Selecteer een pagina

Woord van de dag: roemoer

Binnen afzienbare tijd worden alle tentamens van onze opleidingen digitaal afgenomen, maar dit studiejaar moeten de studenten nog gewoon tentamens met de hand schrijven. Zij krijgen een lamme hand en wij krijgen lamme ogen van het ontcijferen van de moeilijke handschriften.

Voordeel is wel dat je op deze manier prachtige verschrijvingen ziet. Niet alleen van de categorie Aristoteles/ Arostiteles/Aresteles/Arestitelos,/Arostes of expirument/expiriment/expirement, maar soms echte verbeteringen.

Vandaag las ik roemoer in plaats van rumoer. Waarom heet dat niet echt zo?

 

 

 

Vlotte jumper

Een etalage van een ouderwetsige modezaak prijst truien aan met het bordje: ‘vlotte jumpers’. Nou, dan heb je me hoor. Jumper! Ik dacht dat het woord totaal was uitgestorven.

Een jumper is een damestrui, niet te verwarren met een jumpsuit. Dat is een overall, niet voor op de trekker maar een hippe voor naar je werk. Het woord jumper komt al sinds het begin van de twintigste eeuw voor in het Nederlands. Je spreekt het uit met een Nederlandse j, jumpsuit spreek je uit als djumpsoet. Het zijn allebei kledingstukken om makkelijk aan te schieten (je springt er zo in) , maar die jumpsuit moet je bij elk plasje natuurlijk wel weer helemaal uit doen.

En dan dat heerlijke ‘vlot’. Wij kennen het woord vlot als een drijvend gevaarte. Maar onze opa’s en oma’s gebruikten het om hun waardering uit te drukken: een vlot meisje met een vlotte jumper en een vlotte paardenstaart. Ze bedoelden natuurlijk gewoon ‘chill’. Mieters, hè?

 

 

Woord van het jaar: niksen

Nieuw jaar, nieuwe trend. En laten wij Nederlanders nu eens bovenop een internationale trend zitten. In 2020 gaat de hele wereld namelijk ‘niksen’. Time voorspelde in de zomer van 2019 al: “Niksen Is the Dutch Lifestyle Concept of Doing Nothing—And You’re About to See It Everywhere.” In het artikel vertelt de auteur hoe goed wij zijn in niksen en hoe belangrijk het is voor de mentale gezondheid. Voor de argeloze buitenlander die denkt, goede trend maar hoe moet ik dat nou aanpakken, zijn er praktische tips (How do people practise niksen). Het beste kun je beginnen met ‘taking a few minutes each day to practice niksen’. De schrik slaat je om het hart als je eraan denkt dat er dus mensen bestaan die níet een paar minuten per dag niksen.

Altijd lollig, dit soort dingen. Maar misschien heeft Time wel degelijk gelijk dat het een Nederlands fenomeen is. Want niksen heeft in het Nederlands maar liefst vijf synoniemen:  luieren, lummelen, luiwammesen, luieriken en het prachtige lanterfanten. En dan hebben we nog – met een klein betekenisverschil – de woorden flierefluiten en slampampen.

Kom daar eens om in onze buurtalen: het Duits heeft faulenzen, het Frans paresser, maar dat is één woord waar wij er zes hebben. Het Engels heeft geen enkel woord. De Italianen hebben niksen uiteraard tot kunst verheven met hun dolce far niente, maar dat zijn drie woorden.

Als je naar het aantal synoniemen kijkt, zou je kunnen zeggen dat Nederlanders een lanterfantend volk zijn. We zijn kampioen deeltijdwerken en de gemiddelde arbeidsduur is volgens het CBS in Nederland slechts 31 uur per week. Toch stijgt het aantal mensen met stressgerelateerde klachten als een burnout ook hier snel. De remedie: “The trend that’s being embraced as a way to combat our increasingly busy and often stressful lives: niksen.”

De bloggers van Ikzegookmaarwat wensen u een lui 2020.

 

 

Woord van de dag: jewelste

Op dinsdagmiddag is het bij ons op school vergadermiddag (jeuj!) en dat betekent dat het op die dag een drukte van jewelste is. Als je een vrij bureau in de docentenkamer wil bemachtigen, moet je bij het krieken van de dag toeslaan. Denk hierbij aan Russische toeristen die in een allinclusivehotel hun handdoek uitspreiden op een ligstoel aan het zwembad. De enkeling die argeloos om half tien binnenwandelt, krijgt meewarige blikken toegeworpen.

Werken kun je op dinsdag overigens vergeten. In de loop van de dag zwelt het geluid aan tot het ’s middags een lawaai van jewelste is. Gezellig voor de sociale contacten maar als je nog iets af wil krijgen, is het een ergernis van jewelste.

De malle uitdrukking ‘van jewelste’ mag je ook schrijven als ‘van je welste’ of ‘vanjewelste’. Je gebruikt ‘van jewelste’ om het woord waar het aan vooraf gaat kracht bij te zetten. Een drukte van jewelste is dus een grote drukte, lawaai van jewelste is een hels lawaai. De uitdrukking komt al sinds de negentiende eeuw in het Nederlands voor. Je zou dan misschien denken dat het een verouderde uitdrukking is, maar op sociale media kom je de uitdrukking ook nu nog steeds veel tegen (een ‘lifehack van jewelste’, ‘potje zin in van jewelste’, ‘misser van jewelste’ en – welja – een ‘nacht van jewelste’).

Welst is volgens etymologiebank de overtreffende trap van wel (wel – weller – welst).

 

Dan wel

‘Jongedame, wat zijn wij hier aan het doen?’

‘Ik ben overlast aan het veroorzaken, agent.’

‘Daar was ik dus al bang voor. Doe je dat thuis ook?’

‘Nee, daar veroorzaak ik hinder.’

‘Dat is hetzelfde, lummel. Maar hier is het sowieso allebei verboden.’

‘Nee hoor, de winkel is nog open, er staat dat het dan wel mag.’

‘Nee, dat staat er niet. Er staat dat je dan, wacht even, wat staat daar nou? Ga voor de zekerheid maar ergens hinder of overlast veroorzaken waar het altijd mag.’