Selecteer een pagina

Woord van de dag: BAM!

 

Onze hogeschool heeft iets te vieren: de HvA bestaat 25 jaar. In deze vorm, moet ik erbij zeggen, want de oudste voorloper (de Zeevaartschool) werd in 1785 al opgericht. Het lustrum-dan-wel-233-jarig bestaan was aanleiding voor een groot feest in Hotel Arena. Geestdriftige HvA’ers schreeuwden zich schor bij de karaoke, dansten zich in het zweet bij de verschillende feestbands of luisterden juist ademloos naar de liedjes van bard en HvA-collega Jaap Boots. Er was patat, er was pizza, er was bier en er waren vooral heel veel leuke collega’s. Ik ging helemaal op in het gedruis. Eén ding was jammer: klokslag middernacht was het voorbij. ‘Waarom gaan we niet door tot bam?’, joelde ik.

Een schitterende uitdrukking, die ik uit de Surinaamse woordenschat van mijn vriendin heb gepikt. Hoewel de klank doet vermoeden dat je dan doorgaat tot je uit elkaar knalt, betekent het volgens straatwoordenboek.nl gewoon: doorgaan tot heel laat, of tot de lol eraf is. Bij het zoeken naar de etymologie van ‘tot bam’ kwam ik ook nog een blogtekst tegen die meldt dat het een acroniem uit het Duits is en staat voor Bis Am Morgen. Nu, het werd nog net niet licht toen ik na de afterparty naar huis fietste, maar ik kon de volgende dag wel vol trots vertellen dat ik helemaal tot bam had gefeest. En dat alles zonder barfjes te hoeven leggen.

 

 

Uitdrukking van de dag: Nieuwsgierig Aagje

Tijdens het nakijken van een opdracht voor het vak Tekstschrijven stuitte ik op een spelfout (‘nieuwschierig’) die me op de uitdrukking ‘nieuwsgierig Aagje’ bracht. Zelf nieuwsgierig geworden zocht ik de herkomst ervan op. Blijkt me daar toch een heel (zielig) verhaal achter te zitten. Avontuur! Hoererij! Diefstal! Slutshaming!

Het nieuwsgierig Aagje van Enkhuizen komt als personage voor het eerst voor in het 17e eeuwse kluchtboek De Gaven van de milde St. Marten (doorscrollen naar blz 17). Voor wie het ouderwetse taalgebruik een belemmering is, volgt hier een beknopte versie in hedendaags Nederlands.

Het verhaal speelt zich af tijdens het twaalfjarig bestand (1609-1621) in de Tachtigjarige Oorlog met Spanje. Aagje is een jonge vrouw uit Enkhuizen en getrouwd met een smid. In de buurt woont schipper Freek, die geregeld op Antwerpen vaart. Freek zit vol verhalen en Aagje wil die mooie stad wel eens met eigen ogen aanschouwen. Ze zeurt net zo lang bij haar man (‘lelde de Smit soo langh aen ’t hooft’) tot deze haar belooft dat ze mee mag met de buurman. De smid geeft Aagje honderd gulden, waarmee ze in Antwerpen materialen voor hem moet kopen.

In Antwerpen gaat het natuurlijk helemaal mis. Eenmaal aangemeerd aan de kaai gaat schipper Freek eerst zijn zaken regelen en belooft daarna Aagje rond te leiden door de stad. Het nieuwsgierige wicht kan haar ongeduld echter niet bedwingen en trekt er alleen op uit, in haar beste Enkhuizer goed en met de honderd gulden op zak. Het duurt niet lang of ze wordt aangesproken door een gladde Spaanse Brabander, die haar begroet met ‘nichteken’, de benaming voor hoer.

De naïeve Aagje meent echter dat deze sinjeur familie van haar is (ze had haar moeder horen vertellen over neef Ian van Spanje) en gaat in op zijn uitnodiging haar de stad te laten zien. Dan begint de ellende pas goed. Aagje belandt in een bordeel (‘t slimste hoerhuys’), wordt dronken gevoerd, misbruikt en beroofd van de honderd gulden, haar zilvergoed en mooie Enkhuizer kleren. ‘Neef Ian van Spanje’ gaat er schielijk vandoor en Aagje, nog steeds starnakel en buiten westen, wordt door de hoeren in een ‘bootsgesels kleetje‘ gehesen, krijgt een schippersmutsje opgezet, wordt in een bakermat gelegd en naar buiten gezeuld. Daar is ze het mikpunt van spot van passerende handwerkslieden.

