Selecteer een pagina

Directoire

Om redenen die verder niet ter zake doen, voerde demografisch veldonderzoek mij afgelopen zaterdag naar de Hema in Almere Buiten. Als je inzicht wilt krijgen in de bevolkingssamenstelling van een bepaalde stad of wijk, kun je deskresearch doen en staafdiagrammen en andere cijferbrij bestuderen op de websites van het SCP, CBS en Funda. Je kunt ook naar de plaatselijke Hema. 

Helaas was het in de Hema van Almere Buiten opvallend rustig. Ik had gehoopt op drommen winkelend publiek van divers pluimage. Slechts een handjevol bezoekers scharrelde rond in de ruim opgezette winkel. De filiaalmanager versleepte een log rek met jerrycans ruitensproeiervloeistof. Twee in appelgroene polo’s gestoken winkeldames schoten hem te hulp. Verder was er niet veel reuring in de winkel, deze zaterdagmiddag. Het was beduidend wisselvalliger en frisser dan de weersvoorspellingen hadden aangegeven, misschien hadden de felle regenbuien de Almere Buitenaars doen besluiten binnen te blijven. 

Ik rommelde wat in een schap met damesondergoed. Zelf bestel ik alle kleding online, en niet bij de Hema, dus ik keek met een frisse blik naar de uitgestalde waar. Het aanbod liep uiteen van fleurige niemendalletjes tot lange thermo-onderbroeken. Mijn oog viel op een forse crèmekleurige slip. Hij was nogal hoog, reikte tot ruim boven de navel. Het bleek te gaan om een corrigerend broekje, gemaakt van elastisch maar stevig materiaal dat de lubberende buik in bedwang zou houden. Mijn interesse was meteen gewekt. ‘Directoire’, stond er op het kaartje bij het schap. Niet slip, boxer, tanga, string, short of onderbroek. 

Directoire. 

Voor een onderbroek heeft de directoire een interessante geschiedenis, die terugvoert naar de Franse Revolutie. De directoire behoort tot de neoclassicistische meubel- en kledingstijl die volgde op de stijl van Lodewijk de Zestiende (en Marie-Antoinette, de fashion queen van die tijd). Voluit heet het pantalon directoire, een ‘nauwsluitende vrouwenpantalon met elastieken band om het middel en aan de pijpen gesloten.’ De naam verwijst naar de periode Directoire (1795-1799). Tijdens dit deel van de Franse revolutie werd het landsbestuur gevormd door een vijfkoppige directie. Die moest orde zien te scheppen in een land dat na het schrikbewind van Robespierre kampte met economische depressie, hongersnood en burgeroorlog. Algehele malaise, de tijd was rijp voor een revolutie! En kennelijk voor grote damesonderbroeken met pijpjes.

Directoire. 

Alleen al voor de naam zou je hem kopen: ‘Kijk eens wat een geweldige directoires ik heb gekocht! Was in de aanbieding bij de Hema. 2 + 1 gratis. Corrigeert ook nog eens de buik. Blij mee.’ En dan intens tevreden een eveneens gescoorde zak paprikachips van 1 euro opentrekken. Met de taille komt het toch wel goed.  

De kogel is door de kerk

‘Kogel door de kerk: overdag in heel het land 100 km/uur’, kopte de Telegraaf op 12 november. De stikstofcrisis noopt het kabinet Rutte III tot draconische maatregelen, waarvan het terugbrengen van de maximumsnelheid van 130 naar 100 kilometer per uur er één is. Op de website van Onze Taal is te lezen dat de uitdrukking betekent dat -meestal na lang overleg- een beslissing is genomen en de knoop is doorgehakt. Aanvankelijk verwees de zegswijze niet zozeer naar daadkracht, maar naar een gebrek aan eerbied en fatsoen. 

Waar de uitdrukking ‘de kogel is door de kerk’ precies vandaan komt is niet zeker. Het zou te maken kunnen hebben met de ongeschreven regel dat kerken werden ontzien tijdens gewapende conflicten. Schieten in en om de kerk werd als zeer onbeschoft beschouwd. Kogels en kerken, geen goede combinatie. Zeker in het licht van alle recente aanslagen op kerken en moskeeën overal ter wereld. Dat ook in vroeger tijden vechtende partijen lak hadden aan regels, of ze nu ongeschreven waren of in steen gehouwen, is nog te zien in Haarlem. Daar kun je de kanonskogel bekijken die de Spanjolen botweg dwars door de Sint-Bavokerk joegen tijdens het beleg van de stad in 1573. 

