Selecteer een pagina

Hoe zat het ook alweer? Nog/noch

Winkelketen Blokker huurde een paar jaar geleden de Amerikaanse actrice Sarah Jessica Parker in voor een reclamespot en volgens de baas van Blokker pakte dat vrij slecht uit.

Op weblog Marketingfacts legt een neuromarketingconsultant deze week uit dat dat geen wonder is. In de hersenen van kijkers van de commercial bespeurt hij afkeer en gevaar. De mensen die het idee voor deze commercial hebben doorgezet, waren volgens hem een beetje de weg kwijt. “En zo kan het gebeuren dat er in een collectieve black-out groen licht komt voor de productie van een commercial die kant nog wal raakt”, constateert hij.

De webredacteur die zijn artikel online plaatste moet ook even een kleine black-out gehad hebben toen hij besloot deze zin in het artikel te benadrukken met een zogenoemde streamer.

kant nog wal

Want de correcte uitdrukking luidt: kant noch wal. Nu komt deze vergissing vaker voor, vermoedelijk omdat we veel vertrouwder zijn met het woord ‘nog’ dan met het woord ‘noch’. Daarom is het misschien goed om het verschil nog even te bespreken.

‘Nog’ is een bijwoord dat je op veel verschillende manieren kunt gebruiken. Bijvoorbeeld om herhaling aan te geven (‘Geef mij nog maar een biertje’) of om iets te versterken (‘Heb je nou nóg je huiswerk niet gemaakt?’).

‘Noch’ is een voegwoord met een ontkennende betekenis. ‘Binnert noch Lisette heeft trek in een gebakje’ geeft aan dat ze allebei géén zin hebben in een gebakje. Je kunt ook zeggen: ‘Noch Binnert noch Lisette heeft trek in een gebakje’. Dat is misschien wat duidelijker, omdat de ontkenning dan meteen vooraan staat.

En ja, je kunt natuurlijk ook zeggen: ‘Binnert en Lisette hebben allebei geen trek in een gebakje’. Maar dan raakt het woord ‘noch’ helemaal uit beeld, terwijl het wel voorkomt in diverse vaste uitdrukkingen. Bijvoorbeeld: vlees noch vis zijn, van toeten noch blazen weten of ergens part noch deel aan hebben. Dus laten we ‘noch’ een beetje koesteren, want anders gaan we nog veel vaker fouten van het soort zoals hierboven zien.

Bron: Onze Taal

 

Moeilijke woorden

Vakdocenten klagen altijd dat leerlingen en studenten vooral in hún vakgebied van toeten noch blazen weten. “Ze kunnen niet eens meer een percentage berekenen”, klaagt de docent bedrijfseconomie. “Ik moet ze vertellen wanneer de oorlog was, wie ‘m is begonnen, en wie ‘m heeft gewonnen”, moppert de collega die geschiedenis heel belangrijk vindt (en niet wars is van hyperbolen). Taaldocenten vinden dat de spellingvaardigheid van studenten ondermaats is en dat hun vocabulaire te wensen overlaat.

Over dat laatste gesproken: de bovenstaande alinea bevat diverse woorden en uitdrukkingen die menig student niet kent, zo is mijn inschatting. Toeten noch blazen, hyperbolen, vocabulaire, vooral propedeusestudenten kunnen je vragend aankijken als je dergelijke woorden gebruikt. De vraag is of het erg is dat ze die woorden en uitdrukkingen niet kennen. Daarover kunnen in de docentenkamer verhitte discussies ontstaan.

Volgens mij is er behoefte aan meer duidelijkheid over de vraag welke woorden en uitdrukkingen de studenten bij ons in de propedeuse zeker moeten kennen. Dus ik heb besloten een lijstje ‘moeilijke woorden waarvan je de betekenis moet kennen’ op te stellen. En collega’s gevraagd om suggesties aan te leveren. Dat levert interessant materiaal en fraaie woorden op. Een greep uit de inzendingen tot dusverre:

  • protagonist
  • spectrum
  • consensus
  • stramien
  • lumineus
  • palpatie

Van dat laatste woord kende ik overigens zelf de betekenis niet, maar dat zal ongetwijfeld aan mij liggen.

Als u nog suggesties heeft voor het lijstje ‘moeilijke woorden waarvan eerstejaarsstudenten de betekenis moeten kennen’: ik houd me van harte aanbevolen.

 

Woord van de dag: beslommeringen

Het was de week van de laatste klussen, opruimen en vragen: “Wat ga jij doen in je vakantie?” Een enkeling gaat nog een weekje door, maar voor de meeste docenten is vandaag de vakantie aangebroken. Even geen colleges, nakijkwerk, overlegjes, administratieve taken en andere dagelijkse beslommeringen. Even bijtanken.

Mooi woord eigenlijk: beslommering. Van Dale omschrijft het als ‘zorg, moei­te, dat­ge­ne waar­in men ge­wik­keld is’. Het is afgeleid van het werkwoord ‘beslommeren’. Dat woord is in onbruik geraakt en staat niet in Van Dale, maar het is nog wel terug te vinden in het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT). Het betekent zoiets als beperken of verwarren.

Uit het WNT blijkt dat je vroeger ook ‘ontslommeren‘ had, dat het tegenovergestelde van beslommeren betekende. Prachtig woord, dat een terugkeer in onze taal verdient.

– “Wat ga jij doen in je vakantie?”

– “Ik ga ontslommeren.”

Wij wensen u een heel fijne zomer toe! Eind augustus zijn we weer terug.