Uiteindelijk ziet de onfortuinlijke Aagje haar buurman Freek langslopen, die haar nauwelijks herkent in die lompen. Eenmaal terug in Enkhuizen wordt het ‘avontuurtje zo veel verduystert als ‘t mogelijck was’, maar in Antwerpen lachen ‘Ian van Spanje’ en zijn confraters nog lang en smakelijk om de lotgevallen van ‘t nieuwsgierige Aagje van Enkhuizen. 

Luister hier naar het oorspronkelijke verhaal (7’30”):

 

Uitdrukking van de dag: voor pampus liggen

Mijn beurt om te bloggen, ik houd het kort, ik lig namelijk voor pampus. Voor het eerst in mijn (bijna 49-jarige) leven ben ik geveld door griep. Voor pampus liggen betekent volgens Onze taal ‘uitgeteld zijn’ – dat ben ik, en/of ‘lui erbij liggen’ – dat doe ik. Pampus was een zandbank in het IJ van Amsterdam waar zwaarbeladen schepen veel last van hadden; ze moesten vaak voor Pampus wachten tot het vloed werd om verder te kunnen varen. Inmiddels is Pampus een heuse attractie geworden, website incluis. ’Geniet van historie, avontuur en natuur, én leuke evenementen!’ staat daar te lezen. Ik moet er nog even niet aan denken.

Uitdrukking van de dag: over de balk smijten

De kans dat hij het wordt is klein, maar collega Marcel zou een prima minister van financiën zijn. Marcel weet alles van financieel management. Maar misschien nog belangrijker: hij heeft er een hekel aan als er geld over de balk wordt gesmeten.

Een docent die een leuk project aan het opzetten is, kan van Marcel steevast de vraag verwachten: wat kost dat dan wel niet? Terecht natuurlijk, deze vraag. Onderwijs wordt met publieke middelen gefinancierd, dus het is zaak dat we op de kleintjes blijven letten.

De uitdrukking ‘geld over de balk smijten’ (of gooien) komt waarschijnlijk uit het boerenbedrijf. Er zijn oudere varianten waarin het niet over geld maar over hooi gaat. De balk bevindt zich in een stal waar het vee stond. Wie bij het voederen het hooi nonchalant de stal ingooide, liep het risico dat het hooi op een balk bleef liggen en dus werd verspild.

Er circuleert ook nog een andere verklaring voor de herkomst van de uitdrukking. Koopmannen in koren of meel gebruikten bij de verkoop een zogeheten maat, een soort vat waarin zij de juiste hoeveelheid van hun koopwaar konden afmeten. Dwars over deze maat zat een balkje. De koopman die de maat te vol stortte en zijn waar dus boven/over de balk gooide, gaf meer dan hij verplicht was en verspilde dus zijn waren.

 

Uitdrukking van de dag: geen sjoege geven

Het was maandagmiddag. De groep studenten had er al een intensieve dag opzitten met lessen, een gastcollege en een excursie. Het was dan ook niet verwonderlijk dat ze onderuitgezakt wezenloos voor zich uit of op hun telefoon zaten te staren. Ergerlijk was het wel. Mijn les vereiste aandacht en inzet, maar op mijn vragen en opdrachten gaf de groep totaal geen sjoege. Wat ik ook probeerde, geen reactie.

Sjoege komt uit het bargoens (dieventaal) en is waarschijnlijk ontleend aan het Jiddische sjoewe, dat ‘antwoord geven’ betekent. Waar de g-klank vandaan komt is onduidelijk. Die zou onder invloed van mesjogge of mesjokke (gek, krankzinnig) kunnen zijn ontstaan.

Je kunt met sjoege veel kanten op: je kunt het (niet) geven of krijgen, maar ook (niet) hebben of nemen. Met dat laatste wordt bedoeld ‘de zaak bekijken, nadenken’.

Dat is precies wat ik ga doen, want aanstaande maandag sta ik op hetzelfde uur voor dezelfde groep. Tom Poes, verzin een list.