Selecteer een pagina

Woord van de dag: kalibreren

We hebben binnenkort met een paar collega’s een kalibreersessie. Want je kunt wel kijken of alle neuzen dezelfde kant op staan, of we er allemaal hetzelfde in staan, maar hé, kalibreren, dan heb je het pas ergens over.

Van Dale geeft diverse omschrijvingen voor het werkwoord kalibreren, variërend van ‘schaalverdelingen op thermometerbuizen e.d. ijken’ tot ‘op maat persen’. De overkoepelende omschrijving zou kunnen zijn dat als je kalibreert je zaken met elkaar in overeenstemming probeert te brengen.

En opeens weet je wat je later wilt worden: kalibreur van het zegel! Bericht uit ‘Suriname: koloniaal nieuws- en advertentieblad’, juli 1872. Klik op de afbeelding voor het volledige artikel.

Het woord is volgens de etymologiebank afgeleid van het Franse calibre. Daarmee werden vooral de kenmerken van wapens aangeduid, zoals de ‘middellijn van de geschutmonding, gewicht van den kogel’. Het Franse woord is ontleend aan het Arabische qālib: ‘gietvorm voor metalen’ en ‘schoenmakersleest’.

Mocht u nu denken: ‘ik zou wel wat beter willen kalibreren’, dan is er goed nieuws. Er zijn namelijk tal van trainingen en cursussen. Maar let even op dat u zich aanmeldt voor de juiste cursus. Het maakt namelijk nogal uit of u als cursist in de weer gaat met ‘schuifmaat en schroefmaat’, of dat u leert hoe ‘diverse beoordelaars een student dezelfde feedback en oordelen geven op de getoonde prestaties’.

Wat wij gaan doen? Ik hoop eerlijk gezegd een beetje op het eerste. Een ochtendje schuif- en schroefmaten, het is weer eens wat anders. Maar ik denk dat het de tweede optie wordt.

 

Woord van de dag: flessentrekkerij

De tweedejaars studenten tekstschrijven moeten deze week een nieuwsbericht schrijven over een zitting van de politierechter. Bijna alle studenten gingen naar een andere rechtszaak waardoor ik een bonte stoet criminelen voorbij zag trekken in hun berichten. Het bleek maar weer eens dat het echte leven Netflix met gemak overtreft: tienermoeders die herhaaldelijk met een slok op in de auto kruipen, dealers die hun hele dagvoorraad in hun onderbroek verbergen en recidivisten die de rechter bezweren hun leven nu echt op orde te hebben (‘ik heb een vriendin en een dochtertje!’) maar per ongeluk toch nog een taxichauffeur mishandelen.

In de berichten kwam ik een paar maal het schitterende woord flessentrekkerij tegen. Ik dacht altijd dat het een synoniem is van oplichterij, maar de juridische betekenis blijkt daar enigszins van af te wijken Een flessentrekker is iemand die ‘een beroep of gewoonte maakt van het kopen van goederen zonder volledige betaling’. In België is de juridische betekenis nog iets anders: een flessentrekker is daar iemand die zonder te betalen overnacht in een hotel of bijvoorbeeld tankt zonder te betalen. Je bent ook een flessentrekker als je zonder te betalen eet in een restaurant. De Belgen noemen zo iemand ook wel tafelschuimer, ook al zo’n prachtig woord.

 

 

Zwoksels

Niet het leukste begin van een les Tekstschrijven: bij het opstarten van PowerPoint ontdekken dat het projectiescherm op zwart blijft. Gelukkig komt de vliegende kiep van de technische dienst snel om het euvel te verhelpen. Intussen vertel ik de eerstejaars dat tijdens mijn allereerste les Tekstschrijven hetzelfde gebeurde en ik met klotsende oksels het college uit mijn hoofd moest geven. “U had zwoksels!” roept een studente vrolijk.

Zwoksels. Een samentrekking van zweet en oksels. Briljant in zijn eenvoud. Na de les leert een korte speurtocht op internet dat de term zwoksels al zeker vier jaar gangbaar is. Sites als het straatwoordenboek en Urban Dictionary maken er melding van. Een columniste van de Limburger schreef er in 2014 over. In het klaslokaal heerst die ochtend verbazing over mijn onwetendheid: “Wat? Kent u zwoksels niet?” “Je kunt ook last hebben van een zwanus!” roept een andere student. Een derde vult aan: “Of van een zwut!”

Ook treffend (en nogal goor), maar niet zo pakkend als zwoksels, vind ik.

