Selecteer een pagina

Avklo

– Hey schat, ik moet onze lawa vnv uitstellen.

– Wtf, heb je rona?

– Gelukkig niet, maar ik zit wel in quara omdat mn huisgenootje tante cor heeft.

– Ben vorige week ook ff getest, nega, thank god.

– Gelukkig is het einde van de avklo éindelijk in zicht.

– OMG nou, als het klopt wat HdJ vorige week op de persco aankondigde.

– Hoewel, eerlijk is eerlijk, mijn conditie is echt opgeknapt van al die sprintjes naar huis om 20.50 uur.

– Vorige wk stond ik de keuken te kotsen, zo hard had ik gefietst.

– En 1 april de terrassen open! Broodje avo met een havermelkcapu op terras. HdP, mop!

– Capu? GT’s!

– Verheug me al op alle terraspicca’s.

– Doen we wel de moka even af, schat.

 

(avklo = avondklok; lawa = lange wandeling; vnv = vanavond; wtf = what the fuck; rona, tante cor, coroon = corona; quara = quarantaine; omg = oh my god; Hdj = Hugo de Jonge; persco = persconferentie; avo = avocado; capu = cappuccino; HdP = heerliedepeerlie; GT= gin tonic; picca= foto; moka = mondkap.)

 

Het jargon van Temptation Island

Ik heb ooit begrepen dat Temptation Island en andere reality-programma’s de verboden vruchten zijn van menig hoger opgeleide. Ik heb in mijn leven meer Temptation gekeken dan afleveringen van VPRO’s Zomergasten, zoals ik ook liever (dames)glossy’s lees dan De Groene. Studenten weten dat ze eerder mijn aandacht krijgen als ze in een aflevering van First Dates zitten dan wanneer ze vertellen dat ze graag (mijn) boeken lezen. Wat me vooral fascineert in de recente reeks van Temptation Island is het taalgebruik van de kandidaten. (meer…)

When you een klap/aai wilt

When you een klap/aai wilt

Een dikke vette een. Dat is wat een student kan verwachten als hij of zij de taalnorm bij een in te leveren opdracht niet haalt. En terecht: in het grotemensenleven/grote mensenleven (kies maar) ben je gezien als hij vind en ik vindt, of nog erger: als hij wilt.

Maar de grote mensen, juist de taligen onder hen, zelf zijn voor elkaar een stuk schappelijker. Tenminste: als ze twitteren. Er is namelijk een universum waar je wegkomt zonder rechte zinnen (of echte zinnen, echte zinnen ja), zonder komma’s, zonder of juist teveel vraagtekens, foutief (ontbrekend) hoofdlettergebruik, te lange zinnen, foutief gespelde werkwoorden en, wel ja, verschillende talen in dezelfde zin.

Waar je kleuterzinnen worden omarmd, je kleutergrapjes grif worden geretweet.  En waarbij het leven zelf bingewaardige serie lijkt, die we met z’n allen met opwinding of afgrijzen van commentaar voorzien. Je zelf je overkomelijke foutje opblaast tot een episch falen.  Er is zelfs een aparte subcategorie – vooral door vrouwen: de when you per ongeluk (bijvoorbeeld dit, dit, dit, dit, dit en ook nog eens dit).

Dat houdt me meestal aardig van de straat, maar sinds ruim twee jaar ga ik naar een opleiding Professionele Communicatie, waarin de essentie is dat je de ander ook op diens onbewuste lagen probeert te begrijpen en te coachen. De opleiding is deels gebaseerd op de (communicatie)theorie Transactionele Analyse, die stelt dat ieder mens aangeraakt wil worden en wil aanraken. In het Engels: strokes, dat zowel klap als aai kan betekenen. Want als we niet geaaid kunnen worden, vinden we de klap ook best. Zo lang we maar aangeraakt worden.

En dat is natuurlijk precies waarom sociale media het sinds een jaar of tien zo van andere media wonnen. Dat je met een paar lepe woorden of zinnen, een kekke foto of een maf filmpje gezien en gewaardeerd wordt, op z’n minst door je followers/friends/besties en wie weet wel een like van die influencer: je lijf komt dopamine tekort. Wees een dagje viral en je ego moet er weken van herstellen.

