Selecteer een pagina

Een gruwelijke vondst

Als voormalig eindredacteur snel ik nog altijd koppen. In tijdschriften, kranten, portfolio’s. Heerlijk vind ik dat. Een goede woordspeling (of juist een heel slechte), een adequate samenvatting, een kwinkslag, iets spitsvondigs  – daarvan gaat mijn hart sneller kloppen. Ook leuk – zeker als lesmateriaal voor het vak Snijden en schaven waarin wij studenten de kneepjes van het eindredactievak leren – is het als de kop voor tweeërlei uitleg vatbaar is terwijl dat niet de bedoeling kan zijn. Zoals vandaag op de website van Het Parool:

Uitdrukking van de dag: iemand iets niet euvel duiden

In mijn favoriete televisieprogramma Bed&Breakfast (B&B-eigenaren logeren bij andere B&B-eigenaren en betalen voor de kamer wat zij die waard vinden) gaf een van de logés als tip – het programma is immer positief – eens naar het doucheputje te laten kijken: “We werden wakker doordat de buren onder de douche stonden en wij het water hier hoorden pruttelen.” B&B-houdster Thea uit het Midden-Limburgse kerkdorp Roggel reageerde onmiddellijk met: “Dat is een euvel ja.” Euvel voor fout, gebrek of mankement, dat hoor je niet vaak (meer). Je komt het nog wel tegen in de verontschuldiging ‘Duid het me niet euvel’, dat ‘Neem het me niet kwalijk’ betekent. Van Thea geen excuses, sterker nog, er was “niks meer te doen” aan dat pruttelende putje. Ze zette er overigens een uitstekend ontbijt tegenover.

Hoe zat het ook alweer? Vergelijking, personificatie en metafoor

Elk jaar rond de herfstvakantie word ik gebeld door een of meerdere verontruste moeders: hun kind snapt het naamwoordelijk gezegde niet of weet niet wat een meewerkend voorwerp is. Of ik wellicht een uurtje kan helpen. Ook deze vakantie is het weer raak. Vanmiddag komt Pien – tweede klas havo/vwo – voor ‘personificatie, metaforen, vergelijking, voorzetselvoorwerp…. zoiets’ (aldus haar moeder). Aha, beeldspraak. Iets met werkelijkheid en (ver)beeld(ing). Dat is inderdaad lastig, echt iets wat ik zelf ook altijd even opzoek.

Een vergelijking noemt de overeenkomst tussen twee dingen: haar lippen waren kersenrood. Of: hij is net zo rijk als Dagobert Duck.
Bij de personifcatie ken je menselijke eigenschappen toe aan iets abstracts: de stoel zuchtte onder mijn gewicht. Of: De wind floot om het huis.
De metafoor (de lastigste, vind ik) heeft veel weg van de vergelijking, je geeft een beeld van wat je bedoelt maar je zegt het in feite minder expliciet dan in een vergelijking; het beeld heeft een overeenkomst met wat je bedoelt: mijn broer leeft in een zwijnenstal. Of (geen borstklopperij, deze voorbeeldzin vond ik op Onze Taal): Kijk die Machteld nou toch eens: het lelijke eendje is een zwaan geworden!

 

 

Woord van de dag: obsoleet

Het nieuwe studiejaar start volgende week. Dezer dagen praten we bij en bereiden we voor. Traditiegetrouw wordt de laatste maandag van de maand omgedoopt tot ‘Inspiriation Monday’. Zo kwam het dat we gisteren een hele dag wijdden aan ‘didactiek’. Een van de sprekers was Paul Kirschner (Educational realist, Distinguished University Professor, Educational Psychology, Open Universiteit – volgens zijn Twitterbiografie) die in zijn keynote van 25 minuten zeker zes keer het woord obsoleet gebruikte. Ik moest zo nadenken over de betekenis van het woord (gek genoeg wist ik wel dat je het met een b schrijft) dat de zinnen waarin hij het woord bezigde me niet zijn bijgebleven. Vanochtend vroeg ik de collega’s: ‘Weten jullie wat obsoleet betekent?’ Bleken de aanwezigen allemaal te weten: ‘Verouderd!’, riep er een. ‘Uit de mode geraakt’, zei een ander. Klopt allemaal. Iets wat obsoleet is, heb je niet meer nodig.

 

Woord van de dag: soebatten

Een woedende student vraagt zich af waarom ik zijn werk met een 2 beoordeelde. Het antwoord is simpel: maar één van de in totaal drie eindopdrachten is ingeleverd en die opdracht voldoet niet of nauwelijks aan de gestelde eisen.
‘Ja maar’, mailt de student, ‘ik zie nu dat ik het verkeerde bestand heb geüpload.’
Jammer, volgend jaar beter.
‘Ja maar’, mailt de student, ‘dan haal ik mijn propedeuse niet, wat nu?’
Nu niks. Volgend jaar opnieuw proberen.
De correspondentie neemt een onplezierige wending dus ik meld de modulecoördinator dat deze jongen vast bij haar komt soebatten.

Volgens de online Van Dale betekent soebatten ‘vleiend vragen’ en ‘langdurig discussiëren’.

In onderhavig geval gaat het om die tweede betekenis. Want niet lang na mijn laatste bericht, mailt de student: ‘Ja maar dat is toch raar, dat ik pas dan kan ‘herkansen’? Want ik heb het al af? Kan ik dat in het begin van het schooljaar meteen inleveren zodat ik mijn P kan krijgen?’
‘Dat kan niet’, antwoord ik. ‘Geen maar.’