Selecteer een pagina

Vakantiestand

De bloggers van Ikzegookmaarwat doen even wat anders dan bloggen. Vanaf 6 januari kunt u weer bijdragen verwachten. We wensen iedereen heel fijne feestdagen toe en alle goeds in het nieuwe jaar!

 

Hoe zat het ook alweer? Aan elkaar of niet?

Folders met aanbiedingen, ze zijn niet zelden een goudmijn voor een taaldocent. Zo wil ik bij dezen de firma Sligro hartelijk bedanken voor twee fraaie voorbeelden die ik kan gebruiken in mijn bijspijkerlessen Nederlands.

Eén van de onderdelen in die lessen: de samenstelling. Lastig voor veel studenten. Wanneer schrijf je iets aan elkaar en wanneer niet? Met name de drieledige samenstellingen (een bijvoeglijk naamwoord en twee zelfstandige naamwoorden) zijn een bron van verwarring. Waarom schrijf je hogedrukgebieden aan elkaar, maar hoge herenschoenen met een spatie? En bijna geen student die gelooft dat je ingezondenbrievenrubriek aan elkaar schrijft.

Het zit zo. Of je een spatie gebruikt of niet hangt af van de vraag waar het bijvoeglijk naamwoord op slaat. Indien dat betrekking heeft op het laatste deel van de samenstelling, dan gebruik je een spatie. Om het voorbeeld in de vorige alinea erbij te pakken: ‘hoge’ slaat op ‘schoenen’ en niet op ‘heren’. Spatie na ‘hoge’ dus. (Tenzij je speciale schoenen voor hoge heren bedoelt, maar die kom ik niet tegen in de folders.) Maar slaat het bijvoeglijk naamwoord op het eerste deel van de samenstelling, dan schrijf je alles aan elkaar. Zo slaat ‘hoge’ op ‘druk’ en niet op ‘gebieden’ en schrijf je dus hogedrukgebieden. ‘Ingezonden’ slaat op ‘brieven’ en niet op ‘rubriek’.

En soms kan het allebei. Bekend voorbeeld is de langeafstandsloper (iemand die marathons loopt) en de lange afstandsloper (iemand van twee meter die afstanden loopt). Het leuke aan deze kwestie vind ik dat je niet blind de regels volgt á la ’t exkofschip, maar moet nadenken over de betekenis van woorden. Wat wordt er bedoeld?

Goed, die twee voorbeelden uit de folder van Sligro die ik in mijn lessen ga gebruiken. Ze staan hieronder en aan u de vraag: correct gespeld of niet?

Over de eerste, tamme konijnenbouten, kan niet veel discussie zijn, lijkt me. Dat ‘tamme’ slaat volgens mij op ‘konijnen’ en niet op ‘bouten’ (tamme bouten versus wilde bouten, ik geloof er niet in), dus dat moet tammekonijnenbouten zijn.

Dan de tweede, gele roompoeder. Gezien de afbeelding op de verpakking (een tompouce) lijkt mij dat hier poeder wordt bedoeld waarmee je gele room kunt maken, en dan slaat ‘gele’ dus op ‘room’. In dat geval dus geleroompoeder. Maar mocht het poeder geel zijn, dan zou gele roompoeder ook kunnen. Ik zou overigens in het geval van geleroompoeder wel een koppelteken gebruiken (gele-roompoeder), want de vluchtige lezer vraagt zich anders wellicht af wat een geler-oom is.

Nog even terug naar die konijnenbouten: kijk goed uit dat u geen spatie tussen ‘konijnen’ en ‘bouten’ plaatst, want in dat geval kan ‘bouten’ makkelijk als werkwoord (poepen) opgevat worden. En dat kan misverstanden oproepen, zoals in het geval van deze slagerij in Voorburg…

 

Woordenboekspel 16 december 2019

Het Ikzegookmaarwat-Woordenboekspel!

Wat is de betekenis van het woord bourdalou?