Maar dan is nog niet beantwoord waarom de geoefende twitteraars (gemiddeld hoogopgeleid, links, urbaan) hun taal soms zo infantiliseren. Welnu, hier een theorie.

Net zoals je in je echte leven liever niet om een knuffel vraagt, maar ‘m liever spontaan krijgt, wil je op je social media (althans: twitter) ook niet uitstralen dat je zit te vissen. Oplossing 1, die van de massa: deel een blijdschap – liefst geen verhulde opschepperij, want dan wordt je gepakt – of deel oprecht verdriet. Honderden likes en emoji’s zijn je deel

Maar als je arsenaal in deze emoties niet toereikend is, omdat je té veel in je hoofd zit én te weinig meemaakt, is er altijd nog oplossing 2: fabriceer kindertaal. Op het oog zonder tussenkomst van je interne eindredacteur, ogenschijnlijk rechtstreeks uit het hart. Zolang de zin de Hogeschool-norm maar niet haalt.  Of combineer 1 en 2. En daarmee raak je ook het kind in de ontvanger. Doorgaans geen honderden aaien over de virtuele bol, maar genoeg om te weten dat je gezien bent. Weer een kerfje op je onsterfelijkheid.

En ja, natuurlijk doe ik daar aan mee, want ook ik wil strokes. Zonder veel succes, trouwens. Daarom maak ik liever infantiele miniquizjes.

Nathan Vos

Pondolo en pith

Elke maandagavond heb ik Italiaanse les, gewoon met een echte docent en echte medecursisten in een klasje. Het is het hoogtepunt van mijn week, zeker nu in de semi-lockdown.

Mijn favoriete Italiaanse woord tot nog toe is magari, een bijwoord dat zoiets betekent als ‘was het maar zo’, of ‘kan zijn’. Een nogal toepasselijk woord in deze tijd. Ga je nog op wintersport dit jaar? Magari! Vier je je verjaardag? Magari!

Bij het leren van een andere taal is het onvermijdelijk dat je op woorden stuit die niet met één woord te vertalen zijn in je eigen taal, zoals magari. Dat zijn vrijwel altijd culturele verschijnselen, zoals het Nederlandse gezellig waarvan vaak gedacht wordt dat het onvertaalbaar zou zijn. Of het Deense hygge dat een paar jaar geleden zijn opwachting maakte in het Nederlands. Maar ook voor de vertaling van Nederlandse woorden als luizenmoeder en fietsenstalling zijn in andere talen meerdere woorden nodig, simpelweg omdat deze begrippen geen equivalent in andere landen hebben. Voor deze categorie taalleemtes is er zelfs een Facebookpagina Untranslatable die onvertaalbare woorden uit allerlei talen bespreekt.

Maar er is nog een andere categorie onvertaalbare woorden. Dat zijn geen culturele begrippen maar juist heel concrete dingen die overal bestaan en waarvan het onbegrijpelijk is dat andere talen er geen woord voor hebben.

Een voorbeeld: in het Italiaans heeft elke teen een eigen naam: alluce, melluce, trillice, pondolo en minolo. Waarom hebben wij dat niet? Ja, grote teen en kleine teen, maar die drie andere dan? Wat een omissie.

We blijven even bij het lichaam. Het Nederlands kent de woorden, hals, nek en keel, het Italiaans ook (collo, nuca, gola). Het Engels heeft er twee, neck en throat, maar het Koreaans heeft slechts één woord voor het gebied tussen je hoofd en je romp: mok. Als je met keelpijn naar de dokter gaat, moet je wijzen. Onnodig, Koreanen, onnodig.

Ander voorbeeld: het Engels heeft het woord pith. Dat zijn die witte velletjes en frutjes in een sinaasappel of mandarijn. Daar wil ik ook een woord voor!

Of: siblings (Engels) en Geschwister (Duits): broers en zussen heten die bij ons.