Het oudste spreekwoordenboek waarin de uitdrukking is te vinden, betreft De oorsprong en uitlegging van dagelijks gebruikte Nederduitsche spreekwoorden uit 1726 van Carolus Tuinman. Tuinman schrijft “Is dan de kerk zelf aangetast en doorschoten, ’t is een blyk, dat men door geen ontzag wordt afgeschrikt, en nu alles durft ondernemen. Die het heilige niet spaart, en de vreeze daar voor afgelegt heeft, zal dan het ongewyde nog minder verschoonen.” 

De verklaring van Tuinman wordt echter in twijfel getrokken door F.A.Stoett, auteur van hét standaardwerk over Nederlandse spreekwoorden (1923-25). Het woord ‘kerk’ is volgens Stoet alleen ter alliteratie aan de uitdrukking toegevoegd. ‘Kogel’ en ‘kerk’ bekken gewoon lekker en hebben niets te maken met het ‘beledigen en vergrammen’ van heiligen en heiligdommen. Dus je zou in het geval van de snelheidsverlaging net zo goed kunnen zeggen ‘de kogel is door de Kamer’.  Of door de koe, de heilige koe.

 

Mee-eter

Puistjes worden ten onrechte geassocieerd met de puberteit. Maar ook als je al twee, drie of vier keer zo oud bent kun je kampen met een onzuivere gezichtshuid. De cosmetische industrie heeft legio middeltjes voor de jonge en rijpere gecombineerde probleemhuid. Onlangs bespraken collega’s C. (dertiger) en M. (vijftiger) de kwaliteiten van speciale plakstrips waarmee de neusbrug in één ruk ontdaan kan worden van mee-eters. 

Mee-eter, een veel te gezellig woord voor zo’n onsmakelijk verschijnsel. In het Engels noemen ze het treffend ‘blackhead’, in het Frans ‘point noir’. Wij ontlenen het woord mee-eter aan het Latijnse comedo. Dat komt van comedere. Com = samen en edere = eten. Hoezo, samen eten? ‘Ja joh, schuif lekker aan, er is meer dan genoeg!’ Waarvan? Huidvet. Talg. De dermatologie stond in die tijd nog in de kinderschoenen, want men dacht dat de verstopte poriën wormpjes waren, die voedsel gebruikten. Sorry hoor, maar gadverdamme! 

 

Hannes Minnaar

Ik liep vorige week langs onderstaande abri waarop een pianoconcert werd aangekondigd. Maar ik las het met een half oog en dacht dat het een reclame betrof voor een nieuwe roman.

Zeg nou zelf, Hannes Minnaar, dat is toch een geweldige naam voor een boektitel?

Je ziet de flaptekst al voor je:

‘Hannes Minnaar is een meeslepende en meesterlijk gecomponeerde roman, waarin de koele zakenvrouw Hanne in een duivels ménage à trois verstrikt raakt en evenals haar ziekelijke echtgenoot Charles valt voor de charmes van de inwonende conservatoriumstudent Hector, getalenteerd pianist, ongemeen ambitieus en met een duistere kant die gaandeweg de overhand krijgt.’

‘Een adembenemend en donker liefdesverhaal, dat crescendo afstevent op de onvermijdelijke dramatische climax.’ Marie-Cécile van Dunk, Algemene Courant.

‘Stomende seks op de Steinway. Lekker.’ Hein Geuzenwoud, de Gazet van Gorinchem.

Mijn initiële verwarring over de naam Hannes Minnaar komt door het ontbreken van een apostrof. Studenten hebben vaak moeite met de apostrof en de bezits-s. Ze schrijven ‘Hanne’s minnaar’ of vermijden het liever en zeggen ‘Hanne haar / Hannes zijn minnaar’.

