Selecteer een pagina

Dan wel

‘Jongedame, wat zijn wij hier aan het doen?’

‘Ik ben overlast aan het veroorzaken, agent.’

‘Daar was ik dus al bang voor. Doe je dat thuis ook?’

‘Nee, daar veroorzaak ik hinder.’

‘Dat is hetzelfde, lummel. Maar hier is het sowieso allebei verboden.’

‘Nee hoor, de winkel is nog open, er staat dat het dan wel mag.’

‘Nee, dat staat er niet. Er staat dat je dan, wacht even, wat staat daar nou? Ga voor de zekerheid maar ergens hinder of overlast veroorzaken waar het altijd mag.’

 

Ambachtelijk genieten

In een radiospotje van toptaarten.nl jubelt iemand de slogan: ‘ambachtelijk genieten’.

Sorry, wat? Ambachtelijk genieten? Is genieten opeens een ambacht geworden? Kun je er voor doorleren? En wat zou dan niet-ambachtelijk genieten zijn? Dat je er zo maar een beetje zonder plan amateuristisch op los geniet?

Ambachtelijk slaat in de slogan natuurlijk op de taarten. Toptaarten bedoelt dat die taarten niet van een lopende band rollen, maar dat er een lokale bakker (ambacht) aan te pas gekomen is. ‘Genieten van ambachtelijk bereide taarten’ zou correct zijn. Dat is langer. Maar het is wel goed Nederlands, toptaarten. Het is toch gek om zoveel geld uit te trekken voor radiospotjes, en dan te besparen op een ambachtelijke tekstschrijver?

 

 

Woord van de dag: charisma

De opleidingen waar wij als docenten aan verbonden zijn, trappen het nieuwe collegejaar altijd af met een gastspreker. Dat gebeurt op de maandag voordat de colleges van start gaan, met alle docenten. Inspiration Monday heet dat evenement, want waarom Nederlands gebruiken als het ook in het Engels kan?

Dit jaar stond schrijver en oud-politicus Jan Terlouw op het programma. Ik zal eerlijk toegeven: ik was wat sceptisch. Wij als hippe en dynamische opleidingen ons iets laten vertellen door een 87-jarige?

Die scepsis bleek afgelopen maandag geheel onterecht. Jan Terlouw kreeg een hoorcollegezaal vol docenten een uur muisstil, en ik kan u vertellen: dat lukt vrijwel niemand. Het ging over verhalen vertellen, waarheidsvinding, klimaatverandering, vertrouwen, de maatschappelijke opdracht van het onderwijs, de rol van docenten en nog veel meer.

Terlouw imponeerde: erudiet, welbespraakt, bevlogen, met humor, belangstellend. Zelfs collega’s die jeuk krijgen zodra de naam D66 valt, waren onder de indruk. “Een man met charisma”, merkte iemand op, met recht.

Iemand met charisma heeft uitstraling, een persoonlijke aantrekkingskracht. Het woord komt volgens de Etymologiebank van het Griekse khárisma, dat ‘genadegave’ betekent. Het had aanvankelijk een religieuze betekenis, de term voor de gaven die de Heilige Geest geeft, zoals het genezen van zieken. Later kreeg het ook de meer algemene betekenis van ‘gezag ontleend aan persoonlijke uitstraling’.

Jan Terlouw voor de collegezaal

De docenten wilden na afloop graag met Jan Terlouw op de foto. (foto: Doeta Aartsma)

 

Optyfen

Zo, daar zijn we weer. Uitgerust van een zalige vakantie (joe, het onderwijs) waagde ik me vanochtend na vijf weken weer op het Amsterdamse fietspad. En kon nog nét stoppen voor twee Spaanse toeristen met een Amsterdammuts die stoned en gierend van de lach uit hun Airbnb kwamen rollen met een koffer met een onwillig wiel. De man achter mij op het fietspad zag ze te laat en schampte de koffer waarbij hij zijn knie bezeerde. In tegenstelling tot de Spaanse jongens vond hij dat totaal niet grappig: “Optyfen! This is a fietspad, yes? For the bike. Oprotten, oplazeren, wegwezen.”
De toeristen kregen nu echt de slappe lach maar bereikten gelukkig toch de stoep met hun koffer.
Maar de man was nog niet klaar: “Sodemieter op, klojo’s. Opflikkeren. Weg! Smeer m! Moven. Hoepel op.”
Waarop deze synoniemenkoning zelf gelukkig ook afnokte, de plaat poetste, zich wegscheerde, opstapte en verdween.
Zelf zwaaide ik nog even naar de Spanjaarden (adios jongens), ging weer eens verder, taaide af, koos het hazenpad en vertrok.
Nu ben ik wel weer aan vakantie toe.

 

 

Schamper kapittelen

Wij van Ikzegookmaarwat mochten de afgelopen maanden gastcolumns verzorgen op de website HvanA.nl. Dit ter gelegenheid van ons vijfjarig bestaan. Uiteraard kweten wij ons met plezier van deze eervolle taak. Leuk om over taal te schrijven voor een site die zich richt op studenten en medewerkers van de Hogeschool van Amsterdam.

Op de bijdrage die ik instuurde, reageerde de eindredacteur van HvanA enthousiast. Maar er was wel een klein probleempje. In mijn column  kwamen de woorden ‘schamper‘ en ‘kapittelen‘ voor. “Echte parels natuurlijk, maar we vrezen dat niet iedereen binnen onze doelgroep deze woorden begrijpt. Ik heb het daarom aangepast naar ‘spottend’ en ‘veroordelen'”, aldus de eindredacteur.