Er zijn talloze onvertaalbare culturele begrippen, maar kent iemand van onze lezers nog andere voorbeelden van taalleemtes voor zeer concrete en alledaagse woorden als pondolo of pith?

 

 

Hey mevrouw

Wat me onder meer zo leuk leek aan lesgeven was dat ik te midden van zo veel jonge mensen mijzelf ook jong zou blijven voelen. Deze hoop vervloog toen ik de eerste mail van een student kreeg met in de aanhef: mevrouw. Het is niet alleen dat ik word aangesproken met ‘mevrouw’, maar ook de combinatie van de titel met het woord ervoor valt me op. Ik ontvang mails met in de aanhef ‘Hi mevrouw’, ‘Hey Mevrouw’, ‘Hallo mevrouw’ en ‘He mevrouw’.

Zonder mijn leeftijd te verklappen (dat doen mevrouwen niet), kan ik wel zeggen dat ik mezelf voordat ik les ging geven nog nooit had beschouwd als een mevrouw. Het woord ‘mevrouw’ – dat een adellijke oorsprong heeft – associeer ik met deftige dames, mantelpakken en chique handtassen.

Ik vermoed dat de studenten ook niet zeker weten of ik wel een mevrouw ben: bij echte mevrouwen zou je ‘Geachte mevrouw’ of ‘Beste mevrouw’ zeggen – met dan eventueel mijn achternaam achter ‘mevrouw’. Misschien is ‘Hey Mevrouw’ een gezochte gulden middenweg? Een informele ‘Hey’ met een gehoofdletterde ‘Mevrouw’?

Of heeft het te maken met opvoeding en goede manieren? Want ‘Hey Mevrouw’ heeft ook iets onbeschofts. Zo van: ‘hey mevrouw, even snel lezen en antwoorden svp.’ Maar de tekst eronder is vaak heel beschaafd en wordt in de meeste gevallen afgesloten met ‘Met vriendelijke groet’. Dat is dan weer keurignetjescorrect.

Dit blok begin ik mijn lessen met de introductie: “dit is mijn naam, mijn mailadres en ik ben geen mevrouw.” Ik zie uit naar een nieuwe verzameling aanheffen! Want dat mevrouwschap is niks voor mij.

Gragedaan

Als je lesgeeft aan eerstejaarsstudenten, is er altijd eentje die extra waakzaam is. In het pedagogisch-didactisch jargon noem ik dat de ‘rots in de branding’: zo iemand die beter dan de docent weet wanneer deadlines zijn en hoe de weging is van een bepaalde toets. Rotsen in de branding zijn  warmbloedige elementen ten faveure van de groepsdynamiek, het nadeel is dat ze het zonder jou ook wel redden.

Ik had contact met zo’n rots, die mij in al haar schoolvlijt een bericht stuurde over informatie die ontbrak op een webpagina – dat gebeurt helaas nogal eens. Ik bedankte haar voor haar waakzaamheid. Ze antwoordde met “Gragedaan”. Een antwoord dat me zeer fascineerde.

Ik herinnerde mijn verbazing, het moet ergens vroeg in de jaren 80 geweest zijn, dat ik als kind ontdekte dat “alsjeblieft” een gecomprimeerde versie van de zin “als het je belieft” bleek (al zal ik als kleuter het begrip “comprimeren” niet hebben gekend, maar u begrijpt me).

Alsjeblieft, welterusten, vaarwel: in de grammatica hebben ze de functie van tussenwerpsel. Deze rots in de branding voegde nu in al haar goedheid misschien ook “gragedaan” aan het rijtje toe.

Veronderstelde zij werkelijk dat het altijd vlot uitgesproken “graag gedaan” kon worden weergegeven als “gragedaan”? Dacht ze dit, ondanks haar rol als rots in de branding in het eerste jaar, of was het gewoon een creatieve, gemakzuchtige tikfout? Ik wilde de illusie niet ontmantelen. Leidt dit bij u nu tot opwinding en discussie over het taalniveau van studenten?

Gragedaan.