Selecteer een pagina

Bijzondere woorden

Je komt nogal eens wat bijzonderheden tegen in het schrijfwerk van studenten. Laatst nog, refereerde een tweedejaars in haar artikel aan de revolutietheorie. Voor een afstudeerder was dat ene onderzoek een echte blikopener geweest. En in een interview van een propedeusestudent had de hoofdpersoon innerlijk samengewerkt met zijn neef.

We lachen wat af op de docentenkamer. Maar ik moet toegeven dat ik er zelf vroeger ook wat van kon. Ik ben namelijk als puber best lang indolent geweest van Stevie Wonder. Mijn vroege culinaire creaties waren vaak een moesmengseltje van vreemde ingrediënten. En als iemand schoot, dan deed hij dat niet met losse flodders, maar met minutie.

Ik maak me sterk dat izomw-bezoekers ook wel wat leuks op te biechten hebben. Dus: kom maar door in de reacties!

Verneukend

De Leidse hoogleraar Remco Breuker nam onlangs deel aan een rondetafelgesprek met leden van de Tweede Kamer. Het thema was verscheidenheid in de wetenschap. Een van de discussiepunten: kun je als wetenschapper nog onderzoek doen naar gevoelige thema’s zonder gedoe te krijgen? Volgens Breuker kan een onderzoeker die een gevoelige snaar raakt, problemen krijgen met vervolgfinanciering.

“Dat is verneukend voor diversiteit van het onderzoek en impact ervan”, aldus Breuker. Althans, dat stond in een verslag op DUB, de nieuws- en opiniesite van de Universiteit Utrecht. Maar Breuker kon zich niet herinneren dat woord ‘verneukend’ te hebben gebruikt, zo meldde hij op Twitter.

Het persbureau dat verantwoordelijk was voor het verslag ging op onderzoek uit. En inderdaad, Breuker had iets anders gezegd…

 

Een gruwelijke vondst

Als voormalig eindredacteur snel ik nog altijd koppen. In tijdschriften, kranten, portfolio’s. Heerlijk vind ik dat. Een goede woordspeling (of juist een heel slechte), een adequate samenvatting, een kwinkslag, iets spitsvondigs  – daarvan gaat mijn hart sneller kloppen. Ook leuk – zeker als lesmateriaal voor het vak Snijden en schaven waarin wij studenten de kneepjes van het eindredactievak leren – is het als de kop voor tweeërlei uitleg vatbaar is terwijl dat niet de bedoeling kan zijn. Zoals vandaag op de website van Het Parool:

Hannes Minnaar

Ik liep vorige week langs onderstaande abri waarop een pianoconcert werd aangekondigd. Maar ik las het met een half oog en dacht dat het een reclame betrof voor een nieuwe roman.

Zeg nou zelf, Hannes Minnaar, dat is toch een geweldige naam voor een boektitel?

Je ziet de flaptekst al voor je:

‘Hannes Minnaar is een meeslepende en meesterlijk gecomponeerde roman, waarin de koele zakenvrouw Hanne in een duivels ménage à trois verstrikt raakt en evenals haar ziekelijke echtgenoot Charles valt voor de charmes van de inwonende conservatoriumstudent Hector, getalenteerd pianist, ongemeen ambitieus en met een duistere kant die gaandeweg de overhand krijgt.’

‘Een adembenemend en donker liefdesverhaal, dat crescendo afstevent op de onvermijdelijke dramatische climax.’ Marie-Cécile van Dunk, Algemene Courant.

‘Stomende seks op de Steinway. Lekker.’ Hein Geuzenwoud, de Gazet van Gorinchem.

Mijn initiële verwarring over de naam Hannes Minnaar komt door het ontbreken van een apostrof. Studenten hebben vaak moeite met de apostrof en de bezits-s. Ze schrijven ‘Hanne’s minnaar’ of vermijden het liever en zeggen ‘Hanne haar / Hannes zijn minnaar’.

