Selecteer een pagina

Ik zocht het woord confettikanon op (en wat er gebeurde zal je verbazen)

Het is nakijktijd en dat betekent dat ik net wat minder sociaal, benaderbaar en praatgraag dan anders door het Benno Premselahuis stap. Wat zeg ik — ik stap zo min mogelijk, ik zit vooral. In een hoekje van de ‘Ruis’ met een koptelefoon op. Na zes portfolio’s mag ik even van mijn plaats komen. Of een stukje schrijven voor ons blog. Dat gaat dan wel over nakijken, ik heb geen ander onderwerp deze week.

Over veelgemaakte (veel gemaakte?) fouten hebben mijn IZOMW-collega’s al vaker geschreven. Maar hoe zit het met de buitenissiger fouten (buiten-nissige? Buiten-issige? Wat is nissig eigenlijk?).

Onze Communicatie-eerstejaars moesten een tekst schrijven waar een ‘confettikanon’ een prominente rol in speelde. Bij het nakijken kwam ik verschillende spellingsvarianten tegen, waarbij ik ‘konfettikanon’ en ‘confetikanon’ probleemloos fout kon rekenen. Veruit de meeste studenten hadden ‘confetti kanon’ geschreven. Onjuist spatiegebruik! Fout! Maar ja, dan stel ik me zo’n eerstejaars voor die het allemaal heel goed wil doen. Die wil toch even checken hoe je dat nou schrijft, en gaat op zoek (opzoek?) op de site van de Hema, grootleverancier van het feestartikel in kwestie. Ha, daar staat het: confetti kanon. De Hema zelf! Daar gaat toch een zekere autoriteit van uit (vanuit?).

Na overleg hebben m’n collega’s en ik deze fout dus wel aangegeven, maar niet als hele fout mee laten wegen voor de taalnorm (> vijf fouten per 500 woorden). Bij studenten die een eerste versie hadden ingeleverd, waarin ik de onjuiste spatie heb aangegeven, heb ik het wél fout gerekend. Nakijkdilemma’s – gelukkig kom ik er meestal wel uit, zeker als ik het buitenissige woord opzoek in het woordenboek.

Zo, nu weer zes portfolio’s.

 

 

Woord van de dag: BAM!

 

Onze hogeschool heeft iets te vieren: de HvA bestaat 25 jaar. In deze vorm, moet ik erbij zeggen, want de oudste voorloper (de Zeevaartschool) werd in 1785 al opgericht. Het lustrum-dan-wel-233-jarig bestaan was aanleiding voor een groot feest in Hotel Arena. Geestdriftige HvA’ers schreeuwden zich schor bij de karaoke, dansten zich in het zweet bij de verschillende feestbands of luisterden juist ademloos naar de liedjes van bard en HvA-collega Jaap Boots. Er was patat, er was pizza, er was bier en er waren vooral heel veel leuke collega’s. Ik ging helemaal op in het gedruis. Eén ding was jammer: klokslag middernacht was het voorbij. ‘Waarom gaan we niet door tot bam?’, joelde ik.

Een schitterende uitdrukking, die ik uit de Surinaamse woordenschat van mijn vriendin heb gepikt. Hoewel de klank doet vermoeden dat je dan doorgaat tot je uit elkaar knalt, betekent het volgens straatwoordenboek.nl gewoon: doorgaan tot heel laat, of tot de lol eraf is. Bij het zoeken naar de etymologie van ‘tot bam’ kwam ik ook nog een blogtekst tegen die meldt dat het een acroniem uit het Duits is en staat voor Bis Am Morgen. Nu, het werd nog net niet licht toen ik na de afterparty naar huis fietste, maar ik kon de volgende dag wel vol trots vertellen dat ik helemaal tot bam had gefeest. En dat alles zonder barfjes te hoeven leggen.

 

 

Stoïcijns (of juist niet)

Mensen gedragen zich soms raar of dom. En soms maken andere mensen daar een filmpje van, zodat weer andere mensen mee kunnen kijken naar die rare, domme voorvallen. Het is niet altijd verheffend, maar we vinden het toch vaak erg prettig om anonieme anderen de maat te nemen over situaties waarin wij zelf héél anders zouden handelen.

Zo ging er vorige week een filmpje viral, waarin te zien was hoe een gezin – vrouw, man, dreumes – middenin safaripark Beekse Bergen uit de auto stapte, om een groep jachtluipaarden tot op een armlengte te naderen. Het filmpje ging de hele wereld rond, want hier vonden we allemaal iets van. Wat een raar gedrag. Dom. Gevaarlijk ook. Maar we vonden ook iets van de jongeman die het hele incident had gefilmd en van spottend commentaar had voorzien. Had hij niet kunnen ingrijpen, in plaats van passief door te filmen?