 

Verkeerd in goede staat

Als hartstochtelijk marktplaatsspeurder bewonder ik dagelijks de creativiteit van de gebruikers. Marktplaats biedt hulp bij het maken van een advertentie, maar dat kan gelukkig niet voorkomen dat er veel te genieten over blijft. Van een man die zichzelf per ongeluk naakt uploadt in een antieke, geslepen spiegel tot een ontroerende kop als ‘Grijs buro – niet mooi’.

De hoeveelheid foto’s, de belichting, het perspectief en de kwaliteit zeggen weer iets over het kunnen of willen verplaatsen in de klant. Een aangeboden meubelstuk zonder afmetingen is niet serieus te nemen en getuigt van luiheid. Maar vooral de advertentietekst bevat subtiele hints over het leven van de opsteller.

De Britse psychiater Theodore Dalrymple noemt de tatoeage het stigma van de laagste klassen. Het uitroepteken en Caps Lock kunnen er ook wat van. Bij ‘televisiekastje ERG MOOI NOG!!!!!’ verwacht geen hond nog een academisch werk- en denkniveau. Waarom maar één uitroepteken als je er ook zes kan gebruiken om uiting te geven aan je enthousiasme over een televisiekastje?

Bij de occasions ben je ook altijd in goede handen. Een Citroën GSA die ´nog in goede staat verkeerd´ is te mooi om door een automatische controle te laten verbeteren. Net zoals deze, uit mijn persoonlijke archief:

Bargoens

Als er in een Nederlandse televisiekomedie een ‘jongen van het volk’ (m/v) wordt opgevoerd, kun je er donder op zeggen dat hij een Amsterdamse tongval heeft. Denk aan Martin Morero uit Gooische Vrouwen, Melvin uit Jiskefet (ook bekend van Ajax’ officieuze clublied Dit is mijn club) en natuurlijk de voltallige familie Flodder. Naast gemeenteambtenaar Sjakie, de kakkineuze buren en zelfs de SRV-man, die allemaal keurig ABN praten, benadrukt het knauwerige Mokums van ma, Johnny, Kees en Kees hun eenvoudige inborst.

Zoals een koning automatisch majestueuzer wordt met een kroon op, zo krijgt iemand die plat Amsterdams praat als vanzelf iets gezelligs Jordanees, een vleugje ouwejongenskrentenbrood, met misschien een onduidelijk handeltje hier of daar, maar altijd joviaal en lief voor z’n oude moeder.

Wellicht heeft die reputatie van ‘boef met een gouden hartje’ te maken met de vele typisch Amsterdamse woorden die uit het Bargoens stammen. Deze taal stond vroeger bekend als de geheime taal van landlopers en dieven en is nog steeds vervlochten met het oude Amsterdamse dialect. Woorden als ‘gozer’, ‘tof’ en ‘mazzel’ zijn Bargoens, die dáárvoor weer waren gejat (overigens ook Bargoens) uit het Hebreeuws en Jiddisch.

Eén en ander las ik laatst terug in het Bargoens Woordenboek, dat ik ooit voor een tientje op de boekenmarkt aanschafte en nog steeds regelmatig doorblader. Ter vermaak, natuurlijk, maar ook ter lering. Een woord als ‘gozer’ kent namelijk iedereen, maar wat is in godsnaam een kladdertje? Of muimes? Bij een leuter of gelazer kun je je nog iets voorstellen, maar wat betekent het als je ‘een scheet op een plankie timmert’?

Enfin, hoe graag ik ook zou willen: een woord als kladdertje (“publieke vrouw die aan seksuele afwijkingen tegemoetkomt”) hoor je niet gauw meer. Zoals elke taal ontwikkelt ook het Amsterdams zich en is het in de loop der jaren aangevuld met woorden uit het Sranan, Arabisch, Turks en natuurlijk Engels. Pareltjes zoals ‘krankjorum’ verdwijnen daarentegen langzaam naar de achtergrond.

Dat is niet erg. Een levende taal bestaat bij de gratie van zijn sprekers en het Amsterdams van nu weerspiegelt het stadsleven anno 2019. Toch hoort Bargoens net zoveel bij Mokum als een pikketanussie en blijft het een bron van Amsterdams kleurrijke verleden. En hoop ik stiekem op de comeback van de scheldnaam Lulletje Lampekap.