naar een nieuwe verzameling aanheffen! Want dat mevrouwschap is niks voor mij.

‘Mond-op-mondreclame’

Toen ik afgelopen week tegen mijn uitgever zei dat de ‘mond-op-mondreclame’ van mijn zojuist verschenen boek goed verliep, moest ze ontzettend hard lachen.

Noem me naïef, maar jarenlang verkeerde ik in de volle overtuiging dat de boodschap zo werd overgebracht. Een verhaspeling die waarschijnlijk te maken had met het alom bekende ‘mond-op-mondbeademing’. Uiteraard gebeuren er nog veel meer dingen van mond op mond, maar dat is denk ik meer geschikt voor een ander type website.

Oké, reclame die dus van mond tot mond gaat, waarbij mensen met elkaar praten óver mijn boek en daarbij níet hun mond op die van de ander drukken.

Mocht u ondertussen nieuwsgierig zijn geworden naar mijn creatie, bij dezen wat online-tot-onlinereclame:

https://www.bol.com/nl/nl/p/negentig/9300000004693290/.

 

“Woke”

Ben ik “woke”? Wellicht, ja. Ik hoop althans dat ik door de jaren heen, zo aan de vooravond van mijn vijftigste verjaardag, een beetje “woke” ben geworden. Maar dan wel “woke” op de manier zoals ík het begrip interpreteer: oog hebben voor de ander, jezelf niet zien als de maat der dingen, je realiseren dat in deze samenleving mensen van kleur nog altijd worden gediscrimineerd, gedurende hun leven in meer of mindere mate te maken krijgen met racisme en stereotyperingen.

Vooral oog hebben voor een ander en jezelf niet als de maat der dingen zien, beschouw ik als een voorwaarde voor een “woke” leven. Je hebt mensen die zeggen: “IK mag ‘neger’ zeggen, want IK ben geen racist. Bovendien ben IK bevriend met negers die zichzelf ook neger noemen.” Dan heb je geen oog voor anderen en beschouw je jezelf als de maat der dingen, want je doet niet eens een poging te begrijpen waarom het voor een ander helemaal niet zo plezierig is wanneer jij het woord “neger” gebruikt.

Ik beschouw “woke” als een bijvoeglijk naamwoord, ook al klinkt dat in een zin niet zo lekker: “Dat is een heel erg woke meisje.” Beter kan je dan schrijven: “Dat meisje is heel erg woke.” Dus als het naamwoordelijk deel van een naamwoordelijk gezegde.

Op sociale media heeft “woke” verschillende betekenissen. Er is één ronduit negatieve interpretatie van het begrip. Bovendien is het in die interpretatie van bijvoeglijk naamwoord veranderd in een zelfstandig naamwoord: “Woke” wil de vrijheid van meningsuiting afschaffen. “Woke” is hier een niet nader gedefinieerde groep mensen die vooral wordt geassocieerd met #BLM, Black Lives Matter, en soms ook als een synoniem daarvoor wordt gebruikt. #BLM wordt door mensen die “woke” op deze manier interpreteren ook gezien als een strak georganiseerde, semi-terroristische mantelorganisatie van “Antifa” die allerlei in stenen tafelen gebeitelde dogma’s aan ons wil opdringen: zwarte mensen zijn beter dan witte mensen, witte mannen zijn per definitie racistisch en moeten hun mond houden, je mag als witte mens nooit je haar in Afrikaanse staartjes vlechten want dan doe je aan “cultural appropriation”.

Dit rigide beeld van zowel het begrip “woke” als van Black Lives Matter, laat geen ruimte voor nuances. Beide worden neergezet als het kwaad. En daarbij blijft totaal onduidelijk om welke mensen dit gaat. Wie bedoel je precies? En waarom verdienen zij deze kwalificatie? Tante Marie-Claire uit Bloemendaal heeft ook op Instagram een zwart vierkant gepost met de hashtag #BLM. Is zij ook “tegen” witte mensen?

In de heftige discussies over de grote onderwerpen van deze tijd – racisme, integratie, vluchtelingen, klimaat, terrorisme – is taal vaak een wapen dat eerder verhult dan verduidelijkt. Aan de ene kant omdat sommige abstracte begrippen in die strijd door verschillende mensen, al dan niet bewust, verschillend worden geïnterpreteerd, en aan de andere kant omdat abstracte begrippen sowieso online de twistgesprekken domineren en als bliksemschichten op elkaar worden afgevuurd: Iemand is niet “woke”, “woke” wil “onze vrijheid” afpakken, de samenleving “islamiseert”, “regressief links” heult met “de radicale islam”, “complotdenkend rechts”, “rechtswappies”, “Antifa”. Door online discussies met deze termen te framen, creëer je eerder mist dan helderheid.

