Selecteer een pagina

Allesomvattend

Spulletjeswinkel Sostrene Grene spoort ons aan om alvast inkopen te doen voor ‘een allesomvattende kerst’.

Ik weet niet wat dat is, maar instinctief deins ik terug voor dit hellebeeld. Ik vermoed dat je bij een allesomvattende kerst begin maart het laatste kaarsvet van de muur schraapt, eindelijk een beetje kunt lachen om het excuusappje van je schoonzus (“sorry, de glühwein viel gewoon verkeerd”) en drie vuilniszakken vol ‘sfeerartikelen’ bij de kringloop dumpt.

Weet je wat, ik sla deze trend gewoon een keer over.

 

 

Hoe zat het ook alweer? Het boek wat/dat

‘Ik heb een boek gelezen wat hilarisch was’, tipt een student me. Ik schiet in de lach. Ze bedoelt natuurlijk dat het boek hilarisch is, maar feitelijk staat er dat het hilarisch was dat ze een boek las.

Veel studenten vergissen zich met betrekkelijke voornaamwoorden. Dat is niet zo gek, want ze zijn ook best lastig.

Hoe zit het ook alweer?

Met een betrekkelijk voornaamwoord verwijs je naar een ander woord uit dezelfde zin, het zogenaamde antecedent. In de zin ‘het boek dat ik lees’ is boek het antecedent. Met het betrekkelijk voornaamwoord ‘dat’ verwijs je naar het boek. Naast ‘dat‘ zijn er nog andere betrekkelijke voornaamwoorden. Hoe gebruik je ze?

Dat gebruik je om te verwijzen naar het-woorden (onzijdige woorden): Het boek dat ik lees.

Die gebruik je om te verwijzen naar de-woorden (mannelijke of vrouwelijke woorden) of woorden in het meervoud: De vrouw die ik ken. De boeken die ik lees.

Wat gebruik je als het antecedent een hele zin is: Het regent, wat ik heel vervelend vind. Wat gebruik je ook als het verwijst naar onbepaalde woorden (bijvoorbeeld iets, niets, alles, enige) of een overtreffende trap: Ik zag iets wat ik heel grappig vond. Dat is het grappigste wat ik ooit gezien heb.

Welke gebruik je liever helemaal niet omdat het nogal ouderwets is. Maar als je het toch wilt gebruiken, verwijs je ermee naar de-woorden: De formulieren welke ik u stuur.

 

Woord van de dag: senang

‘Wat loop je te glimmen’, vraagt een collega, ‘binnenpretje?’

Niet speciaal, ik voel me vandaag gewoon senang. Ik had een leuke bijeenkomst met studenten, ik ben lekker opgeschoten met mijn correctiewerk, het is al weken zalig weer, mijn haar zit eens een keer níet stom en een collega kwam een chocolaatje brengen.

 

Senang betekent lekker, tevreden. Het is een leenwoord uit het Maleis, net als onze woorden pienter (van het Maleise pintar: slim), tabee (Maleis tabe), goeroe en natuurlijk nasi.

 

 

Orgaan

Het ABP vraagt of ik wil stemmen voor het verantwoordingsorgaan.

Ieww, dacht het niet. Klinkt als iets met je alvleesklier.

Doorklikkend lees ik dat het verantwoordingsorgaan het bestuur adviseert en het beleid controleert.

Heel oké. Maar goedemorgen, wat een lelijk woord.