Moeilijke woorden

Vakdocenten klagen altijd dat leerlingen en studenten vooral in hún vakgebied van toeten noch blazen weten. “Ze kunnen niet eens meer een percentage berekenen”, klaagt de docent bedrijfseconomie. “Ik moet ze vertellen wanneer de oorlog was, wie ‘m is begonnen, en wie ‘m heeft gewonnen”, moppert de collega die geschiedenis heel belangrijk vindt (en niet wars is van hyperbolen). Taaldocenten vinden dat de spellingvaardigheid van studenten ondermaats is en dat hun vocabulaire te wensen overlaat.

Over dat laatste gesproken: de bovenstaande alinea bevat diverse woorden en uitdrukkingen die menig student niet kent, zo is mijn inschatting. Toeten noch blazen, hyperbolen, vocabulaire, vooral propedeusestudenten kunnen je vragend aankijken als je dergelijke woorden gebruikt. De vraag is of het erg is dat ze die woorden en uitdrukkingen niet kennen. Daarover kunnen in de docentenkamer verhitte discussies ontstaan.

Volgens mij is er behoefte aan meer duidelijkheid over de vraag welke woorden en uitdrukkingen de studenten bij ons in de propedeuse zeker moeten kennen. Dus ik heb besloten een lijstje ‘moeilijke woorden waarvan je de betekenis moet kennen’ op te stellen. En collega’s gevraagd om suggesties aan te leveren. Dat levert interessant materiaal en fraaie woorden op. Een greep uit de inzendingen tot dusverre:

  • protagonist
  • spectrum
  • consensus
  • stramien
  • lumineus
  • palpatie

Van dat laatste woord kende ik overigens zelf de betekenis niet, maar dat zal ongetwijfeld aan mij liggen.

Als u nog suggesties heeft voor het lijstje ‘moeilijke woorden waarvan eerstejaarsstudenten de betekenis moeten kennen’: ik houd me van harte aanbevolen.

 

Woord van de dag: BAM!

 

Onze hogeschool heeft iets te vieren: de HvA bestaat 25 jaar. In deze vorm, moet ik erbij zeggen, want de oudste voorloper (de Zeevaartschool) werd in 1785 al opgericht. Het lustrum-dan-wel-233-jarig bestaan was aanleiding voor een groot feest in Hotel Arena. Geestdriftige HvA’ers schreeuwden zich schor bij de karaoke, dansten zich in het zweet bij de verschillende feestbands of luisterden juist ademloos naar de liedjes van bard en HvA-collega Jaap Boots. Er was patat, er was pizza, er was bier en er waren vooral heel veel leuke collega’s. Ik ging helemaal op in het gedruis. Eén ding was jammer: klokslag middernacht was het voorbij. ‘Waarom gaan we niet door tot bam?’, joelde ik.

Een schitterende uitdrukking, die ik uit de Surinaamse woordenschat van mijn vriendin heb gepikt. Hoewel de klank doet vermoeden dat je dan doorgaat tot je uit elkaar knalt, betekent het volgens straatwoordenboek.nl gewoon: doorgaan tot heel laat, of tot de lol eraf is. Bij het zoeken naar de etymologie van ‘tot bam’ kwam ik ook nog een blogtekst tegen die meldt dat het een acroniem uit het Duits is en staat voor Bis Am Morgen. Nu, het werd nog net niet licht toen ik na de afterparty naar huis fietste, maar ik kon de volgende dag wel vol trots vertellen dat ik helemaal tot bam had gefeest. En dat alles zonder barfjes te hoeven leggen.

 

 

Woord van de dag: obsoleet

Het nieuwe studiejaar start volgende week. Dezer dagen praten we bij en bereiden we voor. Traditiegetrouw wordt de laatste maandag van de maand omgedoopt tot ‘Inspiriation Monday’. Zo kwam het dat we gisteren een hele dag wijdden aan ‘didactiek’. Een van de sprekers was Paul Kirschner (Educational realist, Distinguished University Professor, Educational Psychology, Open Universiteit – volgens zijn Twitterbiografie) die in zijn keynote van 25 minuten zeker zes keer het woord obsoleet gebruikte. Ik moest zo nadenken over de betekenis van het woord (gek genoeg wist ik wel dat je het met een b schrijft) dat de zinnen waarin hij het woord bezigde me niet zijn bijgebleven. Vanochtend vroeg ik de collega’s: ‘Weten jullie wat obsoleet betekent?’ Bleken de aanwezigen allemaal te weten: ‘Verouderd!’, riep er een. ‘Uit de mode geraakt’, zei een ander. Klopt allemaal. Iets wat obsoleet is, heb je niet meer nodig.