Selecteer een pagina

Doe maar (net alsof)

In bange en onzekere tijden knap ik altijd erg op van een flinke dosis nostalgie. Omdat ik van 1968 ben, waren de jaren tachtig van de vorige eeuw mijn vormende periode en dus richt mijn nostalgie zich vooral op films, muziek en mode uit die tijd.

Ook in de jaren tachtig was er veel onzekerheid en angst. Niemand van mijn generatie zou ooit een baan krijgen — zeker niet de kneuzen die een taal gingen studeren; er viel zure regen op je kop; de spinazie was radioactief door Tsjernobyl; we dachten nog dat je aids kon oplopen van een wc-bril; en als je als door een wonder al deze gevaren doorstond, dan viel De Bom en was alles tevergeefs geweest. Doemdenken, dat deed ik, dat deden we allemaal. En daar bleven we dan vaak toch wel weer opgewekt bij. Het was ook wel knus, met z’n allen op weg naar de afgrond.

De iconische jarentachtigband Doe Maar is een perfect voorbeeld van dat contrast: vrolijke, opzwepende reggae- en skamuziek met ronduit zwartgallige teksten over liefdespijn, drugsverslaving en maatschappelijke misstanden. Luister bijvoorbeeld eens naar ‘Doe maar (net alsof)’, van het album 4-us (!):

‘Je ziet in je krantje dat het
Allemaal uit de hand loopt
Je leest maar niet verder, want je
Je voelt het begin van wanhoop
Dan rook je een stickie en je
Vergeet wat je wilt vergeten (…)

Refr: Dus doe maar net alsof je neus bloedt (3x)’

Afgezien van het gedateerde woord stickie — zo noemden we een jonko vroeger — is deze tekst in z’n moedeloze paranoia hélemaal 2020. In het refrein lijkt het alsof de corona-ontkenners rechtstreeks worden aangesproken, de covidiots die tegen beter weten in doen alsof hun neus bloedt. ‘Er gaan ieder jaar mensen dood aan griep, we gaan lekker naar het strand’, die types.

De uitdrukking ‘doen alsof je neus bloedt’ betekent: je bewust ergens niks van aantrekken. Onze Taal geeft als equivalent ‘van de prins geen kwaad weten’, maar je zou ook kunnen zeggen ‘doen alsof je gekke Gerretje bent’ of ‘je van den domme houden’. Onverstandig en onverantwoord in tijden van COVID-19. Ik zeg: lekker binnen blijven en een plaatje draaien. Al dan niet met een Nederwiet-stickie, voor het echte eighties-gevoel.

Quarantaine

Quarantaine. Sinds de opmars van het coronavirus COVID-19 komt dit Franse leenwoord dagelijks voorbij in de media en onze gesprekken. Het getal veertig zit erin, quarante. Dat verwijst naar de veertig dagen die schepen in bewaakte afzondering in de haven moesten doorbrengen, na een overzeese reis. Op deze manier wilde men voorkomen dat de zeelieden besmettelijke ziekten uit verre oorden mee aan wal zouden nemen. 

Het moet voor dat scheepsvolk niet eenvoudig zijn geweest om na een lange tocht nog eens veertig dagen met de rest van de bemanning in isolatie door te brengen. Weken of maanden op zee was al een fysieke en mentale uitputtingsslag -zo comfortabel was het niet op zo’n middeleeuws vrachtschip- en dan ook nog eens veertig dagen noodgedwongen aan boord blijven in het zicht van de haven. Je moet er niet aan denken. 

Zwarte dood

De quarantaine-maatregel ontstond in de veertiende eeuw in Italië en werd later overgenomen door Frankrijk en andere landen. In die periode raasde de Zwarte Dood door Europa: de pest. De veertiende eeuw was sowieso geen gezellig tijdperk. De Honderdjarige Oorlog, gedonder tussen pausen en tegenpausen, plunderende huursoldaten, boerenopstanden, mislukte oogsten, hongersnood. En dus de pest, die woedde tussen 1346 en 1351. 