Taal is uniek. Het is een wonder dat wij mensen bepaalde klanken en tekens hebben bedacht waarmee wij de wereld om ons heen kunnen duiden en er met elkaar over kunnen praten. Maar tegelijkertijd is taal ook levensgevaarlijk, omdat je haar kunt gebruiken om de ander buiten te sluiten. Oorlogen zijn ontstaan door ontsporend taalgebruik. En hoe abstracter de taal in een conflict, des te groter het onbegrip en de kans op escalatie. Om die reden gebruik ik het woord “woke” liever niet.

Peilen of pijlen?

Over drie weken moeten zo’n 1000 tweedejaars studenten van onze opleidingen Communicatie en Creative Business op stage. Dat is normaal gesproken al geen sinecure, maar ‘door de situatie rondom de corona’s’ – zoals een studente mailde – wordt het er niet gemakkelijker op. Een andere student schreef me dat hij na vier sollicitaties de moed begon te verliezen, hij had nog van een bedrijf niets gehoord, maar, zo stond er ‘… ook bij deze stage kan de pijl er niet op getrokken worden’. Ik begreep onmiddellijk wat hij bedoelde, al stond het er niet. Deze jongen weet niet waar hij aan toe is – hij kan er geen peil op trekken. Het peil is het vaste punt aan de kust waarop zeelieden zich richten als ze willen bepalen waar het schip zich op zee bevindt. Als je zo’n punt niet hebt, raak je uit de koers. Een terechte zorg. Dus richt ik mijn pijlen (langwerpige, puntige voorwerpen om met een boog naar een doel geschoten te worden): op u: mocht uw bedrijf nog op zoek zijn naar een getalenteerde communicatie- of mediaprofessional in spe die goed is in social media, schrijven, audio, video, marketing, communicatieadvies en nog veel meer, zet uw stagevacature dan op onze Stage Facebookpagina).

Woordenboekspel 13 oktober 2020

Het Ikzegookmaarwat-Woordenboekspel!

Wat is de betekenis van het woord aalt?

 

Gragedaan

Als je lesgeeft aan eerstejaarsstudenten, is er altijd eentje die extra waakzaam is. In het pedagogisch-didactisch jargon noem ik dat de ‘rots in de branding’: zo iemand die beter dan de docent weet wanneer deadlines zijn en hoe de weging is van een bepaalde toets. Rotsen in de branding zijn  warmbloedige elementen ten faveure van de groepsdynamiek, het nadeel is dat ze het zonder jou ook wel redden.

Ik had contact met zo’n rots, die mij in al haar schoolvlijt een bericht stuurde over informatie die ontbrak op een webpagina – dat gebeurt helaas nogal eens. Ik bedankte haar voor haar waakzaamheid. Ze antwoordde met “Gragedaan”. Een antwoord dat me zeer fascineerde.

Ik herinnerde mijn verbazing, het moet ergens vroeg in de jaren 80 geweest zijn, dat ik als kind ontdekte dat “alsjeblieft” een gecomprimeerde versie van de zin “als het je belieft” bleek (al zal ik als kleuter het begrip “comprimeren” niet hebben gekend, maar u begrijpt me).

Alsjeblieft, welterusten, vaarwel: in de grammatica hebben ze de functie van tussenwerpsel. Deze rots in de branding voegde nu in al haar goedheid misschien ook “gragedaan” aan het rijtje toe.

Veronderstelde zij werkelijk dat het altijd vlot uitgesproken “graag gedaan” kon worden weergegeven als “gragedaan”? Dacht ze dit, ondanks haar rol als rots in de branding in het eerste jaar, of was het gewoon een creatieve, gemakzuchtige tikfout? Ik wilde de illusie niet ontmantelen. Leidt dit bij u nu tot opwinding en discussie over het taalniveau van studenten?

Gragedaan.

Een euro meer of minder

                                             

Normaal gesproken word ik niet echt warm of koud van zulke advertenties. Deze keer wel. Niet omdat mijn maag rommelt, maar omdat mijn brein gromt. Sinds wanneer schrijven we het euroteken achter het bedrag?
Had er 10 euro en 15 euro gestaan, dan was het prima geweest. Wel met een spatie ertussen. Maar in Nederlandse teksten staat vóór het bedrag. Ook met een spatie ertussen trouwens: € 10 en € 15. Officieel horen daar nog de komma en het streepje achter, het zijn immers hele bedragen: € 10,- en € 15,-  (een kniesoor die dáár op let 😉; in België doen ze er sowieso niet aan). Schrik niet als je ook EUR tegenkomt. Dat is in orde, tenminste, in financiële teksten, zo lees ik tot slot op taalavdies.net.

Afijn, er gaat iets mis in deze schreeuw om aandacht, maar het moet gezegd: met de werkwoordspelling zit het dan weer wél goed.