Selecteer een pagina

Ambachtelijk genieten

In een radiospotje van toptaarten.nl jubelt iemand de slogan: ‘ambachtelijk genieten’.

Sorry, wat? Ambachtelijk genieten? Is genieten opeens een ambacht geworden? Kun je er voor doorleren? En wat zou dan niet-ambachtelijk genieten zijn? Dat je er zo maar een beetje zonder plan amateuristisch op los geniet?

Ambachtelijk slaat in de slogan natuurlijk op de taarten. Toptaarten bedoelt dat die taarten niet van een lopende band rollen, maar dat er een lokale bakker (ambacht) aan te pas gekomen is. ‘Genieten van ambachtelijk bereide taarten’ zou correct zijn. Dat is langer. Maar het is wel goed Nederlands, toptaarten. Het is toch gek om zoveel geld uit te trekken voor radiospotjes, en dan te besparen op een ambachtelijke tekstschrijver?

 

 

Begroeting

Gesignaleerd op station Haarlem, vanochtend 7.45 uur:

Twee mannen van begin twintig komen elkaar tegen en begroeten elkaar als volgt:

 

‘Gozer.’

‘Jonguh.’

 

Een variant die ik ook vaak hoor, is de begroeting met de naam:

 

‘Lars.’

‘Robert.’

 

Mooi vind ik dat, zo’n efficiënte begroeting. Zelf gebruik ik er meer woorden voor. Er wordt vaak beweerd dat mannen veel minder praten dan vrouwen. Dit  lijkt niet het geval te zijn, zoals de Volkskrant een paar jaar geleden uitzocht. Wel lijken mannen en vrouwen andere woorden te gebruiken en een andere spreekstijl te hebben, blijkt uit onderzoek van taalwetenschapster Karen Keune.

Zouden de groetende mannen van het station later op de dag de schade weer inhalen?

 

Bijzondere woorden

Je komt nogal eens wat bijzonderheden tegen in het schrijfwerk van studenten. Laatst nog, refereerde een tweedejaars in haar artikel aan de revolutietheorie. Voor een afstudeerder was dat ene onderzoek een echte blikopener geweest. En in een interview van een propedeusestudent had de hoofdpersoon innerlijk samengewerkt met zijn neef.

We lachen wat af op de docentenkamer. Maar ik moet toegeven dat ik er zelf vroeger ook wat van kon. Ik ben namelijk als puber best lang indolent geweest van Stevie Wonder. Mijn vroege culinaire creaties waren vaak een moesmengseltje van vreemde ingrediënten. En als iemand schoot, dan deed hij dat niet met losse flodders, maar met minutie.

Ik maak me sterk dat izomw-bezoekers ook wel wat leuks op te biechten hebben. Dus: kom maar door in de reacties!

Verneukend

De Leidse hoogleraar Remco Breuker nam onlangs deel aan een rondetafelgesprek met leden van de Tweede Kamer. Het thema was verscheidenheid in de wetenschap. Een van de discussiepunten: kun je als wetenschapper nog onderzoek doen naar gevoelige thema’s zonder gedoe te krijgen? Volgens Breuker kan een onderzoeker die een gevoelige snaar raakt, problemen krijgen met vervolgfinanciering.

“Dat is verneukend voor diversiteit van het onderzoek en impact ervan”, aldus Breuker. Althans, dat stond in een verslag op DUB, de nieuws- en opiniesite van de Universiteit Utrecht. Maar Breuker kon zich niet herinneren dat woord ‘verneukend’ te hebben gebruikt, zo meldde hij op Twitter.

Het persbureau dat verantwoordelijk was voor het verslag ging op onderzoek uit. En inderdaad, Breuker had iets anders gezegd…

 

Een gruwelijke vondst

Als voormalig eindredacteur snel ik nog altijd koppen. In tijdschriften, kranten, portfolio’s. Heerlijk vind ik dat. Een goede woordspeling (of juist een heel slechte), een adequate samenvatting, een kwinkslag, iets spitsvondigs  – daarvan gaat mijn hart sneller kloppen. Ook leuk – zeker als lesmateriaal voor het vak Snijden en schaven waarin wij studenten de kneepjes van het eindredactievak leren – is het als de kop voor tweeërlei uitleg vatbaar is terwijl dat niet de bedoeling kan zijn. Zoals vandaag op de website van Het Parool:

Weg met genderneutrale termen?

“Liebe Kunden und Kundinnen” (klanten), begint de luidspreker van het Duitse warenhuis zijn mededeling over de aanbieding van de dag.

Ik ben een poosje in Duitsland en het valt me op dat vrouwen en mannen hier consequent allebei worden aangesproken. In geschreven taal gebruikt men meestal een underscore-teken om aan te geven dat men zowel mannen als vrouwen bedoelt: Kund_innen, Künstler_innen. Niet mooi, wel duidelijk.

Voor Nederlanders komt dit een beetje omslachtig over. Wij gebruiken het liefst neutrale beroepsaanduidingen. Ook de Duitse studenten die ik ernaar vroeg, vonden het niet zo nodig. ‘Ik wil Journalist worden, geen Journalistin,’ zei een studente.

Maar toen ik deze week deze NRC-column van Japke-d Bouma las, veranderde ik van mening. Ze citeert taalwetenschapster Ingrid van Alphen, die onderzoek doet naar taal- en gendervraagstukken. En het blijkt dus wél uit te maken hoe je iemand noemt. Zo solliciteren vrouwen eerder als in een vacaturetekst naar een loodgieter/loodgietster gevraagd wordt en blijken meisjes in hun hoofd een beroep ‘over te slaan’ als alleen de mannelijke functienaam genoemd wordt.

Met onze goedbedoelde ‘neutrale’ aanduidingen blijken we de emancipatie in de weg te staan. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ik noem mezelf voortaan docente in plaats van docent.