De hoofdregel is dat de bezits-s aan de naam vast wordt geschreven. Betreft het de geliefde van een vrouw genaamd Hanne, dan schrijf je Hannes minnaar. Gaat het om een amourette van de jongeman Hannes, dan is het Hannes’ minnaar. Woorden die op een sisklank eindigen krijgen namelijk een apostrof om duidelijk te maken dat sprake is van een bezitsvorm. Die sisklank is trouwens rekbaar, ook de z en de x vallen eronder: Inez’ jurk, Alex’ sokken. En verder lettercombinaties die als s, sj, tsj, zj of dzj worden uitgesproken: Bush’ vader, Barentsz’ pooltocht.

Uitspraak speelt ook een rol bij het gebruik van de apostrof. Eindigt een naam op een lange (vrije) klinker, dan is er een apostrof nodig om verkeerde uitspraak te voorkomen: Mia’s geheim, Oma’s recept, Emmy’s viool. Dat geldt niet voor de é, dan kan de apostrof achterwege blijven: Andrés kostuum, Aimées afscheid.

Terug naar Hannes Minnaar. De Zeeuwse pianist debuteerde afgelopen zondag met een recital in de Grote Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Het was vast Hannes’ droomdebuut.

 

 

Over een reepgast en een teringlijdertje

Ons taalblog Ikzegookmaarwat bestaat vijf jaar en daar zijn we trots op. We vierden ons lustrum met de bloggers op een avond met veel spijs en drank. En omdat we allemaal taalfanaten zijn, deden we ook het woordenboekspel. Hier op Izomw kennen we natuurlijk de online versie van Paul van der Bijl. De offline versie is bijna nog leuker en staat garant voor een dolle avond.

Het is een spel voor 4 tot 10 personen en het gaat zo: deelnemer 1 zoekt in het woordenboek een woord op dat hij niet kent. Hij checkt of de anderen het woord ook niet kennen. Als dat zo is, schrijft deelnemer 1 de correcte definitie op een briefje. De andere deelnemers verzinnen een definitie en schrijven die op. Vervolgens leest deelnemer 1 alle definities voor. Wie de juiste definitie raadt, krijgt 10 punten. Maar als anderen denken dat de definitie die jij verzon correct is, krijg je per deelnemer ook 10 punten. Raadt niemand de juiste definitie? Dan krijgt deelnemer 1 10 punten.

De drie mooiste woorden van onze lustrumviering? Zonder twijfel leknamad, teringlijdertje en reepgast.

 

 

 

Berenlul

Wij hadden laatst op het werk een interessant gesprek over de bijdrage van de Nederlandse snackcultuur aan de Nederlandse taal. Iemand vroeg zich af of de “berenlul” daadwerkelijk een benaming was voor een snackproduct. En, inderdaad, de “berenlul” is “een snack gemaakt van een rolletje gehakt vlees”.

In de legendarische film Spetters van Paul Verhoeven speelt de snackbar een prominente rol. Ook omdat Renée Soutendijk, in een geel hemdje zonder bh eronder, de frituur bedient. In een prachtige scène vraagt een klant haar: “Geef mij maar twee van die neukpatronen en een berenlul.”

Wat is dan een “neukpatroon”? Dat is soldatentaal voor een hardgekookt ei (de fabel wil dat het eten van eieren goed zou zijn voor de potentie).

Seks en ziekte doen het goed in de benamingen voor verschillende snacks, waarbij vooral de frikandel tot de (niet heel erg ontwikkelde) verbeelding lijkt te spreken. Een frikandel met mayo heet ook wel een “lange met zalf”, eentje met satésaus “een lul met poep”, en een frikandel speciaal (mayo, ketchup/curry en uitjes) wordt ook wel een “open ruggetje” genoemd.

Opvallend is het dedain voor het voedsel dat uit die platvloerse benamingen spreekt. Alsof de eter ervan wil benadrukken dat hij ook wel weet hoe ranzig het is wat hij allemaal in zijn muil kiepert – bij voorkeur na een nachtje liederlijk drinken.

In dezelfde respectloze context kan je de uitdrukking “een diagonaaltje trekken” plaatsen. Hierbij dient men in een diagonaal van linksboven naar rechtsonder alle poortjes van de snackmuur te openen om vervolgens het achterliggende product te verorberen.

Ik heb dit ooit iemand echt zien doen. Hij dwong daar destijds respect mee af, maar achteraf kwam alsnog de plaatsvervangende schaamte, zowel bij hem als bij ons, die hem zo enthousiast hadden aangemoedigd.