Ik bezocht in museum de Hermitage de mooie tentoonstelling Hollanders van de Gouden Eeuw, met reusachtige groepsportretten uit de zeventiende eeuw. Bij één van die portretten meldt het begeleidende bordje dat op het portret regentessen te zien waren van een gevangenis en heropvoedingsgesticht voor dievegges, prostituees en ‘lediglopende meisjes’.
Wat zouden die meisjes op hun kerfstok hebben? Een leegloper is iemand die niets uitvoert, maar daar hoefde je niet voor opgesloten te worden, lijkt me. Zou het iets met losse zeden te maken hebben? Slettenbakken? Maar om die nou op te sluiten… Weesmeisjes? Maar die zet je toch niet bij dievegges en prostituees?
Lediglopende meisjes hebben we nu niet meer. Maar iedere tijd heeft zijn eigen kwetsbare groepen die we het liefst maar opsluiten. Wij hebben bijvoorbeeld ama’s (alleenstaande minderjarige asielzoekers). Zijn zij de lediglopende meisjes (en jongens) van de 21ste eeuw?
“Lediglopende meisjes” zijn wel degelijk landlopers, zwervers. Dat is dus wel nog iets anders (meer) dan meisjes “die niets uitvoeren”. En tot nog niet zo lang geleden werden landlopers effectief opgesloten. Ik vond die lediglopende meisjes bv. terug in “De Leidse Fabriekskinderen”. dspace.library.uu.nl/bitstream/1874/297585/2/smit.pdf
In die periode ging het nog wat verder. Tegen betaling kon je die lediglopende meisjes, … gaan bezichtigen. Het was – toen – zelfs een toeristische trekpleister.
Dank voor je aanvulling, Edwin
Ledigheid is des duivels oorkussen.