Selecteer een pagina

Hoe zat het ook alweer? Hij wilt wel, maar zij wou niet

Veel studenten uit Noord-Holland schrijven ‘hij wilt’. Vaak zijn ze stomverbaasd als je ze erop wijst dat dat niet goed is. Het druist in tegen hun taalgevoel. Helemaal als ze horen dat ‘jij wilt’ wel correct is en in schrijftaal zelfs de voorkeur heeft boven ‘jij wil’.

Willen is een van de lastigste werkwoorden om te vervoegen.

Ook de verleden tijd is niet eenvoudig. Want moet je zeggen ‘ik wilde gisteren vroeg naar bed’ of ‘ik wou gisteren vroeg naar bed’? Deze zinnen zijn allebei goed, maar er is een betekenisverschil. ‘Wou’ is informeel, ‘wilde’ is formeler. In schrijftaal heeft ‘wilde’ de voorkeur, in spreektaal kun je beide varianten hanteren. Maar in een zakelijke of formele setting heeft ‘wilde’ ook in spreektaal de voorkeur.

Zo vervoeg je het werkwoord willen:

(het sterretje geeft de informele vorm aan)

Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik wil ik wilde / ik wou*
jij wilt / jij wil* jij wilde / jij wou*
u wilt / u wil* u wilde / u wou*
hij wil hij wilde / hij wou*
wij willen wij wilden / wij wouden*
jullie willen jullie wilden / jullie wouden*
zij willen zij wilden / zij wouden*

Ik ontwerp, ik ontworp, ik heb ontwurpen

Wij taaldocenten hebben het er maar druk mee: de SOS-colleges. Dé bijspijkergelegenheid voor onze eerstejaars media- en communicatiestudenten. Binnenkort krijgen ze een officiële taaltoets en ik gun iedereen een voldoende. Maar vooral: ik gun de mediawereld straks weer een lichting afgestudeerden met een goede taalbasis. Dus stort ik me op de vier keer honderd minuten, die bol staan van aandacht voor taalstruikelblokken en oefeningen met werkwoordspelling. Je weet wel, de het gebeurds en de wordt jijs. De hij wilts en de zij verbredes. De hij uploads en de jij lachttes.

Het ís ook niet makkelijk, getuige de fouten die we nog regelmatig in de media tegenkomen. Maar hé, deze hoef ik toch niet uit te leggen?

(Uit: FD Persoonlijk – weekendmagazine)

 

Uitdrukking van de dag: een roepende in de woestijn

‘Jij zeurt ook altijd over taal’, zei mijn elfjarige dochter pas tegen me. Ze heeft wel een beetje gelijk: uitspraken als ‘hun hebben al vakantie’ en ‘hij wilt geen suiker in de thee’ kan ik maar moeilijk laten passeren. ’t Is niet per se mijn mooiste eigenschap, maar ik mag graag luidkeels sprekers op de tv verbeteren. ‘Het is alleen beseffen! Zonder zich!’. Tevergeefs, natuurlijk. Mensen op de tv horen mij niet en wie het wel kan horen, trekt zich er weinig van aan. Ik ben een roepende in de woestijn. Een uitgedorst, oververhit driftkikkertje dat zich tegen de zandstormen in hees schreeuwt.

Een ‘roepende in de woestijn’ is iemand naar wie niet wordt geluisterd. De uitdrukking heeft een bijbelse oorsprong en verwijst volgens de website etymologiebank naar Johannes de Doper, die in de woestijn preekte. Het is niet duidelijk hoe de uitdrukking deze betekenis heeft gekregen, want naar Johannes werd juist wél geluisterd.

 

 

Hun zeggen dat taalfouten niet bestaan

Collega’s, studenten, familieleden, winkeljuffrouwen: iedereen lijkt dol op de constructie ‘hun hebben’. Ik niet. Sterker nog, ik erger me er kapot aan. Net als aan ‘hij wilt.’

Taalgeleerden vinden dat niet terecht. Taal verandert voortdurend en vooral de constructie ‘hun hebben’ wordt zo massaal in heel Nederland gebruikt dat deze over niet al te lange tijd weleens gewoon geaccepteerd kan zijn.

Volgens Jelle Zuidema, taalwetenschapper van de UvA, is het wetenschappelijk perspectief op taalfouten – kort samengevat: ze bestaan niet. ‘Er is geen objectieve norm waar taal aan zou moeten voldoen. (…) Bovendien zien taalwetenschappers in het gemopper over taalfouten vooral de subjectieve oordelen van een zelfbenoemde elite.’*

Au! Daar word ik even weggezet als elitaire betweter.

Buiten de wetenschappelijk wereld is ‘hun hebben’ gelukkig nog wel keihard fout, in elk geval in de schrijftaal.

* Zuidema, J., ‘Relax – taalfouten bestaan niet’, in Dit wil je weten. Amsterdam 2014.

 

 

Vrouwtjesschapen

Een website heeft een voorkant (daar kijkt u nu naar) en een achterkant. Niet letterlijk natuurlijk, maar zo wordt dat genoemd. Aan de achterkant kun je op het ‘dashboard’ kijken welke zoektermen bezoekers gebruikt hebben om bij ons terecht te komen. De meeste mensen zoeken op de naam van de site of naar de betekenis van een van onze ‘woorden van de dag’. Daarnaast zijn er mensen die per ongeluk bij ons verzeild raken met vragen waar ik toevallig het antwoord op weet. Rondje van de zaak:

  • Vandaag vroeg iemand aan Google wat moet je zeggen als iemand zegt hey schatje? Nu hebben we weleens over schatje geschreven, maar koppelden er toen geen advies aan. Ik adviseer: doodzwijgen.
  • Iemand anders typte in vrouwtjesschapen heten. Ooien, mevrouw of meneer.
  • Zoektermen die vaak voorkomen zijn hij wil of hij wilt? En hij wil of hij wou. Goed zo, zoeker, u voelt al dat er iets wringt. Het antwoord vindt u hier.
  • We hebben onze hond laten inslapen stijlfiguur. Dat is een eufemisme.
  • Is woord belazeren grof? Ik zou zeggen van wel, maar niet héél grof.

 

Dan de vreemdere zoekopdrachten:

  • Frans armgebaar. Geen idee, sorry. Maar wel heel intrigerend.
  • het luidruchtig ge. bruik hiervan in het ov ergert veel mensen. Hmm, iemand die een makkelijke puzzel invult? Zes letters? Mobiel. Vier letters? iPod
  • Madeleine met appelstroop. Dit is iemand die het culinair experiment niet schuwt. Kijk eens hier.
  • Hoe herken je ergernis? Zuchten, daar begint het mee
  • klap het woord koe, dit lijkt me de beginregel van een gedicht.