In tegenstelling tot COVID-19 werd de pest niet veroorzaakt door een virus, maar door een bacterie, die van zwarte ratten door vlooien werd overgebracht naar mensen. Daar kwamen wetenschappers trouwens pas honderden jaren later achter. Bacteriën zijn immers niet zichtbaar met het blote oog en de microscoop moest nog worden uitgevonden.

Net als het nieuwe coronavirus, ontstond de pest in Azië. En net als bij COVID-19 werd in Europa Italië als eerste zwaar getroffen. Een Genuees koopvaardijschip kwam in 1347 vanuit de Zwarte Zee aan in de haven van Messina op Sicilië, met aan boord ernstig zieke zeelieden. Die hadden dikke zwarte gezwellen op hun lichaam, waar pus en bloed uit kwam. De zieken kregen inwendige bloedingen en stierven in korte tijd een gruwelijke dood. 

Fake news

De pest werd aanvankelijk als een straf van God gezien. Joden leken minder vaak ziek te worden (dat zou verklaard kunnen worden door hun strenge reinigingswetten en betere hygiëne, een verder nog onbekend concept in de veertiende eeuw) en dat was verdacht. Als fake news avant la lettre deed het verhaal de ronde dat de Joden overal in Europa waterbronnen vergiftigden, om zo christenen om het leven te brengen. Er werden progroms uitgevoerd, vooral in Zwitserland en Duitsland. Joodse gemeenschappen werden vernietigd, de Joden verjaagd of levend verbrand en hun bezittingen ingepikt. Naar schatting 16.000 Joden kwamen om het leven door dit geweld. Intussen woedde de pest onverminderd voort en eiste alleen al in Europa tientallen miljoenen levens, naar schatting eenderde van de bevolking. 

Hoe afschuwelijk en ontwrichtend ook, door het massale verlies aan arbeidskrachten werden in die tijd de eerste stappen naar mechanisatie en daarmee naar de moderne tijd gezet. De pest inspireerde schrijvers als Boccaccio en leidde tot nieuwe inzichten: alle zekerheden zijn twijfelachtig.

Woord van de dag: roemoer

Binnen afzienbare tijd worden alle tentamens van onze opleidingen digitaal afgenomen, maar dit studiejaar moeten de studenten nog gewoon tentamens met de hand schrijven. Zij krijgen een lamme hand en wij krijgen lamme ogen van het ontcijferen van de moeilijke handschriften.

Voordeel is wel dat je op deze manier prachtige verschrijvingen ziet. Niet alleen van de categorie Aristoteles/ Arostiteles/Aresteles/Arestitelos,/Arostes of expirument/expiriment/expirement, maar soms echte verbeteringen.

Vandaag las ik roemoer in plaats van rumoer. Waarom heet dat niet echt zo?

 

 

 

Vlotte jumper

Een etalage van een ouderwetsige modezaak prijst truien aan met het bordje: ‘vlotte jumpers’. Nou, dan heb je me hoor. Jumper! Ik dacht dat het woord totaal was uitgestorven.

Een jumper is een damestrui, niet te verwarren met een jumpsuit. Dat is een overall, niet voor op de trekker maar een hippe voor naar je werk. Het woord jumper komt al sinds het begin van de twintigste eeuw voor in het Nederlands. Je spreekt het uit met een Nederlandse j, jumpsuit spreek je uit als djumpsoet. Het zijn allebei kledingstukken om makkelijk aan te schieten (je springt er zo in) , maar die jumpsuit moet je bij elk plasje natuurlijk wel weer helemaal uit doen.

En dan dat heerlijke ‘vlot’. Wij kennen het woord vlot als een drijvend gevaarte. Maar onze opa’s en oma’s gebruikten het om hun waardering uit te drukken: een vlot meisje met een vlotte jumper en een vlotte paardenstaart. Ze bedoelden natuurlijk gewoon ‘chill’. Mieters, hè?