De hoofdregel is dat de bezits-s aan de naam vast wordt geschreven. Betreft het de geliefde van een vrouw genaamd Hanne, dan schrijf je Hannes minnaar. Gaat het om een amourette van de jongeman Hannes, dan is het Hannes’ minnaar. Woorden die op een sisklank eindigen krijgen namelijk een apostrof om duidelijk te maken dat sprake is van een bezitsvorm. Die sisklank is trouwens rekbaar, ook de z en de x vallen eronder: Inez’ jurk, Alex’ sokken. En verder lettercombinaties die als s, sj, tsj, zj of dzj worden uitgesproken: Bush’ vader, Barentsz’ pooltocht.

Uitspraak speelt ook een rol bij het gebruik van de apostrof. Eindigt een naam op een lange (vrije) klinker, dan is er een apostrof nodig om verkeerde uitspraak te voorkomen: Mia’s geheim, Oma’s recept, Emmy’s viool. Dat geldt niet voor de é, dan kan de apostrof achterwege blijven: Andrés kostuum, Aimées afscheid.

Terug naar Hannes Minnaar. De Zeeuwse pianist debuteerde afgelopen zondag met een recital in de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Het was vast Hannes’ droomdebuut.

 

 

Godverdomme

Blunder tijdens live-uitzending Radio 1”, kopte de Telegraaf gisteren. Nieuwsgierig klikte ik op de link en viel in een gesprek tussen presentator Lara Rense en correspondent Wessel de Jong over KLM-Air France. Er ging kennelijk iets mis met de verbinding en zowel Lara als de luisteraars hoorden een hartgrondig ‘godver’ over Wessels lippen komen. Lara reageerde ad rem en improviseerde professioneel. Je bent een door de wol geverfde presentator of niet. Tot zover de ‘blunder’. 

Een van de eerste dingen die ik dertig jaar geleden als beginnend nieuwslezer leerde was: ‘Vloek nooit tijdens de uitzending en verklaar niemand de oorlog’. Je weet immers nooit zeker of de microfoon wel écht dicht staat. Terug naar de vloek van Wessel. Wie of wat vervloekte hij met zijn ‘godver’? De Almachtige? De falende techniek? Zichzelf? Dat laatste, want ‘godverdomme’ is een zelfverwensing. De oorspronkelijke betekenis van deze samentrekking stamt uit het Middelnederlands en luidt ‘God moge of God moet mij verdoemen (als ik de waarheid niet spreek)’.

Godverdomme was begin twintigste eeuw zelfs onderwerp van een moraaltheologische discussie in Nederland en Vlaanderen, met als belangrijkste deelnemers pater Aertnys, monseigneur Waffelaert en professor Dignant. Inzet was de vraag of godverdomme nu godslasterlijk was of niet. En zo nee, wat het dan wel was. Als je met godverdomme God verdoemde, de verdoemenis wenste aan God, dan was het voor de christen een doodzonde. De commissie kwam tot de slotsom dat het geen godslastering was, maar een zelfverwensing en dus geen doodzonde.

Maar wie godverdomme toch als blasfemie in de oren klinkt, kan gerust stevig van zich af vloeken met een grappige of eufemistische klankvariant als potdikkeme, potdomme, potdorie, potdosie, potdulle, potjandorie, potjandosie, potjandriedikkie, potjandriedubbeltjes, potsamme, pottedorrie, potver, potverblommekes, potverbrillepap, potverdekke, potverkoffie, potverdepotver(depotver), potverdikke, potverdikkeme, potverdikkie, potverdimme, potverdomd, potverdomme, potverdonderdag, potverdorie, potverdrie, potverdriedubbeltjes, potverdulle, potverdulleme, potverdumme, potvergeme, potverjandorie, potverjandriedubbeltjes, potverju, potverpielekes, potverpiemeltjes, potversnitjekus, snotdomme, snotdorie, snotdosie, snotjandoppie, snotsie, snotter, snotters, snottomme, snotver, snotverdee, snotverderrie, snotverdikke, snotverdikkeme, snotverdikkie, snotverdimme, snotverdomme, snotverdoppie, snotverdorie, snotverdrie, snotverdubbe, snotverdulleme, snotvergeme, snotverpielekes, snotversnaatje, snotversnooie, snotversnuppie.

(Bovenstaande opsomming komt uit Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede en frustratie van P. van Sterkenburg, Sdu Uitgevers. Meer over vloeken: in september 2018 verschenen bij uitgeverij Lannoo Het Groot Nederlands Vloekboek en Het Groot Vlaams Vloekboek)