Selecteer een pagina

Bijzondere woorden

Je komt nogal eens wat bijzonderheden tegen in het schrijfwerk van studenten. Laatst nog, refereerde een tweedejaars in haar artikel aan de revolutietheorie. Voor een afstudeerder was dat ene onderzoek een echte blikopener geweest. En in een interview van een propedeusestudent had de hoofdpersoon innerlijk samengewerkt met zijn neef.

We lachen wat af op de docentenkamer. Maar ik moet toegeven dat ik er zelf vroeger ook wat van kon. Ik ben namelijk als puber best lang indolent geweest van Stevie Wonder. Mijn vroege culinaire creaties waren vaak een moesmengseltje van vreemde ingrediënten. En als iemand schoot, dan deed hij dat niet met losse flodders, maar met minutie.

Ik maak me sterk dat izomw-bezoekers ook wel wat leuks op te biechten hebben. Dus: kom maar door in de reacties!

Afkorten

 

Toiletbezoekers moet je nogal eens opvoeden; een simpel bericht is vaak al voldoende. En waarom lange woorden gebruiken als je ze kunt afkorten? Ruimtewinst, tijdwinst of misschien gewoon irritatie. Die ‘bvd’ maakt het helemaal af, de schrijver heeft z’n punt gemaakt.

Alhoewel, waar zijn de punten eigenlijk?

De ene afkorting is de andere niet, zo leert de Taalunie ons. In het voorbeeld hierboven gaat het om echte afkortingen: de woorden zijn weliswaar ingekort, maar we spreken ze helemaal uit. En er horen punten te staan, net als bij a.d.h.v., t.a.v., m.a.w., bijv., blz., t.k., enz.
Anders werkt het bij initiaalwoorden, zoals tv, ABN, cd en btw. Punten ontbreken en de letters spreek je een voor een uit. Puntloos zijn ook letterwoorden, denk aan: havo, pin, soa en vip. We lezen ze als een normaal woord en zo gedragen ze zich ook.
Ik ben er nog niet hoor, want er bestaat nog zoiets als de verkorting, opgebouwd uit een of meer (delen van) lettergrepen. Voorbeelden van verkortingen zijn airco, wifi, horeca, BENELUX en arbo. Geen punt te bekennen en ze zijn inmiddels als gewone woorden ingeburgerd.
Sluit ik dit korte maar krachtige taallesje af met de verkorte schrijfwijzen van eenheden en valuta, zoals V, km, kcal, s en EUR. Symbolen noemen we die – zonder punt – en we spreken de woorden waar ze voor staan helemaal uit.

 

 

 

Nepdicht

Onlangs appte ik collega Machteld dat ik onze kast even ‘nepdicht’ had gedaan. Het woord klopt misschien niet letterlijk, maar de betekenis was duidelijk: gesloten, maar niet op slot.
“Mooi: nepdicht”, appte Machteld terug. En eerlijk, zelf ben ik ook wel gecharmeerd van m’n nieuwe woord. Het past ook nog eens helemaal in de huidige tijd waarin fake ons om de oren vliegt ;-).
Voor de herkomst van het woord ‘nep’ moeten we terug naar de achttiende eeuw. Een van de verklaringen is namelijk dat het is ontleend aan het Duitse Nepp (bedrog, namaak). Dat zelfstandige naamwoord is afgeleid van het werkwoord neppen (bedriegen) dat zelf weer ontleend is aan het Duits Bargoense neppen, nappen (iemand oplichten, plukken).

Overigens gaat onze kast nu steeds weer potdicht. En dat is niet gelogen.

Klinkende medeklinkers

Ik hoorde ‘m zojuist weer op de radio: stankhoeftniettestinken.nl. Het verhaaltje rondom de speciale wc-pot is ietwat smerig, maar de slogan bekt lekker. Tenminste, dat vind ik. Dat komt natuurlijk door de alliteratie, een veelgebruikte stijlfiguur die ook wel beginrijm, stafrijm of Germaans rijm wordt genoemd. De herhaling van de beginmedeklinkers – hier st – geeft de zin bijna iets muzikaals. Ik luister niet eens meer naar de boodschap zelf. Alhoewel.
Er is iets raars aan de hand, en dat zit ‘m in de letterlijke betekenis. Stank móét wel stinken, anders spreek je niet van stank, maar van geur of lucht. Tja, daar konden de copywriters vast niks mee, dus: gewoon zo houden. Best wel stronteigenwijs he, die taalcreatievelingen ;-).

Stageterugkommiddag

Voordat ik in het onderwijs ging werken, had ik nog nooit van het woord ‘terugkomdag’ gehoord. Laat staan van ‘stageterugkommiddag’. Inmiddels weet ik beter; de stageterugkommiddag is een belangrijk moment binnen onze opleiding. Studenten gaan in hun studieloopbaan twee keer op stage, en tijdens elke stageperiode is er een middag op school om hun ervaringen – tot nu toe – te delen met studiegenoten. De ‘stageterugkommiddag’ dus.

Wat een idioot lang woord is dat eigenlijk. Toch schrijf je het volgens de Nederlandse spellingsregels aan elkaar. Het is namelijk een combinatie van woorden die een eenheid vormt. De officiële taalterm hiervoor is samenstelling. Er zijn verschillende typen samenstellingen en je kunt er echt ontelbaar veel maken. Wat dacht je van: socialmediamanagersbijeenkomst, kerstballenhaakjesdoosje en zoetewittewijnkenner (niet te verwarren met zoete wittewijnkenner of zoete, witte wijnkenner)…

Heb je nu opeens dringend behoefte aan een samenstellingopfrismomentje? Hier moet je wezen.