Tja. Als ik ergens te gast ben, schik ik mij vrij snel naar de mores van de gastheer en gastvrouw. Dus ik antwoordde luchtig dat ik dat geen probleem vond. Maar toch, het knaagde wel een beetje.

Want met ‘onze doelgroep’ doelde de eindredacteur natuurlijk vooral op de studenten. En ik kan me zeker voorstellen dat veel tieners en twintigers de woorden ‘schamper’ en ‘kapittelen’ niet kennen. Maar houdt dat dan in dat je die woorden ook niet moet gebruiken?

Ik hoor van best veel studenten dat ze graag hun woordenschat willen uitbreiden, dat ze makkelijker en beter willen formuleren. Dat gaat niet vanzelf uiteraard. Je moet nieuwsgierig zijn naar jou onbekende woorden en uitdrukkingen. Er moeite voor doen om de betekenis en het gebruik ervan te achterhalen.

Natuurlijk, ik weet ook wel dat lang niet iedereen die moeite neemt. Maar als je überhaupt niet in aanraking komt met jou onbekende woorden en uitdrukkingen, dan ontwikkel je die nieuwsgierigheid zéker niet. Dus: eer het onbekende woord!

 

Uitdrukking van de dag: van leer trekken

Collega X had een aanvaring gehad met collega Y. Die laatste was – achteraf gezien volkomen terecht, zei X – nogal fel van leer getrokken. “Ha”, riep ik toen ze me over het voorval vertelde, “goede uitdrukking voor Ikzegookmaarwat. Waar zou die vandaan komen?” X vermoedde dat het een oude schoenmakertechniek was. Collega Z vond het meer iets voor de slager. Onze Taal bood uitkomst: van leer trekken tegen iemand betekent ‘fel uithalen naar iemand’. Leer staat voor de schede waarin een zwaard zat. Wie van leer trok, trok dus zijn wapen en ging in gevecht.

Woord van de dag: billig

Mijn grootste nachtmerrie: als studenten vinden dat ik stink. Of dat ik (per ongeluk) een paar keer achter elkaar dezelfde outfit draag en wordt gebombardeerd als ‘die docent met die trui’. Maar toch vind ik stinken het allerergst. Een zweetlucht, zure adem, algehele muffige malaise: ik weiger ervoor te tekenen.

Collega H. heeft daar een goede oplossing voor: voorafgaand aan élke les spuit hij een grote dosis Axe onder zijn oksels die de gehele dag in een walm om hem heen blijft hangen. Hij is uiteraard verkozen tot Docent van het jaar.

Ik zocht naar een ietwat subtieler luchtje, waarop collega C. me wees op een parfumflesje dat ze voor dit soort gelegenheden in haar kastje bewaar. ‘Het is wel echt een billig parfum’, merkte ze op.

Billig is een plaats in de 464 inwoners tellende Duitse gemeente Euskirchen, maar is ook ‘slang’ voor kut, slecht, dom en fout. In het Deens en Noors betekent ‘billig’ trouwens goedkoop. Nu heeft collega C. – naar mijn weten – geen Scandinavische roots, maar woont ze wel in Amstelveen, dus zal daar vast de nodige slang hebben opgepikt.

En ik die middag rook naar een eclectische mix van wc-verfrisser, zure matten en patchoeli – heel billig dus.

 

Begroeting

Gesignaleerd op station Haarlem, vanochtend 7.45 uur:

Twee mannen van begin twintig komen elkaar tegen en begroeten elkaar als volgt:

 

‘Gozer.’

‘Jonguh.’

 

Een variant die ik ook vaak hoor, is de begroeting met de naam:

 

‘Lars.’

‘Robert.’

 

Mooi vind ik dat, zo’n efficiënte begroeting. Zelf gebruik ik er meer woorden voor. Er wordt vaak beweerd dat mannen veel minder praten dan vrouwen. Dit  lijkt niet het geval te zijn, zoals de Volkskrant een paar jaar geleden uitzocht. Wel lijken mannen en vrouwen andere woorden te gebruiken en een andere spreekstijl te hebben, blijkt uit onderzoek van taalwetenschapster Karen Keune.

Zouden de groetende mannen van het station later op de dag de schade weer inhalen?

 

Woord van de dag: belschuw

De generatie van onze studenten is vergroeid met hun telefoon. Ze zijn altijd online, swipen, klikken, tikken. Ze kijken series, daten, appen. Ze gebruiken hun telefoon als klok, camera, pinpas. Het enige waar ze hun telefoon eigenlijk niet voor gebruiken, is bellen.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel studenten op hun stage grote moeite hebben met bellen. Sommige hebben zelfs regelrechte belangst. Ze vinden het niet alleen moeilijk om iemand zomaar op te bellen, maar weten vaak ook niet zo goed hoe je een zakelijk gesprek voert. Logisch. En lastig omdat je op vrijwel elke stage veel moet telefoneren.

In het stageverslag dat studenten na de stage inleveren, schrijven ze vaak dat ze – zelfs bij de meest fantastische stage – het meest geleerd hebben van het bellen. Vandaag las ik: “Ik was in het begin (net zoals bijna alle millennials) een beetje belschuw.” Prachtig woord. Gelukkig kwam het ook bij deze student in de loop van haar stage helemaal goed.

Nu nog een nieuw woord voor mobiele telefoon. Want is het eigenlijk niet gek dat het nog steeds telefoon heet als je er toch niet mee belt?