De filmer mocht zijn verhaal doen voor de camera van de NOS. Nee, ingrijpen had hij niet aangedurfd. Dat zou de roofdieren misschien juist agressief hebben gemaakt. En hij was wel degelijk geschokt geweest, zo haastte hij zich te zeggen. En toen zei hij iets vreemds. “We waren wel zo geschokt dat we daarna stoïcijns naar huis zijn gereden.”

Stoïcijns? Dat is toch helemaal niet het juiste woord in dit verband? Ik ging haast aan mezelf twijfelen, dus heb ik het opgezocht: sto·ï·cijns (bijvoeglijk naamwoord, bijwoord): onverstoorbaar, gelijkmoedig. Het stoïcisme of de Stoa is een filosofische stroming, die zich heel kort door de bocht laat omschrijven als: ‘ik laat mij nergens door van de wijs brengen’. De filmer zegt dus het omgekeerde van wat hij bedoelt. Zijn kennelijke onverstoorbaarheid was nu juist wat velen hem kwalijk namen. Ja, misschien niet verheffend, maar dat soort foutjes vind ik erg grappig. Dat zou ik zelf heel anders zeggen.

 

De verkiezingen: een ode aan Gummbah

Eind november vorig jaar kreeg ik van medeblogger Bertine het meesterwerkje ‘Net niet verschenen boeken’ van Gummbah cadeau. ‘Dit is geniaal!’, zei ze. Uit onze grote bewondering voor het absurdisme van Gummbah werd daarna al snel een nieuwe hobby geboren: net-echte Gummbah’s bedenken en elkaar met onze beste vondsten verrassen. In de praktijk houdt dit in dat ik niet meer kan stoppen met het verzinnen van buitenissige voornaam-achternaamcombinaties, die dan gekoppeld moeten worden aan een half-aannemelijke, literair klinkende boektitel. Eimert Schluck – Je kunt heel goed zonder nootmuskaatmolen. Zwanet van Poppel – Wreedheid zonder wroeging. Of: Guigje Sillevisch – Memoires van de meid. Dat werk.

Afgelopen woensdag verraste Bertine me met een nieuwe draai aan de Net niet verschenen boek-titels. ‘Ik heb net gestemd’,  appte ze. ‘Op Stannie Bokveld van Gladiolen ’18. Geen idee wat het voor club is, maar soit’. Ik had best willen pareren met: ‘Ik op Miljana Hurker-DeRosen, van Mokumbaya My Lord’, maar ik dacht eigenlijk gewoon dat het écht was.

Want echt, het is nauwelijks meer een uitdaging om melige partijnamen te verzinnen. Zo had ik in het Amsterdamse stemhokje de keuze uit onder meer de Amsterdamse Juffers, de Anti-Scooter Partij, de Blije Burgers, Carryonthemove, of Samen Alle Mensen Eén Nederland (SAMEN). In mijn stadsdeel kwamen daar nog bij: Groen & blauw behoud in Zuid, de Lijst Berlage, en Vooruit met de Pijp. Bovendien waren er drie partijen die in het geheel geen naam hadden. Dit verschijnsel werd door stadsblad de Echo, zonder oordeel, als volgt toegelicht: ‘Deze mensen waren te laat voor het registreren van een naam. Er komt alleen het lijstnummer op het stembiljet te staan met daaronder de kandidaten, red.’

Soms is de realiteit net een echte Gummbah.

 

 

Woordenschat: Het placht van Boudewijn

“En de leraar die mij altijd placht te dreigen
‘Jongen, jij komt nog op het verkeerde pad’
Kan tevreden zijn en hoeft niets meer te krijgen
Dat wil zeggen: hij heeft toch gelijk gehad.”

— Testament, Nijgh/De Groot 1967

Deze regels zingt Boudewijn de Groot in zijn lied ‘Testament’. Altijd als ik ze hoor, denk ik: ‘De leraar die mij ‘placht’… wát?’ Uit de context snap ik wat het betekent, maar wat een vreemd woord; vreemd en ’n beetje ouderwets, in dezelfde categorie als ‘hij toog’ (in de betekenis: hij ging ergens heen). Op de site van Onze Taal lees ik dat het de verleden tijd van ‘plegen’ is. Maar dan alléén in de betekenis van ‘gewend zijn’, niet als het gaat om bijvoorbeeld een misdaad plegen.

Dit soort taalgebruik past goed bij Boudewijn de Groot, die met zijn messcherpe dictie en poëtische, gelaagde teksten (veelal geschreven door Lennaert Nijgh) zo’n beetje de leraar Nederlands van de muziek is. Als hij het zingt, klinkt het dan ook heel natuurlijk. Toch zal ik zelf niet snel ‘placht’ gebruiken in een mailtje naar collega’s of een snaaks gesprekje. Daarom deze blogpost: laten wij ‘placht’ koesteren!